Hoe werk je goed samen met ouders en kinderen in de jeugdbescherming?

Goede samenwerking tussen gezinnen en professionals vergroot de effectiviteit van hulp. De beslissing welke hulp in te zetten heeft immers grote impact op het gezin. Investeren in een goede samenwerkingsrelatie is essentieel, zeker binnen de jeugdbescherming. Hoe doe je dat?

Investeren in samenwerking

Vertrouwen opbouwen en elkaar begrijpen en leren kennen heeft tijd nodig. In de jeugdbescherming geldt dat nog meer, omdat veel ouders en jeugdigen teleurgesteld zijn geraakt in de hulpverlening. Ze hebben slechte ervaringen opgedaan en hun vertrouwen in hulpverleners kan beschadigd zijn. Het is dus belangrijk om de wensen en verwachtingen van het gezin voorop te stellen. Hun ervaringen en hun kijk op de problematiek en oplossingen moeten leidend zijn.

Ouders en jeugdigen hebben behoefte aan duidelijkheid en eerlijkheid. Denk dus niet te snel in termen als ’weerstand’, maar in ‘we hebben meer gesprek nodig’. Het is belangrijk dat professionals steeds nagaan of ouders en jeugdige zich gehoord voelen. Dat betekent een regelmatige evaluatie van de gesprekken, zodat voor iedereen helder is hoe de samenwerkingsrelatie ervoor staat.  

Goed samenwerken kent een aantal belangrijke aspecten. Lees hierover meer in de richtlijn Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp:

Inhoudelijk kader voor besluitvormingsprocesSamen met ouders en jeugdige beslissen

Gedwongen kader

Specifiek voor samenwerking binnen het gedwongen kader zijn de volgende punten belangrijk.

De houding van de hulpverlener

De houding van de hulpverlener kenmerkt zich als open, niet-oordelend, stimulerend, duidelijk, betrouwbaar, bereikbaar, betrokken en open voor feedback. Een houding die gelijkwaardigheid en respect benadrukt. Concreet betekent dit: ruimte en rust creëren, duidelijk en transparant communiceren en de tijd nemen. Het betekent ook afspraken nakomen, goed afstemmen en overleggen met de cliënt, ruimte geven voor emoties, goed luisteren, begrip tonen en in verbinding blijven.

Lees meer over goede samenwerking in Samen werken aan feitenonderzoek.

Gespreksvaardigheden van de professional

Bij gespreksvaardigheden gaat het als eerste om luistervaardigheden: de cliënt ruimte geven om zijn verhaal op zijn manier te vertellen. Daarnaast betekent het dat een professional doorvraagt als een gesprek niet prettig verloopt. Voorbeeldvragen zijn:

  • Wat gebeurt hier?
  • Horen we van elkaar wat we zeggen?
  • Ik merk dat we elkaar niet begrijpen, hoe zie jij dit?
  • Wat roept het bij je op wat ik zeg, ik merk dat het je raakt?
  • Wat is er aan de hand?
  • Ik merk dat je boos bent, wat maakt je boos?
  • Kan je vertellen wat je voelt?
  • Wat vind je prettig?

Ook is het belangrijk om als hulpverlener te verwoorden wat je observeert bij de cliënt. Bijvoorbeeld: 'Ik merk dat je dit gesprek heel spannend vindt. Dat kan ik me voorstellen en dat is heel normaal.'

Houd er daarnaast rekening mee dat de gedwongenheid, en daarmee het verlies van autonomie, bij cliënten sterke gevoelens kan oproepen. Het biologische overlevingsmechanisme van 'vluchten-vechten-verstijven' wordt geactiveerd. Hierdoor kunnen mensen minder goed luisteren en hun emoties in bedwang houden. Dit mechanisme treedt ook bij de professional. Ook een professional kan een eerste gesprek spannend of moeilijk vinden.

Van tevoren regels of een afspraak te maken

Zeker als de kans bestaat dat emoties hoog oplopen, kan het helpen om van tevoren heldere regels af te spreken of afspraken te maken over ieders rol in het gesprek, verwachtingen en de manier van communiceren. Daarnaast is het goed om met elkaar af te spreken wat te doen als het gesprek niet meer prettig verloopt. Hoe gaan we om met een naderende escalatie?

Een duidelijke agenda samenstellen

De professional kan voorafgaand aan het gesprek vragen aan de ouder wat deze wil bespreken, zodat van beide kanten de verwachtingen helder zijn. Zo kan de cliënt zich beter voorbereiden op het gesprek.

Een gezamenlijke visie op het probleem

Het is belangrijk dat cliënt en professional het eens zijn over het probleem, de zorgvraag, het plan van aanpak en de informatie die er bij de start van een jeugdbeschermingsmaatregel ligt. Als het probleem helder is, geeft dat meer mogelijkheden om met elkaar samen te werken. De professional heeft immers de ouders nodig om beweging te realiseren.

Goed informeren over rechten en plichten

Het is belangrijk dat de professional de cliënt goed informeert over diens rechten en plichten. Dit geldt zeker voor het eerste gesprek, maar ook voor de gesprekken die volgen. Hierbij hoort een goede uitleg van het proces en van de mogelijkheden om een klacht in te dienen.

Aanwezigheid vertrouwenspersoon of ervaringsdeskundige

Veel cliënten vinden het prettig als zij iemand mee kunnen nemen naar een gesprek met een hulpverlener. Je kunt hierbij denken aan een vertrouwenspersoon of een ervaringsdeskundige. De functie van vertrouwenspersoon is overigens in de Jeugdwet vastgelegd.

De besluitvorming heroverwegen

Als de cliënt zich niet kan vinden in een besluit, is het de vraag of de cliënt voldoende mee heeft kunnen doen. In dat geval is het goed om een paar stappen terug te zetten en samen te bespreken hoe het beslisproces is verlopen. Is er nog ruimte voor een andere beslissing?

Lees ook

Alle pagina's over jeugdbescherming

Naar het overzicht

Anne Addink