Cijfers over onderwijsprestaties

Opleidingsniveau jongeren stijgt

Het opleidingsniveau van jongeren stijgt geleidelijk. Zo gaan minder jongeren naar het vmbo en gaan er meer naar een vorm van hoger onderwijs. Dit geldt voor zowel jongeren met een Nederlandse achtergrond als die met een migratieachtergrond.

Meer jongeren zijn naar de havo of het vwo gegaan en minder naar het vmbo. In 2020/2021 zit 36 procent van de leerlingen in de leerjaren 3-6 op havo/vwo-niveau. Ruim 18,5 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs volgt een vwo-opleiding en ruim 17 procent gaat naar de havo. Tien jaar eerder ging het om respectievelijk 17,5 procent en 16 procent. Het aandeel leerlingen dat een vmbo-opleiding volgt is in die periode gedaald van bijna 22 procent in 2010 naar ruim 20 procent in 2020.

Deze stijging geldt voor zowel leerlingen met een Nederlandse achtergrond als die met een migratieachtergrond. Steeds meer kinderen en jongeren met een ‘niet-westerse’ migratieachtergrond gaan naar de havo of het vwo. In 2020/'21 volgt 27,5 procent van de leerlingen met een 'niet-westerse' migratieachtergrond onderwijs op de havo of het vwo. Tien jaar eerder ging het om 23 procent.  Van de leerlingen van Nederlandse origine zit in 2020/21 bijna 38 procent in de leerjaren 3-6 op havo/vwo-niveau. Tien jaar eerder ging het om 35 procent.

Hoger onderwijs

In het schooljaar 2020/2021 staan 820.888 studenten ingeschreven in een vorm van hoger onderwijs (hbo of wo). Tien jaar eerder, in 2010/2011, waren dat er 658.974. De stijging geldt zowel voor studenten met een Nederlandse achtergrond als studenten met een migratieachtergrond. In 2010 stonden er 93.315 studenten met een 'niet-westerse' migratieachtergrond ingeschreven op een hbo-instelling of universiteit. In 2020 is dit aantal gestegen naar 138.417 studenten.

Trends instroom hoger onderwijs

Grafiek Trend instroom hoger onderwijs

De laatste tien jaar stijgt geleidelijk het aantal studenten dat een vorm van hoger onderwijs volgt. In 2020/2021 stonden 489.383 studenten ingeschreven voor een hbo-opleiding. Tien jaar eerder ging het om 416.629 studenten. Voor het wetenschappelijk onderwijs stonden in 2020/2021 331.505 studenten ingeschreven. In 2010/2011 ging het om 233.128 studenten. Meer vrouwen dan mannen volgen een vorm van hoger onderwijs. Zo is in 2020/2021 52 procent van alle studenten in het hoger onderwijs vrouw en 48 procent man.

De stijging van het aantal jongeren in het hoger onderwijs geldt voor zowel jongeren met een Nederlandse achtergrond als jongeren met een migratieachtergrond. In 2010 volgden 167.256 studenten met een migratieachtergrond een vorm van hoger onderwijs. In 2020 is dit aantal gestegen naar 268.340 studenten. Hiervan bestaat de grootste groep met 138.417 in 2020 uit studenten met een 'niet-westerse' migratieachtergrond. Onder jongeren van Nederlandse origine gaat het om een stijging van 480.944 studenten in 2010 naar 552.283 in 2020 (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021).

Scores op de Centrale Eindtoets basisonderwijs

Grafiek Gemiddelde score Centrale Eindtoets basisonderwijs naar herkomst

Kinderen met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond behaalden in het schooljaar 2018/2019 gemiddeld betere resultaten op de Centrale Eindtoets basisonderwijs van Cito dan kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond.

Jongens en meisjes behalen gemiddeld een bijna even hoge totaalscore op de Centrale Eindtoets. Wanneer gekeken wordt naar de afzonderlijke toetsonderdelen is te zien dat meisjes iets beter zijn in taal dan jongens. Meisjes beantwoordden 73 procent van de taalvragen goed, jongens 70 procent. Op het onderdeel rekenen beantwoorden jongens 67 procent van de vragen goed en meisjes 63 procent.

Definitie

De prestaties van kinderen en jongeren in het onderwijs staan hier centraal. Hoe doen kinderen het bij de Citotoets? Hoeveel jongeren halen een startkwalificatie? Wat zijn trends in niveaus van onderwijsdeelname?

Meer informatie

Sterke basis voor de jeugd

Lees ook

Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud