Aansluiten bij mediaopvoeding in diverse opvoedsituaties

Elk kind heeft bij de gewone dagelijkse dingen altijd begeleiding van de ouders nodig, ook bij het leren omgaan en gebruiken van media. Bewust of onbewust doet elke ouder ook aan mediaopvoeding, maar de gezinssituatie of achtergrond beïnvloedt wel altijd de manier waarop een gezin met media omgaat. En dat betekent dat er specifieke uitdagingen of vragen voor ouders kunnen zijn bij de mediaopvoeding. Voor professionals is het belangrijk om bij de beantwoording van vragen en de ondersteuning niet zozeer een onderscheid te maken tussen diverse ouders. Veel belangrijker is het om zo goed mogelijk bij de situatie en uitdagingen van iedere individuele ouder aan te sluiten.

Deze pagina geeft concrete handvatten om in de ondersteuning bij mediaopvoeding, aan te sluiten bij diverse gezinssituaties. Eerst bespreken we hoe je als professional in het algemeen aansluit bij ouders in diverse opvoedsituaties. Vervolgens gaan we in op verdiepingsvragen die je kunt stellen om een beeld te krijgen van het mediagebruik in een gezin en van hoe de ouders aan mediaopvoeding doen. Vanuit die kennis is het mogelijk om de andere achtergrondinformatie uit de toolbox Mediaopvoeding op het gezin in kwestie toe te passen. De tips voor professionals gaan in op de meest gestelde vragen van ouders over media voor kinderen van verschillende leeftijden.

Aansluiten op ouders

Daadwerkelijk aansluiten bij de behoeften van ouders betekent allereerst achterhalen welke vragen ouders hebben en vooral hoe zij die zélf verwoorden. Vervolgens zorg je er bij de beantwoording van die vragen voor dat je ‘op dezelfde golflengte zit’. Dat betekent dat je bij het zoeken naar een antwoord aansluit op een manier die past bij het niveau en de beleving van de ouder.

Enkele algemene tips om optimaal aan te sluiten op de behoeften van ouders:

  • Zet opzij wat je denkt dat een ouder nodig heeft of hoe de ouder volgens jou is en denkt. Wees onbevooroordeeld en sta open voor de ouder. Stel (eerst) vooral open vragen.
  • Bedenk dat alle ouders vanuit hun eigen perspectief het beste voor hun kind willen.
  • Reageer sensitief op onderwerpen die gevoelig blijken te liggen als je open vragen hebt gesteld, bijvoorbeeld onderwerpen als seksualiteit en religie.
  • Wees je bewust dat ouders vaak meer overeenkomsten dan verschillen hebben. Schaamte rond bepaalde onderwerpen is bijvoorbeeld iets wat in verschillende opvoedsituaties kan spelen.
  • Sluit met je taalgebruik aan op het taalniveau van de ouder. Gebruik eenvoudige taal voor laaggeletterde ouders, check of ze je begrijpen en leg het zo nodig nog eenvoudiger uit.
  • Gebruik beeldmateriaal voor ouders die niet goed kunnen lezen of een lager taalniveau hebben.
  • Als het nodig is, kan je een professional of vertrouwenspersonen uitnodigen bij gesprekken met ouders. Denk aan een arts, sociaal makelaar of oudercontactpersoon. Ook een tolk kan soms nodig zijn.
  • Betrek bij groepen ouders ook de andere ouders. Stel vragen als: hoe is dit voor jullie, hoe denken jullie hierover? Laat ouders met elkaar in gesprek gaan en benadruk daarbij de overeenkomsten tussen de ouders.

Goed aansluiten is ook belangrijk als je een themabijeenkomst organiseert. In feite begint het aansluiten al bij de werving:

  • Zoek de ouders waar ze al komen: op school, in het buurthuis, bij zelforganisaties, of op digitale kanalen waar de ouders al met elkaar communiceren.
  • Zet bij werving voor groepsbijeenkomsten niet te uiteenlopende groepen ouders bij elkaar in een groep. Als de behoeften van ouders overeenkomen, komt je boodschap beter over.

Aansluiten bij diversiteit in mediagebruik en mediaopvoeding

Als de vraag van ouders in dialoog met hen duidelijk is geworden, is het soms nodig om specifiek door te vragen naar het mediagebruik in het gezin of naar de ideeën over mediaopvoeding in het gezin. Het doel is niet om de ouders bij een bepaalde doelgroep in te kunnen delen, maar om een beter beeld te krijgen van wat er precies in het gezin speelt rond hun mediagebruik. Dan merk je dat opvoedsituaties sterk kunnen verschillen, maar ook dat diversiteit over veel meer gaat dan alleen diversiteit in culturele achtergrond.

Gezinnen kunnen ook verschillen in sociaaleconomische situatie, religie, geaardheid van ouders, of gezinsgrootte en -samenstelling. Ook kunnen er gezondheidsproblemen in het gezin spelen die van invloed kunnen zijn op hoe de ouders aan mediaopvoeding doen. Het is belangrijk daar als professional rekening mee te houden.

De diversiteitskenmerken van gezinnen hangen soms met elkaar samen, maar kunnen ook op zichzelf staan. Hoe dan ook, ze zijn vaak van invloed op het mediagebruik in het gezin, op hoe ouders over media voor hun kinderen denken, en op de manier en mate waarin zij hun kinderen begeleiden bij de omgang met media.

Hieronder staan de belangrijkste inzichten voor wat die invloed op het mediagebruik en de mediaopvoeding kan zijn. Daaraan gekoppeld benoemen we welke vragen je als professional kunt stellen om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het gezin, zodat je antwoord op mediaopvoedvragen optimaal kan aansluiten.

Invloed van opvoedsituatie op mediagebruik

Opvoedsituaties in het gezin kunnen het mediagebruik van zowel de kinderen als de ouders sterk beïnvloeden. Verschillen in mediagebruik in gezinnen kunnen bijvoorbeeld komen door:

  • Wel of geen geld hebben om de nieuwste technologieën in huis te halen (niet de nieuwste technologie hebben kan een digitale achterstand creëren en kan bijdragen aan een gevoel van uitsluiting);
  • Wel of niet het Nederlands als moedertaal hebben (dit beïnvloedt bijvoorbeeld het gebruik van niet-Nederlandstalige media);
  • Wel of geen laaggeletterde ouders (dit beïnvloedt hoe makkelijk ouders informatie vinden en begrijpen of zelf om kunnen gaan met media);
  • Voorkeur in het gezin voor lezen en of entertainment media (opvattingen over wat ‘goed’ voor kinderen is kan enorm verschillen, afhankelijk van smaak en normen);
  • Veel of weinig tijd of ruimte hebben om vaardig te kunnen worden in het omgaan met media (een druk bestaan of problemen in het gezin kan stress en extra druk op het opvoeden leggen en het gevoel geven van tekortschieten);
  • De leeftijd waarop kinderen eigen media-apparaten krijgen en op eigen kamer mogen gebruiken (eigen media voor kinderen op relatief jonge leeftijd kan een indicatie zijn van opvoedstress);
  • Wel of niet media-apparaten met familieleden moeten delen (als er veel kinderen in het gezin zijn, moeten zij apparaten delen en beïnvloeden ze elkaar in mediagebruik. Dit vraagt meer toezicht en begeleiding van ouders).

Welke vragen kan je stellen om een idee te krijgen van het mediagebruik in een gezin?

  • Welke apparaten en apps hebben jullie?
  • Welke apparaten gebruik je zelf en welke mag je kind gebruiken?
  • Begrijp je de Nederlandse televisie programma’s goed?
  • Gebruik je ook niet-Nederlandse programma’s, bijvoorbeeld via de satelliet? En je kind? Waarom kies je daarvoor?
  • Wat is beter, de Nederlandse of niet-Nederlandse televisie? Wat ziet jouw kind liever?
  • Hoe lang gebruik je zelf de computer op een dag? Hoe lang kijk jij televisie op een dag?
  • Hoe lang mag jouw kind op een dag televisie kijken / internetten / computerspelletjes spelen?
  • Vanaf welke leeftijd mag je kind media gebruiken?
  • Heeft je kind al eigen media-apparaten?
  • Heeft jouw kind ook een eigen televisie / spelcomputer op de slaapkamer?
  • Kijkt jouw kind vaak samen televisie? Met wie kijkt hij dan, broertjes/zusjes, vriendjes?
  • Ben jij handig met de computer / telefoon?
  • Snap jij wat jouw kind allemaal doet op de telefoon? Waarom is dat lastig?

Invloed van de opvoedsituatie op de mediaopvoeding

De gezinssituatie of achtergrond van de ouders kan invloed hebben op de manier waarop ze hun kinderen (bewust) begeleiden bij het mediagebruik. Zo kunnen ouders vanuit hun achtergrond verschillen in opvattingen over religie, seksualiteit, geweld, autoriteit en gehoorzaamheid (zowel binnen het gezin, als op school, of op straat), en de rol van jongens-meisjes. Zulke verschillen zijn heel normaal, maar betekenen ook dat ouders verschillend kunnen denken over welke media ‘goed’ voor kinderen zijn, en hoe zij regels en afspraken over media hanteren en hoe zij media-inhouden met hun kinderen bespreken.

Zorgen over de negatieve invloeden of risico’s van de media kunnen bij sommige ouders zorgen voor een meer restrictieve opvoedstijl dan voor een ‘open’ gesprek met hun kind over het mediagebruik en over discutabele media-inhouden (zie ook de pagina ‘Media in het gezin’). Ook kunnen ouders mede door hun achtergrond minder noodzaak voelen om kritisch te zijn over het mediagebruik thuis. Zo hebben sommige ouders in hun eigen opvoeding meegekregen dat het normaal is om de TV de hele dag op de achtergrond aan te hebben.

Binnen sommige culturen wordt het zelfs belangrijk gevonden om gasten mee te laten genieten van wat de media uit de eigen cultuur te bieden hebben. Wanneer ouders weinig tijd hebben of gestrest zijn kunnen media een uitkomst bieden door de kinderen bezig te houden zodat ze zelf even de handen vrij hebben. Stress of overbelasting bij de ouder kan er daarnaast ook voor zorgen dat ouders het moeilijk vinden om regels te stellen en deze te handhaven of dat ze minder goed inzien wat hun kinderen voor een goede ontwikkeling nodig hebben (educatieve media) of aankunnen (leeftijdsgeschikt entertainment).

Welke vragen kan je stellen om een idee te krijgen van de mediaopvoeding in een gezin?

  • Wat voor computer spelletjes vind jij goed voor jouw kind?
  • Wat mag jouw kind niet zien op televisie of op de computer?
  • Wat vind jij van seks of geweld in films voor jouw kind?
  • Waar ben je bang voor als jouw kind verkeerde dingen op de computer ziet?
  • Heb je thuis regels voor wat je kind op televisie mag zien?
  • Vind je het moeilijk of makkelijk om afspraken te maken met jouw kind?
  • Wat is er moeilijk of makkelijk aan afspraken maken over de computer?
  • Praat je wel eens met jouw kind over het internet? Waarom is dat lastig of makkelijk?
  • Vraagt jouw kind wel eens om hulp bij het gebruik van een telefoon? Is het moeilijk om je kind te helpen?
  • Wat vind je van leerzame computer spelletjes? Kun jij jouw kind daarbij helpen?

Advies geven? Gebruik de tips voor professionals!

Als de vragen van ouders duidelijk zijn of als uit doorvragen blijkt dat er sprake is van mediagebruik of mediaopvoeding die de ontwikkeling van een kind negatief kan beïnvloeden, kan je bij de adviezen die je geeft gebruik maken van de tips voor professionals. Deze zijn per leeftijdsgroep kinderen beschikbaar en geven antwoord op de belangrijkste vragen van ouders:

  • Hoe kan ik mijn kind goed begeleiden bij mediagebruik?
  • Hoeveel tijd mag een kind van deze leeftijd aan media besteden en hoe reguleer ik het mediagebruik van mijn kind?
  • Hoe voorkom ik dat mijn kind constant verleid wordt tot het gebruiken van media?
  • Hoe voorkom ik dat het gebruik van media negatieve invloed heeft op de gezondheid van mijn kind?
  • Hoe zorg ik ervoor dat mijn kind vooral media gebruikt die geschikt zijn en passen bij zijn leeftijd?

Tips voor professionals