Wet- en regelgeving gesloten jeugdhulp

Jongeren tegen hun zin laten opnemen in de gesloten jeugdhulp mag alleen als aan wettelijke eisen wordt voldaan. Daarvoor gelden verschillende wetten die bedoeld zijn om kinderen en jongeren tegen zichzelf te beschermen.

Jeugdwet

Volgens de Jeugdwet is een gesloten plaatsing nodig wanneer een jongere niet meewerkt aan de hulp die nodig is en er veel zorgen zijn over de veiligheid van de jongere. De kinderrechter geeft dan een machtiging voor opname in de gesloten jeugdhulp. Nadat een jongere daar is geplaatst, moet er zo snel mogelijk een hulpverleningsplan gemaakt worden. Hierin staat welke vrijheidsbeperkende maatregelen de instelling mag toepassen en voor hoelang. De instelling is verplicht om over deze maatregelen met de jongere te overleggen, maar heeft er niet de toestemming van de ouders of jongere voor nodig.

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) geldt wanneer het gedrag van kinderen en jongeren door een psychische stoornis 'ernstig nadeel' veroorzaakt voor henzelf of voor anderen. Bijvoorbeeld als zij het leven van zichzelf of anderen in gevaar brengen. Verplichte zorg mag alleen als de burgemeester een crisismaatregel oplegt of als de rechter een zorgmachtiging afgeeft.

Het doel is dat verplichte zorg zoveel mogelijk ambulant wordt verleend. Dat betekent dat het kind of de jongere tijdens de hulp thuis blijft wonen. Alleen in het uiterste geval mag iemand worden opgenomen in een instelling die is geregistreerd in het Wvggz-locatieregister. Na het afgeven van een crisismaatregel of in de voorbereiding van een zorgmachtiging moet zo snel mogelijk een zorgkaart en zorgplan opgesteld worden.

Wet zorg en dwang

Voor de gehandicaptenzorg is de Wet zorg en dwang (Wzd) van toepassing. Onvrijwillige zorg wordt soms ingezet als een kind of jongere een indicatie voor de Wet langdurige zorg heeft. Het Centrum Indicatiestelling Zorg neemt dan een 'besluit tot opname en verblijf' als de jongere daarover zelf geen beslissing kan nemen waarover goed nagedacht is, maar zich er ook niet tegen verzet.

Als de jongere zich wel verzet, moet de burgemeester een inbewaringstelling afgeven of is een machtiging van de rechter nodig. Deze machtiging wordt alleen gegeven als opname nodig is om 'ernstig nadeel' door een verstandelijke beperking te voorkomen of stoppen.

Inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen

Vrijheidsbeperkende maatregelen mogen alleen ingezet worden om het doel van de hulp te bereiken. Of voor de veiligheid van de jongere zelf of van anderen. Ze mogen dus bijvoorbeeld niet gebruikt worden om een jongere te dwingen om zich aan de huisregels te houden.

In het VN-Kinderrechtenverdrag staan de rechten van het kind. Vrijheidsbeperkende maatregelen gaan tegen de vrijheidsrechten van kinderen in. Daarom mogen ze alleen gebruikt worden als dit in een wet vastgelegd is, zoals in de Jeugdwet of de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Daarbij mag vrijheidsbeperking, zoals het afzonderen van een jongere, alleen als er echt geen alternatieven zijn. Ook horen de maatregelen zo kort mogelijk te duren en zo licht mogelijk te worden toegepast. Het belang van het kind moet bij alle maatregelen centraal staan.

Factsheet over terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen (Jeugdzorg Nederland)Veldnormen Terugdringen Vrijheidsbeperkende Maatregelen (Jeugdzorg Nederland)Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Dwang in de zorg)Wet zorg en dwang (Dwang in de zorg)Ernstig nadeel (Dwang in de zorg)Dwang en drang (Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie)Samenvatting wetsvoorstel gesloten jeugdhulpWetsvoorstel om rechtspositie van jongeren in gesloten instellingen te verbeterenArtikel 3 Kinderrechtenverdrag (Kinderrechten.nl)

Anne Addink