Percentage jongeren met problematisch internetgebruik

Problematisch sociale mediagebruik

In 2017 is bij 7,4 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs sprake van problematisch gebruik van sociale media. In groep 8 van het basisonderwijs gaat het om 3,5 procent. Deze cijfers zijn afkomstig uit het HBSC-onderzoek onder scholieren. Aan leerlingen zijn diverse stellingen voorgelegd waarin is nagegaan of leerlingen voldoen aan minstens vijf symptomen van problematisch gebruik.
Van alle jongeren in het voortgezet onderwijs zegt 29 procent sociale media te gebruiken om niet aan vervelende dingen te hoeven denken. In het basisonderwijs gaat het om bijna 27 procent. Dit is onder alle leerlingen het meest voorkomende symptoom van problematisch gebruik. Onder meisjes in het voortgezet onderwijs komt problematisch gebruik van sociale media significant vaker voor dan bij jongens. Het gaat om bijna 9 procent van de meisjes en ruim 6 procent van de jongens die hier last van heeft.

Problematisch gamegebruik

In het HBSC-onderzoek is ook nagegaan bij hoeveel jongeren sprake is van problematisch gamegedrag. In het voortgezet onderwijs voldoet 4 procent van de leerlingen aan de criteria voor problematisch gamegedrag. In het basisonderwijs gaat om 3 procent van de leerlingen. Problematisch sociale mediagebruik komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Bij problematisch gamegedrag is het omgekeerd. Bij jongens in het voortgezet onderwijs gaat het om 7 procent en bij jongens in het basisonderwijs om ruim 5 procent. Bij meisjes gaat het in zowel het basis- als voortgezet onderwijs om circa 1 procent (Stevens e.a., 2018).

Laatst bewerkt: 8 november 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Internetgebruik- en vaardigheden

In 2019 hebben nagenoeg alle jongeren van 12 tot 25 jaar toegang tot het internet (99,7 procent). Ruim 96 procent van deze jongeren zegt bijna elke dag het internet te gebruiken. In de meeste gevallen (94,7 procent) doen ze dit via hun mobiele telefoon.

Jongeren gebruiken internet vooral voor communicatie via sociale media (96,8 procent), het versturen en verzenden van e-mails (90,1 procent) en voor gamen en muziek afspelen of downloaden (93,7 procent). Deze cijfers zijn afkomstig van het onderzoek naar ICT-gebruik onder huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (2019).

Digitale vaardigheden van jongeren

Het dagelijks gebruik van internet door jongeren is de laatste jaren gestegen. Ook zijn jongeren steeds vaardiger geworden in het gebruik van internet, computers en software. In 2015 had 63 procent van de jongeren van 12 tot 25 jaar meer dan basisvaardigheden. In 2019 overstijgt 72 procent van de jongeren het basisniveau. 18- tot 25-jarigen zijn daarbij met 79 procent vaardiger dan jongeren van 12 tot 18 jaar waarvan 62 procent het basisniveau van digitale vaardigheden overstijgt. Tussen jongens en meisjes is er geen verschil.

In Nederland beschikt bijna driekwart van de jongeren meer dan basisvaardigheden in het gebruik van computers, internet en software en behoort daarmee tot de top drie van de Europese Unie. Nederland, Kroatië en Estland zijn de landen in de Europese Unie met het grootste aandeel jongeren (16 tot 25 jaar) die meer dan digitale basisvaardigheden hebben (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

Digitale vaardigheden van jongeren worden bepaald door resultaten op vier gebieden:

  • communicatie - bellen via internet, sociale mediagebruik, e-mail;
  • informatie - informatie opzoeken via internet, bestanden verplaatsen en foto’s opslaan in de cloud;
  • computers/online diensten - online winkelen, apps installeren en een cursus volgen via internet;
  • software - gebruik van programma’s voor tekstverwerking en spreadsheets, schrijven van computerprogramma’s in een programmeertaal.

Laatst bewerkt: 25 maart 2020


Vragen?

Peter Nikken is contactpersoon.

Foto Peter  Nikken

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies