Het scheidingsproces

Het proces van een scheiding zijn globaal in drie stadia te verdelen: het crisisstadium, het overgangsstadium en het stadium van hernieuwde stabiliteit. In alle stadia spelen andere vragen en onzekerheden bij de betrokken een rol en dit vraagt andere ondersteuning van de professional.

Crisisstadium

Deze eerste fase is ingewikkeld en moeilijk voor alle betrokkenen. Er is sprake van spanning, onzekerheid en frustratie in het gezinsleven. Deze fase kan soms drie tot vijf jaar duren. Ouders kunnen, doordat zij in beslag worden genomen door hun eigen emoties of relatieproblemen, minder beschikbaar zijn voor hun kind(eren). Hierdoor komt de ouder-kindrelatie onder druk te staan. Dit kan zich onder andere uiten in minder emotionele steun en aandacht voor het kind. Kinderen kunnen in deze fase gevoelens van schuld of rouw ervaren. Deze fase wordt afgesloten met de daadwerkelijke scheiding.

Overgangsstadium

In deze fase verandert er meestal veel. Voor kinderen verandert vaak de woon- en leefsituatie en de structuur van de week. Zij gaan bijvoorbeeld bij een van de ouders wonen en zien de andere ouder daardoor minder, wisselen van buurt of school en krijgen te maken met eventuele nieuwe partners van de ouder(s).

Ook kan het inkomen van ouders sterk veranderen, doordat zij dit niet meer met elkaar delen. Dit kan als gevolg hebben dat de (sport)clubs, verenigingen of activiteiten waar kinderen aan deelnamen wegvallen of veranderen. Structuur en stabiliteit kunnen ertoe bijdragen dat kinderen deze fase makkelijker doorkomen. Dit vraagt van ouders dat zij heldere afspraken maken over onder meer de verdeling van zorg- en opvoedingstaken.

Stadium van hernieuwde stabiliteit

In deze fase is er meestal sprake van meer stabiliteit. Er is nu duidelijkheid over de leefsituatie en de verdeling van zorg- en opvoedtaken. Het kind heeft de gelegenheid gekregen om aan de nieuwe situatie te wennen en heeft met beide ouders een nieuwe band opgebouwd. Ook is er duidelijkheid over het ontbreken van een gezamenlijke toekomst met elkaar. Hierdoor is er in deze fase meer ruimte voor herstel en gevoel van evenwicht, dan in de voorgaande stadia.

Elke scheiding is uniek, waardoor deze fases zich niet altijd op dezelfde manier voordoen, maar het geeft wel een algemeen beeld.

Bron

Pluijm, A. van der., & Grevelt, M. (2013). School en echtscheiding. Alledaagse begeleiding binnen een schoolbreed beleid. Amsterdam, Nederland: SWP.