Media in het gezin

Kinderen groeien tegenwoordig op met dagelijks gebruik van beeldschermen. Volwassenen én kinderen zijn thuis, op school, in de trein, of gewoon op straat met media bezig. Moderne media-apparaten zijn bovendien erg gemakkelijk te bedienen, ook door de allerkleinsten. Ouders, docenten en andere medeopvoeders hebben veel vragen over mediagebruik. Moet je je zorgen maken als je kindje eerder op een tablet leert 'swipen' dan dat hij leert lopen? Kijkt je kind niet te lang televisie? Kan het kwaad als hij steeds schietspelletjes speelt? Met wie heeft je kind contact via de sociale media en wat gebeurt daar dan? En wat zijn nu geschikte en leerzame apps of spelletjes? Van alle opvoedvragen zijn voor ouders de vragen over mediagebruik het lastigst. Media zijn overal, de digitale wereld heeft iets ongrijpbaars, en ouders van nu zijn er zelf nauwelijks mee opgegroeid.

Media-apparaten in huis

Beeldschermen zijn tegenwoordig in allerlei soorten en maten in elk huishouden aanwezig. Bijna ieder gezin heeft een televisie, vaak een digitaal plat scherm, en steeds vaker is de televisie smart met Wifi- mogelijkheden. Ook hebben veel gezinnen een computer: een desktop, een laptop of een tablet. Vooral de tablet maakt een opmars: ruim driekwart van de gezinnen met jonge kinderen heeft er een in bezit. Ook steeds meer jongeren hebben een eigen tablet, hoewel de meesten van hen vooral nog kiezen voor een smartphone (om met anderen te communiceren) en een laptop of notebook (voor huiswerk en films kijken).

Tegenwoordig heeft een gemiddeld huishouden ongeveer twaalf apparaten in huis. Het gaat daarbij vooral om interactieve schermen. De gewone TV en PC hebben plaats gemaakt voor tablets, smartphones en laptops. Tablets en vooral smartphones zijn snelle stijgers en nemen de functie over van de gewone mobiel, dvd-spelen en gameconsoles. Deze apparaten staan steeds vaker draadloos met elkaar in verbinding, die je – dankzij zuinige batterijen – ook op straat en onderweg kunt gebruiken. Daarnaast rukt ook het Internet of Things (IoT) op: ovens, kookplaten, wasmachines en thermostaten zijn meer en meer digitaal via een app te bedienen. Ook in het speelgoed voor kinderen is steeds meer elektronica te vinden waarmee verbinding gemaakt kan worden met het internet.

De aanschaf van nieuwe technologische snufjes gaat steeds sneller opvolgen. Maar dat betekent niet dat elk gezin ook altijd de laatste, nieuwste  apparaten  heeft. In sommige huishoudens vinden kinderen of ouders het belangrijk om altijd het  nieuwste  van  het  nieuwste te hebben, in andere gezinnen kijkt  men liever de kat uit de boom. En in  sommige gezinnen ontbreken de middelen om dure nieuwe  apparaten aan te schaffen of  een uitgebreid abonnement bij een provider te nemen. Het bezit en het gebruik van media-apparatuur kan per gezin dus enorm verschillen. 

In het algemeen hebben hoger opgeleiden, mensen met een ruimer inkomen en twee-ouder gezinnen meer beeldschermen in huis dan lager opgeleiden, mensen met een kleiner inkomen en eenouder gezinnen. Daarmee verschilt ook de tijd die kinderen per dag aan media besteden. 

Media-apparaten in bezit van kinderen

Met de opmars van beeldschermen in huis zien we ook dat media-apparaten steeds vaker terechtkomen in de kinderkamer. Naast de traditionele kinder- en voorleesboeken, hebben kinderen steeds vaker een eigen televisie, game console, laptop, desktop en/of mobieltje. Sommige kinderen zijn al vanaf heel jonge leeftijd in het bezit van media-apparatuur. Uit onderzoek weten we dat ongeveer een op de tien peuters en een op de drie kleuters eigen media hebben. Hierbij gaat het meestal om een eigen televisietoestel en spel-apparaten.

Vanaf tien jaar krijgen kinderen steeds meer een eigen smartphone. Bij twaalfjarigen heeft bijna ieder kind een eigen smartphone, ter voorbereiding op de middelbare school. Voor middelbare scholieren is een eigen smartphone, tablet of computer onmisbaar voor schoolwerk en om contact met anderen te onderhouden.

Mediagebruik

Nagenoeg iedereen, zowel kinderen als volwassenen, maakt tegenwoordig meerdere keren per dag gebruik van verschillende media. Omdat beeldschermapparaten tegenwoordig allerlei functies tegelijk in zich hebben, is het voor onderzoekers lastig om precies na te gaan hoeveel tijd kinderen en volwassenen besteden aan mediagebruik en wat ze dan doen. Een boek of de krant lezen, of een film in de bioscoop bekijken zijn duidelijk afgebakende activiteiten, maar bij het gebruik van de smartphone kan het gaan om communiceren, muziek luisteren, nieuwssites lezen of een film bekijken, en dat kan ook nog eens tegelijkertijd.

Gegevens over het dagelijks mediagebruik van jonge kinderen tot circa 12 jaar zijn zeer schaars. Afgaand op schattingen door Nederlandse ouders in studies van Mediawijzer.net in de afgelopen jaren, besteden heel jonge kinderen tot 2 jaar ongeveer een uur per dag aan beeldschermmedia. Het gaat daarbij dan alleen om bewust mediagebruik, niet om media op de achtergrond. Onder de 7-jarigen is de mediatijd opgelopen tot gemiddeld twee uur per dag, en bij de 12-jarigen tot bijna drie uur per dag.

Alle kinderen besteden de meeste tijd aan televisiekijken. Naarmate ze ouder worden komen daar  andere  apparaten  zoals  een  telefoon of laptop bij, wat zorgt voor een toename van de tijd die aan mediagebruik wordt besteed.

Volgens de meest recente cijfers van het SCP (over 2013) besteden Nederlanders van 13 jaar en ouder voor privédoeleinden gemiddeld bijna zevenenhalf uur per dag aan media. Net als bij de oudere kinderen gaat ongeveer drie uur tijd daarvan op aan geconcentreerd mediagebruik, dus mediagebruik zonder een combinatie met eten, werken of reizen. Daarnaast is men nog eens ruim een uur bezig met multitasking: het gebruik van meerdere media tegelijkertijd. 

Nederlanders van 13 jaar en ouder zijn in totaal dus ruim achtenhalf uur per dag met een of meer media bezig, al dan niet in combinatie met andere activiteiten.

  • Kijken is de meest favoriete mediabezigheid; gemiddeld brengen we drie uur per dag door met televisieprogramma’s en met speelfilms en videofilmpjes via internet. Hoewel we nu nog vooral naar programma’s kijken op het moment van uitzending, is uitgesteld kijken – bijvoorbeeld door het op te nemen of via uitzending gemist – vooral bij jongeren vanaf 13 jaar een opkomende trend.
  • Aan luisteren naar muziek of de radio besteden we ook nog eens twee uur en drie kwartier.
  • Communiceren, waaronder vooral sms'en, mailen en gebruik van sociale media via de mobiele telefoon, computer of laptop, neemt ruim een uur per dag van onze tijd. Ook hieraan besteden jongeren van 13 tot 19 jaar weer aanzienlijk meer tijd dan volwassenen.
  • Aan nieuwswebsites en overige internetactiviteiten zoals online bankieren en winkelen, besteden Nederlanders vanaf 13 jaar ongeveer drie kwartier per dag. Hoogopgeleiden gebruiken online nieuwsbronnen relatief vaker en langer dan laagopgeleiden.
  • Lezen doen we ook ongeveer drie kwartier per dag, hoofdzakelijk verdeeld over de traditionele papieren media, boeken en kranten. Tegelijkertijd leest de helft van de Nederlanders op een doorsnee dag niet. Jongeren en hoogopgeleide mensen besteden relatief weinig tijd per dag aan boeken lezen, terwijl ouderen en lager opgeleide mensen daar juist veel tijd aan besteden.
  • Gemiddeld besteden Nederlanders ruim een kwartier per dag aan gamen, maar er zijn ook heel veel mensen die nooit gamen. Mensen die wel gamen – ongeveer een vijfde van alle Nederlanders – besteden daar gemiddeld per dag bijna twee uur aan, meestal via een gameconsole verbonden met een televisietoestel.

Mediaopvoeding

Ouders zijn primair verantwoordelijk voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen. Daarbij denkt elke ouder op gezette tijden voor zijn of haar kind na over zaken als voeding, onderwijs, deelnemen aan het verkeer, en het omgaan met vrienden en vriendinnen.

Wat kinderen met media-apparaten kunnen en mogen doen is tegenwoordig ook een belangrijk thema binnen de opvoeding. Sterker, ouders hebben steeds meer vragen en twijfels rond het mediagebruik van hun kinderen, zowel bij jonge kinderen als bij pubers en adolescenten. Bovendien is gebleken dat ouders, anders dan bij traditionele opvoedvragen, vaak niet zo goed weten hoe zij goede antwoorden kunnen krijgen op hun vragen over mediagebruik.

Mediaopvoeding gaat enerzijds over het inrichten van de leefomgeving van kinderen. Ouders bepalen welke media- apparaten er in huis komen – de nieuwste smartphone of niet, een supergrote smart-televisie of een wat kleiner model – en of kinderen zulke apparaten wel of niet op hun slaapkamer hebben. Daarnaast bestaat mediaopvoeding uit het begeleiden, controleren en interpreteren van mediagebruik van kinderen. Idealiter zorgen ouders er daarmee voor dat hun kinderen media uiteindelijk zelfstandig kunnen gebruiken, wat betekent dat kinderen:

  • hun tijdsbesteding met media zelf in de gaten kunnen houden;
  • informatie die ze in de media tegenkomen begrijpen, dat wil zeggen kunnen doorzien wat waar, onwaar en waardevol is, en weten hoe media invloed kunnen uitoefenen;
  • kunnen overzien hoe zij zelf informatie kunnen uitdragen via de media en weten hoe die informatie door anderen kan worden gebruikt.

Zelfstandig media kunnen gebruiken betekent dus dat kinderen mediawijs zijn. Ouders zijn daarbij belangrijke ondersteuners. In de dagelijkse praktijk kunnen ouders verschillende strategieën hanteren om het mediagebruik van hun kinderen te begeleiden:

  • Supervisie: Van een afstandje in de gaten houden wat kinderen op een beeldscherm of met een tijdschrift doen. Zodat ouders, waar nodig, kunnen ingrijpen of hun kind kunnen helpen bij het mediagebruik.
  • Samen media gebruiken: Bewust (of onbewust) samen films en programma’s kijken, gamen, surfen of (voor)lezen, waarbij ouders en kinderen samen genieten, griezelen of meeleven. Het gaat hierbij vooral om de uitwisseling van gedeelde emoties.
  • Stimuleren: Het uitwisselen van meningen, commentaar en informatie bij wat kinderen in de media tegenkomen. Zoals motiveren waarom bepaalde sites, tijdschriften, programma’s of games ‘goed’ of ‘fout’ zijn, uitleg geven bij onderwerpen die kinderen nog niet goed kunnen begrijpen, en waardering uitspreken voor leuke en geschikte films, games, boeken of programma’s. 
  • Stoppen: Ouders reguleren wat kinderen met media mogen doen. Ze kunnen aangeven welke inhouden voor hun kinderen wel of niet geschikt zijn; dus bepaalde tijdschriften, programma’s, websites of games toestaan of verbieden. Ouders kunnen ook afspraken maken over de tijd en periodes van het mediagebruik; dus hoe lang en wanneer kinderen mogen kijken, gamen, surfen, bellen of lezen.
  • Er is ook nog een vijfde strategie: Technische hulpmiddelen inzetten. Dit kan bijvoorbeeld via webfilters of een tijdklok. Ouders doen dit echter maar weinig, omdat ze het te lastig vinden. Toch kunnen ouders die strategie gebruiken, bijvoorbeeld in combinatie met Kijkwijzer en PEGI classificaties.

Opvattingen over media en de opvoeding

In de praktijk gebruiken ouders vaak verschillende vormen van mediabegeleiding door elkaar. Hierbij kan onder andere de leeftijd van hun kinderen en de thuissituatie een rol spelen. Bij jongere kinderen kijken ouders bijvoorbeeld meer mee of blijven ze in de buurt. En wanneer kinderen ouder worden en interesse krijgen in andere filmgenres of mediavormen, gaan ouders juist vaker het gesprek met de kinderen aan of leggen ze (tijdelijk) meer restricties op.

De achtergrond van de ouders kan ook invloed hebben op de manier waarop ze hun kinderen (bewust) begeleiden bij het mediagebruik. Zo kunnen ouders vanuit hun achtergrond verschillen in opvattingen over religie, seksualiteit, geweld, autoriteit en gehoorzaamheid, en de rol van jongens-meisjes. Zulke verschillen zijn heel normaal, maar betekenen ook dat ouders verschillend kunnen denken over welke media 'goed' voor kinderen zijn, en hoe zij regels en afspraken over media hanteren en hoe zij media-inhouden met hun kinderen bespreken.

Ook de gezinsvorm, bijvoorbeeld een eenouder- of stiefgezin, beïnvloedt mede hoe ouders omgaan met mediagebruik. Alleenstaande ouders ervaren vaak meer belasting in de opvoeding, waardoor zij hun kinderen soms vrijer laten in hun mediagebruik. In nieuw samengestelde gezinnen moeten ouders overeenstemming bereiken over het mediagebruik van hun (stief)kinderen. En bij het al dan niet aanschaffen van nieuwe media-apparaten kunnen praktische overwegingen meespelen, zoals minder ruzies in het gezin over wie er aan de beurt is, of dat je graag wilt dat je kind onderweg naar de sportclub bereikbaar is.

De strategieën van ouders worden ook bepaald door hoe zij denken over voordelen en risico’s van media. Als ouders menen dat mediagebruik de ontwikkeling van hun kind ondersteunt, bijvoorbeeld doordat ze ervan kunnen leren of hun creativiteit erdoor wordt gestimuleerd, zijn ze meer geneigd om met de kinderen samen media te gebruiken, via supervisie een oogje in het zeil te houden, of actief met de kinderen van gedachten te wisselen. Op die manier benadrukkende ouders de meerwaarde van mediagebruik. Wanneer ouders daarentegen hun bedenkingen hebben over media en negatieve invloeden verwachten, zoals angstreacties, druk gedrag of verslaving, passen zij juist vaker restricties toe of gaan ze het gesprek aan over de risico’s van het mediagebruik.

Een groot deel van de ouders is ook onzeker over de dagelijkse mediaopvoeding. Ze vragen zich af of ze het wel goed doen en zijn niet altijd zeker of de invloed van mediagebruik nu schadelijk of juist positief is. Veel ouders kunnen daarbij een steuntje in de rug gebruiken.

Vragen en zorgen van ouders over kind en mediagebruik

In de dagelijkse opvoeding komen ouders steeds weer situaties tegen waar ze iets mee moeten. De meest herkenbare situaties in de opvoeding hebben te maken met:

  • de opvoeding en het ouderschap in het algemeen;
  • de fysieke ontwikkeling van kinderen: gezondheid en kinderziektes;
  • ongehoorzaam, lastig of ander problematisch gedrag;
  • consequent zijn, grenzen stellen, laten gehoorzamen en corrigeren of straffen;
  • emotionele problemen zoals zelfvertrouwen, onzekerheid en (faal)angst;
  • de schoolprestaties van het kind;
  • de periode van de

Deze opvoedthema's zijn ook gerelateerd aan het mediagebruik van kinderen, bijvoorbeeld: Wanneer is mediagebruik schadelijk voor de gezondheid zoals overgewicht of gehoorschade? Hoe maak je duidelijke afspraken over mediagebruik in het gezin en hoe hou je iedereen hier aan? En: hoe ga je om met sociaal- emotionele situaties als online gepest worden?

De meerderheid van de ouders vindt het bij de mediaopvoeding vooral lastig om te reageren op:

  • (te) lang en te vaak mediagebruik door hun kinderen (zowel voor kinderen onder de 12 jaar als voor jongeren); bijvoorbeeld dat kinderen zeggen dat ze zich vervelen zonder een beeldscherm.

Andere lastige media-opvoedonderwerpen zijn:

  • dat kinderen zaken in de media tegenkomen die niet voor hen geschikt zijn, zoals in films of games met een te hoge leeftijdsaanduiding;
  • afleiding bij huiswerk door mediagebruik tegengaan;
  • omgaan met media in huis als er kinderen zijn van heel verschillende leeftijden;
  • en optreden als media een negatieve invloed hebben op kinderen, zoals angstdromen na enge films, zeuren om producten uit reclame, of omgaan met ongewenst, stiekem gedrag op de sociale

Invloeden van de media

Kranten en andere nieuwsmedia berichten regelmatig dat mediagebruik schadelijk zou zijn voor kinderen. Van veel mediagebruik krijgen ze slechtere ogen, last van hun rug of polsen, of gehoorschade. Ook druk, asociaal of gewelddadig gedrag, alcoholmisbruik, overgewicht en te vroeg aan seks beginnen zouden potentiele risico’s zijn van te veel mediagebruik of het zien van dingen die niet passen bij de leeftijd.

Anderzijds gaan er ook regelmatig geluiden op dat mediagebruik goed kan  zijn voor de  ontwikkeling van kinderen. Ze leren door media, ze communiceren, verbeteren hun Engels, leren programmeren en voelen zich gelukkig. In sommige onderwijsinstellingen kunnen kinderen niet meer zonder media-apparaten. Kortom, ouders krijgen allerlei verschillende boodschappen over de invloed van media, waardoor het best lastig is om stelling te nemen.

Of en hoe media positieve of negatieve invloed kunnen uitoefenen op kinderen staat meer gedetailleerd omschreven op de pagina's over de specifieke leeftijdsgroepen. In het algemeen is het wel van belang om te bedenken dat mediagebruik door kinderen nooit in een vacuüm plaatsvindt. Invloeden van de media kunnen in belangrijke mate gestuurd worden door mensen die betrokken zijn bij de opvoeding van kinderen, zoals ouders, leerkrachten en andere mede- opvoeders. Ouders kunnen er voor zorgen dat de positieve effecten vergroot worden en de risico’s op negatieve effecten zo klein mogelijk blijven door de juiste mediaopvoeding toe te passen. De informatie in deze Toolbox Mediaopvoeding helpt daarbij.