Middelenmisbruik en verslaving: in het kort

Middelenmisbruik gaat over overmatig gebruik van alcohol, roken en drugs. Het is normaal dat jongeren hiermee experimenteren. Het wordt gevaarlijk als jongeren daardoor niet meer goed functioneren of zelfs verslaafd raken.

Het gebruik van alcohol en wiet heeft een negatieve invloed op het geheugen, het leervermogen en de ontwikkeling van de hersenen. Dat kan betekenen dat het minder goed gaat op school. Jongeren lopen meer risico om verslaafd te raken dan volwassenen. In veel gevallen hebben jongeren met problematisch middelengebruik ook andere problemen.

Cijfers

  • 4 procent van alle jongeren in het regulier onderwijs van 12 en 13 jaar heeft wel eens geblowd. 1 procent van de jongeren rookt dagelijks sigaretten.
  • Bij jongeren in de jeugdhulp en jeugdbescherming heeft 33 procent wel eens geblowd en rookt bijna 25 procent van de jongeren van 12 en 13 jaar dagelijks sigaretten.
  • Van de jongeren van 16 jaar die in een instelling wonen, heeft 25 procent wel eens xtc gebruikt en 18 procent cocaïne. In het reguliere onderwijs ligt dit voor beide drugs op 3 procent.

Wat speelt er nu?

In Nederland gebruiken jongeren vooral bij het uitgaan alcohol en drugs. Nu de uitgangsgelegenheden gesloten zijn, verandert dat beeld. Voor sommige jongeren is de coronatijd een periode om meer te gebruiken en te experimenteren. Terwijl het voor andere jongeren juist een reden is om niet of minder te gebruiken (Trimbos, 2020).

Uit onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd blijkt dat bij een groeiende groep kinderen en jongeren de mentale problemen zo toegenomen zijn dat zij dringend hulp nodig hebben. Bijvoorbeeld vanwege verslaving.