Co-ouderschap en andere vormen van ouderschap

Meer dan 90 procent van de ouders houdt na hun scheiding gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen. Er zijn verschillende vormen waarin ouders dit kunnen organiseren.

Zorgregeling of omgangsregeling

Het maken van een ouderschapsplan is wettelijk verplicht voor ouders die willen scheiden en kinderen hebben die jonger zijn dan 18 jaar.  Onderdeel van het ouderschapsplan is een zorgregeling of een omgangsregeling. Wanneer beide ouders gezag hebben over de kinderen spreken we van een zorgregeling. Deze regeling gaat over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken. Wanneer één van de ouders het gezag heeft, is er sprake van een omgangsregeling voor de niet gezaghebbende ouder. Hierin staat hoe vaak de niet gezaghebbende ouder het kind ziet.

Binnen een zorgregeling kan de verdeling van de zorg- en opvoedtaken 50/50 zijn, maar ook een minder gelijke verdeling zoals 70/30. Een zorgregeling met een ongeveer gelijke verdeling noemen we co-ouderschap. 

Co-ouderschap

Om goed co-ouderschap te realiseren, is het nodig dat de ouders de verzorging en opvoeding van de kinderen op elkaar afstemmen. De ouders gunnen elkaar een goede band met de kinderen en ze stimuleren de band met de andere ouder. Ouders werken zoveel mogelijk samen, overleggen en delen hun ervaringen met de kinderen met elkaar. Het belangrijkste is dat er communicatie tussen de ouders mogelijk is. Deze vorm van co-ouderschap wordt coöperatief ouderschap genoemd.

Soms is communicatie tussen ouders niet mogelijk of wenselijk. In dat geval kan parallel ouderschap een optie zijn of een tussenvorm. Hierbij zijn de zorg- en opvoedtaken ook ongeveer gelijk verdeeld waardoor het onder co-ouderschap valt. Alleen is de communicatie en afstemming van ouders onderling minimaal.

Coöperatief ouderschap

Dit houdt in dat ouders regelmatig met elkaar communiceren. Bij coöperatief ouderschap bespreken jullie als ouders samen belangrijke beslissingen en neem je ook samen de beslissing. Er zijn nog regelmatig momenten van samenkomen van het 'gezin', zoals bij feestdagen of ouders gaan samen naar gesprekken op school.

Kenmerken van coöperatief ouderschap:

  • Ouders communiceren regelmatig met elkaar.
  • Ouders hebben rechtstreeks contact met elkaar, face tot face of via de telefoon.
  • Ouders nemen samen belangrijke beslissingen en bespreken die ook samen.
  • Ouders werken samen om problemen met de kinderen op te lossen en activiteiten te plannen.
  • Ouders werken samen vanuit de belangen van de kinderen.
  • Er zijn nog momenten van samenkomen van het oude gezin.
  • Ouders gaan samen naar gesprekken op school.
  • Ouders zorgen dat er voor de kinderen een prettige overgang van het ene naar het andere huis is.
  • Ouders bespreken veranderingen in schema's en vakanties in overleg en met een flexibele en open houding naar de verzoeken van de andere ouder toe.
  • Ouders bespreken met elkaar de opvoeding en waar zij tegenaanlopen.

Parallel ouderschap

Parallel ouderschap betekent dat de ouders hun kinderen elk op hun eigen manier opvoeden, zonder dat ze dat onderling afstemmen. Bij parallel ouderschap is er weinig communicatie en emotionele betrokkenheid tussen de ouders. Er worden duidelijke afspraken gemaakt om conflicten te verminderen of te voorkomen. Deze afspraken worden vastgelegd in een ouderschapsplan. Belangrijk is wel dat beide ouders zich aan die afspraken houden. Er is in deze vorm van ouderschap weinig flexibiliteit; de afspraken zijn leidend.

Bij parallel ouderschap kan een onafhankelijk derde persoon betrokken zijn die het contact tussen ouders ondersteund. Bijvoorbeeld als er belangrijke beslissingen over het kind gemaakt moeten worden. Dit wordt een bemiddelaar genoemd. Ook als ouders het niet eens worden over het ouderschapsplan, kan een bemiddelaar een uitkomst bieden om een juridisch traject te voorkomen. Deze bemiddelaar kan door ouders zelf gekozen worden. Vaak is dit een mediator of sociaal werker.

Kenmerken van parallel ouderschap:

  • Ouders communiceren onregelmatig of alleen in noodgevallen.
  • Ouders gebruiken e-mail, whatsapp, een derde persoon of een speciaal schrift om te communiceren over de kinderen.
  • De twee gezinnen hebben zo min mogelijk met elkaar te maken. Elke ouder neemt eigen beslissingen over de kinderen, zolang ze in het huis van de die ouder zijn.
  • Ouders zetten zich los van elkaar in voor de belangen van de kinderen.
  • De overgangen van de kinderen van het ene naar het andere huis vinden plaats op een neutrale plek, met weinig communicatie tussen de ouders, of via de school.
  • Beide ouders houden zich aan de ouderschapsplannen. Ouders hebben een externe instantie nodig om punten op te lossen waar ze het niet over eens worden.
  • Iedere ouder is verantwoordelijk voor de eigen relatie met het kind.

Het verhaal van Martijn en Eva

Een jaar na de scheiding trokken Martijn en Eva samen in een groot huis, met ieder een eigen woonomgeving en een gezamenlijk deel voor de kinderen. Een bijzondere constructie, die niet voor iedereen is weggelegd en de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Het uitgangspunt van Martijn en Eva was om samen een thuis voor hun kinderen te creëren.

Lees het verhaal

  • Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding, (2009).
  • (Maas en Cornelis 2018).
  • (Pedro-Cardoll 2017).

Zoek je als ouder of opvoeder hulp of advies? Bekijk hier waar je terecht kunt.

Hulp en advies voor ouders