Signalering van seksuele uitbuiting

Een goede signalering van seksuele uitbuiting is belangrijk, zodat zij de goede zorg en opvang krijgen. Goede training en scholing van professionals, borging van het thema in de organisatie, het gebruik van handreikingen en risicotaxatie-instrumenten, en een goede ketensamenwerking kunnen hierbij helpen.

Signaleren is lastig

Signaleren of er sprake is van seksuele uitbuiting is niet eenvoudig. Dit heeft een aantal redenen:

  • De uitbuiters zijn vaak online actief, wat bijdraagt aan het verborgen karakter van het probleem.
  • Kinderen die zijn onderworpen aan seksuele uitbuiting ontkennen vaak dat er sprake is van gedwongen seks of uitbuiting, of beleven het niet op die manier.

Beter signaleren

Comensha deed in 2020 onderzoek naar hoe de signalering en registratie van slachtoffers van seksuele uitbuiting binnen de jeugdhulpverlening verbeterd kan worden. Hier kwamen de volgende aanbevelingen uit:

  • Meer training en scholing van professionals op het gebied van signalering en gespreksvoering.
  • Aandacht voor de verschillende vormen van uitbuiting. Dus niet alleen op het gebied van seksuele uitbuiting, maar ook criminele en financiële uitbuiting.
  • Implementeer kennis van bestaande risicotaxatie-instrumenten en hulpmiddelen in de organisatie. Bekijk de pagina Tools op een rij voor praktisch advies bij het voorkomen, signaleren en melden van problemen met uitbuiting.
  • Implementeer het thema seksuele uitbuiting in de interne werkwijze van de organisatie. Een aandachtsfunctionaris kan fungeren als vraagbaak voor medewerkers, verspreiding en implementatie van kennis en materialen. Ook kan de aandachtsfunctionaris het contact onderhouden met externe ketenpartners.
  • Maak duidelijke afspraken over melding en registratie bij CoMensha en gebruik van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
  • Versterk de samenwerking tussen professionals. Denk aan politie en justitie, het jongerenwerk, behandelaren, de gemeente, de jeugdbescherming, de jeugdreclassering, de schuldhulpverlening en de leerplichtambtenaar. Elke regio heeft een lokale zorgcoördinator mensenhandel.

Stappenplan voor signaleren

Een praktisch hulpmiddel voor het signaleren van meisjesslachtoffers is het stappenplan voor signaleren: Hoe signaleer je slachtoffers? Het stappenplan beschrijft wat je als hulpverlener kunt doen bij vermoedens van seksuele uitbuiting en geeft tips voor screening en aandachtspunten voor gespreksvoering. De stappen geven houvast bij het aanpakken van uitbuiting door mensenhandelaars.

De handreiking is specifiek gericht op meisjes omdat zij verreweg de grootste groep slachtoffers vormen. Er is meer onderzoek nodig naar risicofactoren en signalen van slachtoffers onder jongens om specifieke stappen voor jongens te kunnen formuleren.

De volgende punten dragen bij aan een betere signalering:

  • Een jongere doet een onthulling over seksuele uitbuiting eerder spontaan, bijvoorbeeld tijdens de afwas, dan tijdens een gepland gesprek. Praat dus met elke jongere over seks en eventuele nare ervaringen op dit gebied. Weet wat je kunt doen waardoor een jongere je in vertrouwen neemt. Wees beschikbaar voor de jongere, oordeel niet en biedt waar nodig veiligheid.
  • Heb oog voor onderliggende trauma's uit vroege jeugdjaren. Slachtofferschap is vaak een aan de leeftijdsfase gerelateerde uitingsvorm van structureel misbruik door anderen.
  • Heb oog voor beperkte verstandelijke vermogens bij jongeren. Seksuele uitbuiters spelen in op mogelijk beperkte vermogens van potentiële slachtoffers om een situatie goed in te schatten en 'nee' te zeggen. Meisjes met een seksueel trauma of een lichte verstandelijk beperking (lvb) lopen extra risico om slachtoffer te worden van seksuele uitbuiting.
  • Slachtoffers zien de problematiek vaak anders dan professionals. Zo voelen meisjes zich niet altijd het slachtoffer van seksuele uitbuiting. Ze zien de uitbuiters als hun vriend of ex-vriend, voelen zich sterk loyaal aan hem en ervaren rouw wanneer zij van hem loskomen.
  • Slachtoffers kunnen ook anderen seksueel uitbuiten. Zij kunnen daartoe gedwongen worden.
  • Jongeren die anderen ronselen in opdracht van een seksuele uitbuiter kunnen ook een kwetsbaar verleden hebben, waaronder meegemaakt seksueel misbruik.
  • Intersectoraal en multidisciplinair samenwerken is essentieel voor een succesvolle signalering en aanpak van seksuele uitbuiting. Professionals vanuit de politie, het medisch circuit, de jeugd-ggz, de jeugd-lvb-zorg en het onderwijs moeten deel uitmaken van de aanpak.

Risicotaxatie-instrumenten

Onderdeel van het stappenplan is het gebruik van een risicotaxatie-instrument:

  • Het Risicotaxatie-instrument Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (RiS) is aangevuld met een deel over signalen en risico's meisjesslachtoffers loverboys (RiS-L). Het instrument is alleen beschikbaar in de beveiligde omgeving van Jeugdzorg Nederland en in BergOp. Professionals die niet werken met BergOp en organisaties die geen lid zijn van Jeugdzorg Nederland, maar wel werken met (potentiële of vermoedelijke) slachtoffers van seksuele uitbuiting, kunnen informatie over het RiS-L opvragen via veiligopgroeien@nji.nl. Alleen verzoeken die worden verstuurd met een mailadres dat verwijst naar een professionele organisatie worden gehonoreerd.

Het instrument 11VB brengt voor meisjes met een lichte verstandelijke beperking (lvb) in kaart hoeveel risicofactoren er zijn die de kans om slachtoffer te worden van mensenhandel vergroten.

Lees ook meer over de werkwijze van uitbuiting en het risicoprofiel van slachtoffers. Vermoed je dat iemand slachtoffer is van seksuele uitbuiting? Lees dan wat je kunt doen op het gebied van melding en registratie.

Stefanie Abrahamse