Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Internetgebruik

Kinderen en jongeren gebruiken internet voor verschillende doeleinden, zoals communicatie, informatie verzamelen en vermaak.

Van problematisch internetgebruik is sprake als jongeren enige problemen hebben ten gevolge van gebrekkige controle over het internetgebruik, zoals moeite met stoppen, gebrekkig functioneren op school, slecht slapen en verarming van sociale contacten buiten het internet. Symptomen zijn onder meer:

  • regelmatig aan niets anders kunnen denken dan het weer gebruik maken van sociale media
  • regelmatig ruzie met anderen vanwege het sociale mediagebruik
  • zich rot voelen als ze geen sociale media kunnen gebruiken
  • geen interesse in andere bezigheden dan sociale media gebruiken
  • sociale media gebruiken om niet aan vervelende dingen te hoeven denken en problemen met ouders en/of vrienden door het sociale mediagebruik

Van internetverslaving is sprake als er een verlies van controle is over het internetgebruik met als resultaat een ernstige ontwrichting van het dagelijkse functioneren. Onder internetverslaving vallen verschillende vormen van internetgebruik, zoals surfen, gebruik van sociale media (zoals Whatsapp, Facebook, Twitter) en gamen via internet.

Bron

  • Kisjes, H., Nijs, D. & van Rooij, T. (2015). Internetverslaving. Amsterdam: Boom.

Percentage jongeren met problematisch internetgebruik

In 2019 hebben nagenoeg alle jongeren van 12 tot 25 jaar toegang tot het internet (99,7 procent). Ruim 96 procent van deze jongeren zegt bijna elke dag het internet te gebruiken. In de meeste gevallen (94,7 procent) doen ze dit via hun mobiele telefoon.

Jongeren gebruiken internet vooral voor communicatie via sociale media (96,8 procent), het versturen en verzenden van e-mails (90,1 procent) en voor gamen en muziek afspelen of downloaden (93,7 procent). Deze cijfers zijn afkomstig van het onderzoek naar ICT-gebruik onder huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (2019).

Problematisch sociale mediagebruik

In 2017 is bij 7,4 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs sprake van problematisch gebruik van sociale media. In groep 8 van het basisonderwijs gaat het om 3,5 procent. Deze cijfers zijn afkomstig uit het HBSC-onderzoek onder scholieren. Aan leerlingen zijn diverse stellingen voorgelegd waarin is nagegaan of leerlingen voldoen aan minstens vijf symptomen van problematisch gebruik.
Van alle jongeren in het voortgezet onderwijs zegt 29 procent sociale media te gebruiken om niet aan vervelende dingen te hoeven denken. In het basisonderwijs gaat het om bijna 27 procent. Dit is onder alle leerlingen het meest voorkomende symptoom van problematisch gebruik. Onder meisjes in het voortgezet onderwijs komt problematisch gebruik van sociale media significant vaker voor dan bij jongens. Het gaat om bijna 9 procent van de meisjes en ruim 6 procent van de jongens die hier last van heeft.

Problematisch gamegebruik

In het HBSC-onderzoek is ook nagegaan bij hoeveel jongeren sprake is van problematisch gamegedrag. In het voortgezet onderwijs voldoet 4 procent van de leerlingen aan de criteria voor problematisch gamegedrag. In het basisonderwijs gaat om 3 procent van de leerlingen. Problematisch sociale mediagebruik komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Bij problematisch gamegedrag is het omgekeerd. Bij jongens in het voortgezet onderwijs gaat het om 7 procent en bij jongens in het basisonderwijs om ruim 5 procent. Bij meisjes gaat het in zowel het basis- als voortgezet onderwijs om circa 1 procent (Stevens e.a., 2018).

Laatst bewerkt: 8 november 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies