De rol van gender in de ontwikkeling en opvoeding van je kind

De genderidentiteit van kinderen staat niet vast, maar ontwikkelt zich gedurende hun leven. Net als hun seksuele ontwikkeling. Kinderen gedragen zich meisjesachtig of jongensachtig. Soms is dit gedrag niet het gedrag dat je bij jouw kind had verwacht. Hoe ga je daar als ouder mee om?

0-4 jaar

Gedurende het eerste levensjaar leren kinderen al onderscheid te maken tussen vrouwen en mannen. Ze snappen nog niet wat het betekent om jongen of meisje te zijn, maar ze kunnen bijvoorbeeld wel de stem van een man koppelen aan het uiterlijk van een man.

Vanaf ongeveer 2 jaar gaan kinderen zich gedragen naar de verwachtingen waarvan ze denken dat die bij hun geslacht horen, bijvoorbeeld in hun speelgoedkeuze. Vanaf 2,5 jaar beginnen kinderen met het labelen van mensen en voorwerpen als vrouwelijk of mannelijk. Wanneer gevraagd wordt 'Wat is meisjesspeelgoed?', wijzen ze bijvoorbeeld een pop aan. Kinderen vanaf 3 jaar gaan zichzelf ook labelen als jongen of meisje.

Bij Seksuele opvoeding van jonge kinderen lees je hoe je je kind kunt steunen bij de seksuele ontwikkeling. Ook bij de ontwikkeling van hun genderidentiteit kun je kinderen ondersteunen. Bijvoorbeeld door kinderen zelf te laten kiezen met welk speelgoed ze willen spelen. En door in je taalgebruik gendernormen te vermijden, zoals: 'Een pop is eigenlijk meer voor meisjes' of 'Wat stoer dat jij als meisje met een politiewagen speelt'.

Ga er vanuit dat een kind alles leuk kan vinden, ongeacht of dit past bij de gendernormen. Probeer je kind zo min mogelijk te sturen in de keuzes die je kind maakt. Geef je kind het gevoel dat het oké is als het zich niet gedraagt naar de gendernormen van de maatschappij.

4-6 jaar

Rond 6 jaar bereiken kinderen de fase van genderconstantheid. Dit betekent dat ze inzien dat als een jongen een jurk uit de verkleedkist aantrekt, hij nog steeds een jongen is. Het aantrekken van de jurk is een vorm van genderexpressie. Genderexpressie zegt op zichzelf niets over de seksuele oriëntatie of genderidentiteit van een kind.

Sommige kinderen voelen zich geen jongen, geen meisje, een beetje van beiden of allebei niet. Zij identificeren zich dan niet met hun geboortegeslacht en kunnen transgender of non-binaire gevoelens hebben. Lees meer over genderidentiteit en genderexpressie bij Wat betekenen sekse en gender? 

Geeft jouw kind aan zich prettiger te voelen bij een ander gender? Probeer dit dan niet te negeren, maar praat er met je kind over. Vraag je kind bijvoorbeeld waar het behoefte aan heeft en waar het zich prettig bij voelt. Neem je kind serieus en vertel dat je het steunt bij de gevoelens die je kind heeft.

6-10 jaar

Vanaf 9 of 10 jaar beginnen kinderen nog meer het sociale aspect van gender te snappen. Ze snappen dat kinderen zich anders kunnen gedragen dan op basis van hun gender misschien verwacht wordt. Kinderen staan ervoor open dat dit gebeurt. Ook leren zij dat dit gedrag dat afwijkt van de norm soms negatieve reacties kan oproepen. Dit kan leiden tot extra frustraties of teleurstellingen.

Bij Seksuele opvoeding van kinderen in de basisschoolleeftijd lees je hoe je je kind kunt ondersteunen in de seksuele ontwikkeling. Je kunt je kind helpen bij de ontwikkeling van de genderidentiteit of genderexpressie. Bijvoorbeeld door aan de schoolleiding of andere ouders kenbaar te maken op welke manier je kind zich veilig genoeg voelt om zich te uiten. Je kunt ook samen met je kind kijken hoe er in de omgeving positieve aandacht besteed kan worden aan de genderidentiteit of genderexpressie van je kind. Dat kan bijvoorbeeld door er in de klas een spreekbeurt over te houden.

10-23 jaar

In het begin van de puberteit zijn jongeren vaker bevriend met leeftijdsgenoten van hun eigen geslacht. Hoe ouder ze worden, hoe meer ze bevriend raken met jongeren van een ander geslacht. In deze fase krijgen jongeren bepaalde normen en waarden mee die bij de traditionele genderrollen zouden horen. Zo wordt er nog steeds door een groot deel van de maatschappij verwacht dat een man een vrouw op date vraagt en de rekening betaald. Sommige jongeren zetten zich liever af tegen traditionele genderrollen, wat maakt dat zij flexibel zijn in hun genderrol.

Bij Seksuele opvoeding van pubers lees je hoe je je jongeren de ruimte geeft om met hun identiteit te experimenteren, daarover kunt praten en steun kunt bieden. Krijgt je kind thuis wel de ruimte maar voelt het zich nog niet veilig op school? Op de pagina van GSA Netwerk lees je hoe jouw kind een GSA (Gender and Sexuality Alliance) kan oprichten.

Rekening houden met stereotype genderrollen

Enkele tips:

  • Volg zoveel mogelijk de interesses van je kind en laat de keuzes van je kind hierin leidend zijn. Probeer niet te sturen in het speelgoed dat jouw kind wilt en laat het spelen met iets wat het zelf uitzoekt.
  • Wees je bewust van je taalgebruik. Verbind complimenten niet aan het geslacht van je kind: een dochter kan net zo goed stoer zijn en een zoon kan net zo goed lief zijn.
  • Voor meer informatie of advies over de genderidentiteit en genderexpressie van je kind kun je contact opnemen met het Transgender Infopunt Nederland, via infopunt@transvisie.nl of (085) 130 38 46. Transvisie is een belangenorganisatie waar je terecht kunt voor individuele gesprekken, voorlichting en informatie. Je kunt ook terecht op de website van Transgender Netwerk Nederland, een organisatie die zich inzet voor de emancipatie van transgender personen en hun omgeving.

Wat betekenen sekse en gender?Wat betekent seksuele oriëntatie?

Zoek je als ouder of opvoeder hulp of advies? Bekijk hier waar je terecht kunt.

Hulp en advies voor ouders