Mediaopvoeding: in het kort

Aandacht voor media hoort bij de dagelijkse opvoeding van kinderen. Het begint al vanaf het eerste moment dat een kind naar een scherm kan kijken. Met mediaopvoeding leren kinderen om verstandig om te gaan met media. Denk aan apps, websites, games, tijdschriften, televisie en films.

Mediaopvoeding is een taak van ouders en van iedereen die kinderen begeleidt. Zij kunnen kinderen leren om bewust, veilig en gezond gebruik te maken van alle media.  

Mediaopvoeding is belangrijk omdat de digitale wereld voor kinderen net zo vanzelfsprekend is als de fysieke wereld waarin ze opgroeien. Goed kunnen omgaan met media is stimulerend voor hun ontwikkeling. Als kinderen niet goed leren omgaan met media kunnen er problemen ontstaan. Ze worden bijvoorbeeld online gepest, gaan overmatig veel en lang gamen of kunnen geen goed onderscheid maken tussen nepnieuws en echt nieuws. 

Cijfers

  • Jonge kinderen van 0 tot 6 besteden volgens hun ouders een uur en drie kwartier per dag aan schermen. Dreumesen zitten nog onder dit gemiddelde, maar kleuters gaan er overheen. De meeste tijd besteden ze aan YouTube en televisie, beide bijna een half uur. Kleuters gaan ook videogames tijdsintensiever gebruiken (2021).
  • Kinderen van 7 tot 12  besteden volgens hun ouders dagelijks de meeste tijd aan gamen, gemiddeld 48 minuten, en YouTube, gemiddeld 44 minuten. (2021).
  • Van de jongeren van 12 tot 25 zegt ruim 5 procent wel eens online gepest, gestalkt of bedreigd te zijn. Meisjes hebben hier vaker mee te maken dan jongens, zo'n 7 procent tegenover 4 procent (2020).
  • Over het algemeen hebben positieve emoties de overhand bij sociale mediagebruik. Denk aan trots op jezelf zijn, geïnspireerd raken of meeleven met anderen. Tegelijk ervaart ruim 20 procent van de jongeren van 14 en 15 jaar soms of vaker negatieve emoties (2019).
  • 2 procent van de Nederlandse 11-jarigen en 4 procent van de 13- en 15-jarigen rapporteert problematisch sociale mediagebruik (2017).
  • Volgens recent Vlaams onderzoek heeft gemiddeld 9 procent van de ondervraagde jongeren in het voortgezet onderwijs in de afgelopen twee maanden een seksueel getinte foto van zichzelf gemaakt en verzonden (2020).
  • Bij 3 procent van de basisschoolleerlingen en bij 4 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs tot en met 16 jaar is er sprake van problematisch gamen (2017).

Wat speelt er nu?

  • ​​​Gezonde omgang met sociale media. Er gebeurt veel op sociale media. Opvoeders krijgen niet altijd alles mee. En dat hoeft ook niet. Maar gebruik van sociale media biedt zowel kansen als risico’s. Start daarom zo vroeg mogelijk met de mediaopvoeding om de kansen optimaal te benutten en de risico’s te verminderen.
  • Een goede balans bij beeldschermgebruik. Wereldwijd constateren oogartsen een toename van bijziendheid bij kinderen en jongeren. Dit gaat samen met het toegenomen gebruik van smartphones en tablets. Het advies is om na elke twintig minuten beeldschermgebruik minstens twintig seconden in de verte te kijken en minstens twee uur daglicht te zien.
  • Sexting. Seksueel getinte foto’s of filmpjes delen met mensen die je vertrouwt is op zich niet gevaarlijk. Het is een normaal onderdeel van de seksuele ontwikkeling. Het is wel een probleem als een jongere onder druk is gezet of als het beeldmateriaal zonder toestemming verder verspreid wordt. Jongeren moeten zich meer bewust worden van de risico’s van sexting.
  • Debat over drillrap. De groepen in deze muziekscene staan bekend om hun video’s waarin ze geweld verheerlijken. Sociale media spelen een grote rol in de confrontaties die de verschillende drillrapgroepen met elkaar hebben.