Cijfers over mediagebruik

Mediagebruik onder kinderen van 0 tot en met 6 jaar

Kinderen van 0 tot en met 6 jaar maken in 2020-2021 volgens ouders vooral gebruik van de televisie (77 procent van de kinderen) en tablet (63 procent van de kinderen). 42 procent maakt ook gebruik van de smartphone. 28 procent van de totale groep maakt gebruik van game-apparaten. De e-reader wordt met 6 procent het minst gebruikt.

Naarmate kinderen ouder worden neemt het gebruik van alle apparaten toe. Het gebruik van tablets (84 procent), laptops (52 procent) en game-apparaten (51 procent) neemt vanaf 5 en 6 jaar significant toe.

Een derde van de ouders (33 procent) noemt YouTube of YouTube Kids als het favoriete medium van hun kind, waarmee dat het populairste medium is onder alle leeftijdscategorieën. Daarna is televisie met 29 procent van de kinderen populair. Ook reguliere tv-programma’s wordt nog veel gekeken, met name onder kinderen van 0 tot en met 2 jaar (38 procent). Leerzame apps zoals Squla en Gynzy worden door 6 procent van de kinderen gebruikt.

De meeste kinderen zijn dagelijks bezig met YouTube (64 procent) en televisie (59 procent) kijken. Aan YouTube  en YouTube Kids besteden kinderen gemiddeld 24 tot 25 minuten per dag.

Bij de meeste media geldt dat mediagebruik toeneemt met de leeftijd. De grootste toename is te zien bij YouTube en videogames.

Deze gegevens zijn afkomstig uit de Iene Miene Media monitor (2021). Die meet jaarlijks hoe kinderen van 0 tot en met 6 jaar omgaan met verschillende media en hoe hun ouders hen daarbij begeleiden.

Mediagebruik onder kinderen van 7 tot en met 12 jaar

Kinderen van 7 tot en met 12 jaar beschikken over het algemeen over veel verschillende media-apparaten. Volgens hun ouders zijn in 2021 de meest gebruikte apparaten de televisie (86 procent) en de smartphone (76 procent). Daarna volgen game-apparaten (72 procent) en tablets en laptop (beide 71 procent). De e-reader wordt het minst gebruikt, door 11 procent van de kinderen.

Met 37 procent noemen ouders YouTube het vaakst als favoriete medium van hun kind. Op de tweede en derde plaats staan TikTok (16 procent) en gamen (15 procent). Met circa 2 procent zijn boeken weinig populair onder 7- tot 12-jarigen.

Kinderen gebruiken YouTube vooral voor gamingvideo’s en vlogs van bekende YouTubers als Enzo Knol en Dylan Haegens.

Volgens hun ouders zijn kinderen dagelijks het vaakst bezig met YouTube (80 procent) en gamen (73 procent), waarbij gamen de meest tijdsintensieve mediavorm is. Aan YouTube besteden kinderen gemiddeld 44 minuten per dag en aan gamen gemiddeld 48 minuten per dag. 21 procent van de ouders zegt dat hun kind meer dan een uur besteedt aan gamen en bij 16 procent is dat meer dan een uur aan YouTube.

Het onderzoek onder ouders vond plaats in de periode dat er door corona een gedeeltelijk lockdown was, waardoor de cijfers hoger kunnen zijn dan onder normale omstandigheden.

Deze cijfers zijn afkomstig uit de Monitor Mediagebruik 7-12 jaar (2021). Het betreft een onderzoek onder ouders van jonge kinderen. Doel van het onderzoek was inzichtelijk te maken hoe kinderen omgaan met verschillende media en hoe ouders hen hierbij begeleiden.

Gebruik van sociale media door jongeren

Grafiek Sociale mediagebruik onder scholieren

In 2019 gebruikt 93,5 procent van de 12- tot 18-jarigen en 98,4 procent van de 18- tot 21-jarigen bijna dagelijks het internet. In veel gevallen bezoeken ze het internet voor toegang tot sociale media (94,6 procent van de 12- tot 18-jarigen en 98,8 procent van de 18- tot 21-jarigen) (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020). Ten opzichte van 2018 is sprake van een stijging van zowel het percentage jongeren die dagelijks het internet gebruiken als het percentage jongeren die internet gebruiken voor toegang tot sociale media. In 2018 waren de percentages voor dagelijks internetgebruik 93,0 procent onder de 12- tot 18-jarigen en 94,4 procent onder de 18- tot 21-jarigen. Percentages jongeren die internet voornamelijk gebruiken voor toegang tot sociale media waren respectievelijk 93,3 procent en 95,8 procent (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

In het HBSC-onderzoek onder scholieren is nagegaan in hoeverre jongeren sociale media gebruiken en in welke mate dat gebruik problematisch is. Scholieren zijn gevraagd hoe vaak ze online contact hebben met vrienden en andere mensen, zoals bijvoorbeeld ouders, leraren en klasgenoten. In 2017 zegt ruim 31 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs gedurende de hele dag contact te hebben met vrienden en anderen via sociale media. Leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs doen dit met 15 procent aanzienlijk minder. In het voortgezet onderwijs hebben meisjes vaker online contact dan jongens. Het gaat om 37 procent van de meisjes en 26 procent van de jongens. Ook is leerlingen gevraagd of zij een voorkeur hebben voor online contact boven face-to-face contact. In het voortgezet onderwijs zegt 14 procent van de leerlingen de voorkeur te geven aan online contact. In het basisonderwijs gaat het om 3,5 procent van de leerlingen.

Problematisch socialemediagebruik komt ruim twee keer zoveel voor bij leerlingen in het voortgezet onderwijs als bij leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs. Het gaat om respectievelijk 7,4 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs en 3,5 procent van de leerlingen in het basisonderwijs. Problematisch socialemediagebruik is gemeten aan de hand van een aantal stellingen waarbij is gekeken naar het aantal symptomen van problematisch gebruik én of er negatieve gevolgen zijn voor relaties of andere levensdomeinen (Stevens e.a., 2018).

Problematisch socialemediagebruik

In 2017 is bij 7,4 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs sprake van problematisch gebruik van sociale media. In groep 8 van het basisonderwijs gaat het om 3,5 procent. Deze cijfers zijn afkomstig uit het HBSC-onderzoek onder scholieren. Aan leerlingen zijn diverse stellingen voorgelegd waarin is nagegaan of leerlingen voldoen aan minstens vijf symptomen van problematisch gebruik.

Van alle jongeren in het voortgezet onderwijs zegt 29 procent sociale media te gebruiken om niet aan vervelende dingen te hoeven denken. In het basisonderwijs gaat het om bijna 27 procent. Dit is onder alle leerlingen het meest voorkomende symptoom van problematisch gebruik. Onder meisjes in het voortgezet onderwijs komt problematisch gebruik van sociale media significant vaker voor dan bij jongens. Het gaat om bijna 9 procent van de meisjes en ruim 6 procent van de jongens die hier last van heeft.

Problematisch gamegebruik

In het HBSC-onderzoek is ook nagegaan bij hoeveel jongeren sprake is van problematisch gamegedrag. In het voortgezet onderwijs voldoet 4 procent van de leerlingen aan de criteria voor problematisch gamegedrag. In het basisonderwijs gaat om 3 procent van de leerlingen. Problematisch sociale mediagebruik komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Bij problematisch gamegedrag is het omgekeerd. Bij jongens in het voortgezet onderwijs gaat het om 7 procent en bij jongens in het basisonderwijs om ruim 5 procent. Bij meisjes gaat het in zowel het basis- als voortgezet onderwijs om circa 1 procent (Stevens e.a., 2018).

Definitie

Sociale media zijn websites of apps waarbij iedereen informatie kan delen, zoals tekst, afbeeldingen en video's. Andere gebruikers kunnen reageren op deze berichten of deze delen. Voorbeelden van sociale media zijn Facebook, Twitter, Instagram en Whatsapp.

Meer informatie

Mediaopvoeding

Gebruikte publicaties
Gebruikte onderzoeken
Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud