Transformatie jeugdhulp

De geschiedenis van het jeugdstelsel

Al decennia wordt er gewerkt aan de verbetering van het jeugdstelsel. De geschiedenis van het jeugdstelsel laat zien dat voortdurend dezelfde wensen voor verbetering naar voren komen, gevolgd door een stelselwijziging of een andersoortige interventie die dit zou moeten faciliteren. De achterliggende bedoeling lijkt daarbij steeds weer naar de achtergrond te verdwijnen.

Bij de verbeteringen van het jeugdstelsel gaat steevast over:

  • Beter luisteren naar cliënten;
  • Een versterking van het preventief jeugdbeleid en ondersteuning op lokaal niveau;
  • Meer samenhang in jeugdhulpverlening, jeugd-ggz en jeugdbescherming op regionaal niveau en inbedding van die hulp in de leefwereld van de gezinnen;
  • Verbetering van de samenwerking met het onderwijs.

Historische ontwikkelingen

Het blijkt dat er al lange tijd veel onvrede is over hoe het stelsel in elkaar zit. Zoals in een rapport van de zogeheten Task Force Jeugdhulpverlening (1994) gezegd wordt: 'Een stelsel waarvan men zegt "dat bedenk je niet"'. Twintig jaar eerder (1974) stelde de zogeheten Commissie Mik al dat de tot dan toe vooral landelijk georganiseerde en aangestuurde hulpverlening veel beter moet gaan aansluiten bij de leefwereld van de cliënten. Dat vereist ingrijpende veranderingen.

Ook valt op dat er al vroeg een wens én een beleid is om veranderingen door te voeren die vandaag de dag nog steeds op de agenda staan. Betere toegang en regionale samenwerking in de zorg en meer luisteren naar cliënten (1974), betere verbinding met het onderwijs (1984), versterking aansluiting van lokale, regionale en landelijke voorzieningen (1996), een sterke eerstelijn (1998, 2000), gemeenten verantwoordelijk voor onder meer toeleiding naar hulp, het bieden van lichte pedagogische ondersteuning en coördinatie van zorg (2007). 

De huidige Jeugdwet is in dat perspectief te zien als een stap in de vervulling van de wens tot verandering. Hieronder een overzicht van markante momenten in de lange aanloop naar de huidige Jeugdwet met links naar soms unieke historische documenten.

Historisch overzicht

1974

  • Eindrapport Gemengde Interdepartementale Werkgroep Jeugdwelzijnsbeleid
    Het werk van de in 1974 ingestelde Gemengde Interdepartementale Werkgroep Jeugdwelzijnsbeleid, beter bekend als de Commissie Mik, geldt algemeen als het 'officiële' beginpunt van de vernieuwing van de jeugdzorg. De commissie wil een toegankelijke en herkenbare hulpverlening die aansluit bij de leefwereld van de cliënten. Het krijgen van adequate hulp moet een recht worden en wie niet tevreden is, moet zich daarover kunnen beklagen. De aanbieders van hulp moeten op regionaal niveau samen verantwoordelijk worden voor een samenhangend aanbod.

1980

  • Financiering en beleid inzake de jeugdhulpverlening en jeugdbescherming zijn vooral rijksaangelegenheden. De jeugd-ggz, waaronder de medisch opvoedkundige bureaus, de jeugdpsychiatrische diensten (later deel uitmakend van de afdelingen jeugd van de Riaggs) en de kinder- en jeugdpsychiatrie, fungeren in het circuit van de gezondheidszorg.

1984

  • Eindrapport IWRV en Eindrapport IWAPV
    IWRV (residentiële voorzieningen voor jeugdigen) en IWAPV (ambulante en preventieve voorzieningen voor hulpverlening aan jeugdigen). Advies: Jeugdhulpverlening regionaliseren. Jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en jeugd-ggz moeten samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden. Deze houden multidisciplinaire jeugdhulpadviesteams in stand die diagnostiek verzorgen bij ingewikkelde problematiek, adviseren over aangewezen hulp en het plaatsingsbeleid van instellingen toetsen. Scholen en jeugdhulpverlening moeten samenwerken in preventie.

1989

  • Wet op de jeugdhulpverlening
    Decentralisatie jeugdhulpverlening van rijk naar provincies en grootstedelijke regio's. Regionale samenwerkingsverbanden en jeugdhulpadviesteams worden wettelijk verankerd. Later (in de memorie van toelichting van de 'Wet op de jeugdzorg') wordt geconstateerd dat de samenwerkingsverbanden en jeugdhulpadviesteams niet van de grond zijn gekomen.

1994

1996

1997

1998

  • Advies projectgroep Toegang
    Formuleert een afbakening van de vrij toegankelijke ambulante jeugdzorg (gemiddeld 15 contacten, geen indicatie nodig, rechtstreeks toegankelijk) en de geïndiceerde jeugdzorg (intensieve ambulante zorg, pleegzorg, daghulp en dag-en-nachthulp).
  • Projectgroep Toegang/IOG: protocol verwijzing jeugd-ggz
    Uitwerking van de procedure die gevolgd moet worden bij een vermoeden van ernstige psychiatrische problematiek.
  • Brief aan Tweede Kamer over knelpunten vorming bureau jeugdzorg
    De vorming van bureau jeugdzorg kent door interpretatieverschillen vele varianten. Het wettelijk kader moet aangescherpt worden en de financiering vergt verdere aandacht.
  • Regeerakkoord 1998
    Er komt een Wet op de jeugdzorg, met eenduidige aansturing en financiering VWS-deel, jeugd-ggz-AWBZ-deel, justitie-deel. Het bureau jeugdzorg, als één loket voor de jeugdhulpverlening, wordt een onafhankelijke rechtspersoon, onder één gezag met één financiering.

1999

  • Projectgroep Toegang: Eindadvies toegang tot de jeugdzorg
    Het brede bureau jeugdzorg als rechtspersoon op provinciaal niveau, en is schakel in samenwerking met lokaal niveau. Kwaliteitseisen aan de functies. Het bureau biedt vrij toegankelijke ambulante jeugdzorg. Indicatiestelling geeft toegang tot geïndiceerde zorg, zorgtoewijzing regelt plaatsing. Het bureau voert tevens casemanagement, (gezins)voogdij en reclasseringstaken uit.
  • Rapport Commissie Gunther, adviescommissie Wet op de jeugdzorg
    Informatie en advies moeten lokaal worden geboden. Indicatiestelling en alle ambulante hulpverlening en behandelfuncties valt onder een bureau jeugdzorg. Verblijf en verzorging wordt geboden door een residentiële organisatie. Zorgtoewijzing moet een soort aanbesteding worden. Per regio van 500.000 inwoners een bureau.

2000

  • Beleidskader Wet op de jeugdzorg
    Bureau jeugdzorg op provinciaal niveau met lokale vestigingen. Het biedt o.a. licht ambulante zorg. Het recht op zorg geeft de cliënt een aanspraak op het ontvangen van geïndiceerde zorg (jeugdhulpverlening, jeugd-ggz, jeugd-lvg). Maatregeluitvoering (de (gezins)voogdij-taken) moet ondergebracht worden in bureau jeugdzorg.
  • Toespraak staatssecretaris Vliegenthart
    Staatssecretaris Vliegenthart (VWS) uit zich als sterke voorstander van een breed bureau jeugdzorg: het biedt aanmelding, intake en screening, maar ook kortdurende ambulante hulpverlening, consultatie en advies.

2004

2005

  • Wet op de jeugdzorg
    Regeling van de aanspraak op, toegang tot en bekostiging van de jeugdzorg. Bureau jeugdzorg geeft indicatiebesluiten af voor de jeugdhulpverlening, de jeugd-ggz en de jeugd-lvg. Het verzorgt civielrechtelijke plaatsing in justitiële jeugdinrichtingen. Voorts voert het bureau taken uit in het kader van maatregeluitvoering, jeugdreclassering en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Het bureau krijgt beperkte mogelijkheden om ambulante zorg te bieden.

2006

2007

  • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
    De gemeente is verantwoordelijk voor vijf vastgestelde taken binnen het lokaal preventief jeugdbeleid: informatie en advies, signalering, toeleiding naar hulp, pedagogische hulp (licht ambulante hulp), en coördinatie van zorg.
  • Beleidsplan ministerie voor Jeugd en Gezin
    In 2011 moet er in elke gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin zijn, voor ondersteuning van ouders bij de opvoeding van hun kinderen. De Centra voor Jeugd en Gezin en jeugdzorginstellingen zijn in een bepaald werkgebied jeugdigen verplicht zorg te bieden. Ook moet er in 2011 een landelijk dekkend netwerk van zorg- en adviesteams zijn voor alle leeftijdsgroepen.

2009

2010

  • Kabinetsvisie over de toekomst van jeugd en gezin en brief
    Het demissionaire kabinet Balkenende IV heeft op 9 april 2010 haar visie gepresenteerd over de toekomst van de ondersteuning van en de zorg voor jeugdigen. Kernwoorden daarbij zijn: versterken van eigen kracht, meer ondersteuning, zorg van hoge kwaliteit die snel en dichtbij beschikbaar is. Om de zorg voor jeugd zo goed en eenvoudig mogelijk te organiseren, wordt de bestuurlijke verantwoordelijkheid op termijn bij gemeenten gelegd.
  • Jeugdzorg dichterbij, eindrapport van de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg
    In november 2009 is de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg ingesteld. Het doel van de verkenning was inzicht te krijgen in de aanbevelingen en conclusies uit eerder uitgevoerde of nog uit te voeren onderzoeken op het terrein van de jeugdzorg. De parlementaire werkgroep sprak met deskundigen en vertegenwoordigers van organisaties die direct betrokken zijn bij de jeugdzorg.
  • Reactie op eindrapport werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg
    Op 1 september 2010 hebben minister Rouvoet van Jeugd en Gezin en minister Hirsch Ballin van Justitie in een brief gereageerd op het eindrapport van de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg.
  • Regeerakkoord
    Het kabinet-Rutte geeft in het regeerakkoord aan dat de jeugdzorg in zijn geheel overgaat naar de gemeenten. De nieuwe regering volgt daarmee voor een belangrijk deel de standpunten van het vorige kabinet en de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg.

2011

  • Transitiebrief Transitie jeugdzorg
    Er komt een nieuwe wet, de Wet zorg voor jeugd, ter vervanging van de huidige Wet op de jeugdzorg en wetsonderdelen over de jeugd-ggz en de jeugd-lvg uit de Zorgverzekeringswet en de AWBZ.
  • Beleidsbrief Geen kind buiten spel
    In deze brief staan de hoofdlijnen van het nieuwe stelsel. Gemeenten moeten een algemeen zorgaanbod hebben, waar kinderen en ouders zorg op maat kunnen krijgen. Veel gemeenten hebben al een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) voor lichte hulp. Als ouders en kinderen straks meer gespecialiseerde hulp nodig hebben, schakelt het CJG die in.

2012

2013

2014

  • Nota n.a.v. verslag
    In deze nota geeft de regering opheldering over de vragen die bij de fracties leven
  • Afspraken zorginkoop jeugd-ggz
    Brief van staatssecretaris Van Rijn (VWS) en staatssecretaris Teeven (VenJ) aan de Tweede Kamer over de afspraken over de inkoop van de jeugd-ggz.
  • Stemming Eerste Kamer voor Jeugdwet
    De Eerste Kamer stemt op 18 februari in met de Jeugdwet.
  • Derde rapportage TSJ
    De Transitiecommissie Stelselwijziging Jeugd (TSJ) geeft in deze rapportage haar bevindingen over de voortgang van de transitie jeugd.
  • Publicatie Jeugdwet
    Publicatie van de Jeugdwet in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden.
  • Focuslijst 2014
    De ministeries van VWS en VenJ en de VNG publiceren een focuslijst 2014 voor de transitie jeugd.
  • Vierde rapportage TSJ
    De Transitiecommissie Stelselwijziging Jeugd (TSJ) geeft in deze rapportage haar bevindingen over de voortgang van de transitie jeugd.
  • Ontwerpbesluit Jeugdwet
    Staatssecretaris Van Rijn (VWS) en staatssecretaris Teeven (VenJ) sturen Ontwerpbesluit Jeugdwet naar Eerste en Tweede Kamer.

2015

Vragen?

Martijn van Wietmarschen is contactpersoon.

Foto Martijn van Wietmarschen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies