Vrijheidsbeperkende maatregelen, wat zijn dat?

In de JeugdzorgPlus, orthopedagogische behandelcentra, kinder- en jeugdpsychiatrische afdelingen en Justitiële Jeugdinrichtingen worden soms vrijheidsbeperkende maatregelen toegepast. Wat houden deze in en wanneer mag dit volgens de wet? En wat is het effect op het welzijn van de jongeren?

Wat zijn vrijheidsbeperkende maatregelen?

Het is lastig om een definitie te geven voor vrijheidsbeperkende maatregelen. In elke wet wordt een vrijheidsbeperking namelijk anders omschreven. Als we uitgaan van de Jeugdwet betekent dat jongeren met deze maatregel niet de vrijheid hebben om hun eigen leven in te richten. Hiervoor moeten ze soms dingen anders doen of juist laten. Denk aan controlemaatregelen, verplichte deelname aan behandelprogramma's en dat ze niet altijd bewegingsvrijheid hebben. 

Het doel is dat professionals in de JeugdzorgPlus de komende jaren zo weinig mogelijk vrijheidsbeperkende maatregelen nemen. Hier geldt het 'nee-tenzij'-principe. Ze mogen deze dus alleen toepassen als laatste middel: wanneer er geen alternatieven zijn, de maatregel gelijk is aan wat nodig is en verwacht wordt dat deze helpt.

Welke vrijheidsbeperkende maatregelen zijn er?

Voorbeelden van vrijheidsbeperkende maatregelen zijn:

  • Afzondering, zoals op de slaapkamer  
  • Fixeren: vastpakken en vasthouden, bijvoorbeeld op de grond
  • Het verbod zich op te houden op in het hulpverleningsplan aangegeven plaatsen en zo nodig de tijdstippen waarop dat verbod geldt
  • Tijdelijke overplaatsing binnen de gesloten accommodatie of naar een andere gesloten accommodatie, ook wel time-out genoemd
  • Kamer doorzoeken
  • Deursignalering
  • Cameratoezicht
  • Urinecontrole
  • Algemene regels over bijvoorbeeld bedtijden en telefoongebruik
  • Toezicht of controle op communicatiemiddelen, zoals telefoon en internet
  • De buitendeur gaat ook overdag op slot

Wanneer zijn vrijheidsbeperkende maatregelen toegestaan?

Vrijheidsbeperkende maatregelen mogen alleen worden toegepast als het in de wet vastgelegd is. Dat mag in de volgende situaties:

  • Als de kinderrechter een machtiging heeft afgegeven voor verblijf binnen een gesloten instelling op grond van Hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.
  • Onder de Wet verplichte ggz, bijvoorbeeld bij ernstige suïcidaliteit of eetstoornissen van kinderen of jongeren die verblijven in de jeugd-ggz.
  • Onder de Wet zorg en Dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapten cliënten.
  • Onder de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst.
  • Als er sprake is van een noodsituatie en er geen andere manier is deze op te lossen. Hier is toestemming voor nodig van een gedragswetenschapper. Professionals moeten achteraf kunnen verantwoorden aan de jongere, ouders, collega's, jeugdbescherming, kinderrechter en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd waarom er een noodsituatie was.

Buiten bovenstaande situaties om zijn vrijheidsbeperkende maatregelen verboden.

Effecten van vrijheidsbeperkende maatregelen

Vrijheidsbeperkende maatregelen zijn schadelijk voor kinderen en jongeren. Het kan ze een onveilig gevoel geven of zorgen voor onwenselijk gedrag, zoals agressie of suïcidaliteit. Ze beïnvloeden ook groepsgenoten die getuige zijn van de vrijheidsbeperking van hun groepsgenoot. De maatregelen 'afzonderen' en 'fixeren' hebben de meest nadelige effecten op jongeren omdat ze hun bewegingsvrijheid beperken.

Afzondering

Het afzonderen op bijvoorbeeld de kamer kunnen jongeren als een heftige straf ervaren. Het risico dat jongeren angsten en post-traumatische stress krijgen is dan groter. Zowel lange als heel korte momenten van afzondering kunnen een negatieve invloed hebben op hun sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. Het kan ook zorgen voor sterke gevoelens van onrecht, machteloosheid en vernedering.

Fixeren

Vasthouden en vastpakken kan voor jongeren en jeugdprofessionals negatieve geestelijke en lichamelijke gevolgen hebben. Denk aan trauma's die weer kunnen zorgen voor angsten, depressies en paniekaanvallen. Vooral als deze maatregel vaak en lang wordt gebruikt. Jongeren vinden fixeren vijandig en gaan zich er dan meer tegen verzetten. Daarom heeft fixeren geen therapeutisch effect. 

Harmke Bergenhenegouwen