Kindermishandeling

Signaleren van kindermishandeling

Iedereen die betrokken is bij kinderen ziet weleens iets gebeuren of hoort iets dat een signaal kan zijn van kindermishandeling. De aanwezigheid van een signaal betekent niet dat er automatisch sprake is van kindermishandeling.

Signalen bespreken

Tientallen signalen kunnen wijzen op kindermishandeling. Een eerste stap is om dat wat je zag of hoorde voor te leggen aan betrokkenen, zoals ouders of opvoeders. Het kan zijn dat uit dit gesprek blijkt dat er een logische verklaring is en er geen vermoeden van kindermishandeling meer is. Het kan ook zijn dat je door het gesprek niet gerustgesteld wordt of mogelijk meer signalen waarneemt.

Algemene tips:

  • Signalen over onveiligheid van kinderen bespreek je zo veel mogelijk (als de veiligheid van betrokkenen dit toelaat) direct met de ouders en het kind. Doe dit op een bevragende, niet veroordelende (en leeftijdsadequate) manier, vanuit oprechte belangstelling en betrokkenheid.
  • Toets door jezelf waargenomen signalen ook bij anderen. Herkennen zij dit ook? Hoe kijken zij tegen de situatie aan? Het gaat over wat jij ziet en over de betekenis die je daaraan geeft vanuit je eigen waarden en normen. Bekijk de situatie gezamenlijk en vanuit meerdere perspectieven. 

Lees meer over het bespreken van signalen met het kind, de ouders of anderen bij Zorgen bespreken.

Niet-pluis gevoel

Soms gaat het niet om een signaal, maar om een gevoel  dat er misschien iets niet klopt zonder dat je dat gevoel concreet kan maken. Je vindt het moeilijk om er op basis van dit gevoel bij de betrokkenen naar te vragen. Dit noemen we ook wel een niet-pluis gevoel of een onderbuikgevoel. Het kan een signaal zijn dat er iets aan de hand is wat het kind schaadt of zou kunnen schaden. Wanneer je het verder onderzoekt wordt een niet-pluis gevoel soms meer objectief en tastbaar. Stel jezelf bijvoorbeeld vraag: wat zie ik of hoor ik?

De valkuil van ongeloof

Gemiddeld genomen is er in elke schoolklas een kind dat slachtoffer is van mishandeling. Een heel menselijke (en vaak voorkomende) reactie op mogelijke situaties van kindermishandeling is ongeloof. Je denkt het vast niet goed gezien of gehoord te hebben. 'Het zal vast niet waar zijn' of 'Ik kan het mij niet voorstellen'. In haar videocollege Onbestaanbaar waar legt Aafke Scharloo uit hoe de valkuil van het ongeloof (bij seksueel misbruik) te voorkomen is. 

Verschil signalen en risicofactoren

Risicofactoren voor kindermishandeling zijn gedragingen, omstandigheden of kenmerken die de kans dat kindermishandeling voorkomt vergroten. Een signaal van kindermishandeling is niet hetzelfde als een risicofactor; omgekeerd kunnen risicofactoren wel een signaalfunctie voor kindermishandeling hebben. Een signaal is een actueel teken of kenmerk bij het kind dat er wat aan de hand is. De verklaring daarvoor kan kindermishandeling zijn, maar dit kan ook een aandoening of andere oorzaak hebben.

Geen signalen bij het kind

Het is een misvatting dat als er geen signalen bij het kind zijn, er niets aan de hand kan zijn. Een kind kan het goed doen of goed lijken te doen, terwijl de situatie in het gezin onveilig is en de risico’s op kindermishandeling groot zijn. Kinderen kunnen zich in deze situaties juist terugtrekken of 'onopvallend' gedrag vertonen Ook als problematische signalen in het gedrag van het kind ontbreken, is het belangrijk oog te hebben voor signalen uit de omgeving van het kind (bijvoorbeeld in de thuissituatie of in gedrag van belangrijke anderen in de omgeving van het kind) om zo een goede inschatting te kunnen maken van de veiligheid en mogelijke risico’s op het ontstaan van kindermishandeling. 

Signalenlijsten als hulpmiddel

Onderstaande signaleringslijsten zijn een hulpmiddel bij het herkennen van signalen. Het vraagt om zorgvuldige gesprekken met ouders en kinderen en eventuele andere betrokkenen voordat een professional kan afwegen of er sprake is van een voor het kind bedreigende situatie.

Er zijn ook traumascreeningslijsten die signalen bevatten die er op kunnen wijzen dat er sprake is of was van kindermishandeling. Deze lijsten staan op de site van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie bij de informatie over trauma en kindermishandeling bij kinderen en adolescenten.

Veiligheid- en risicotaxatie

In de praktijk blijken er veel vragen te zijn over veiligheids- en risicotaxatie. Zo worden de instrumenten hiervoor bijvoorbeeld verward met diagnostische instrumenten, wat ten onrechte de verwachting wekt dat alle kinderen die met kindermishandeling te maken hebben met behulp van risicotaxatie-instrumenten onderkend zouden kunnen worden.

Risicotaxatie is de inschatting hoe waarschijnlijk het is dat een kind in de toekomst (opnieuw) mishandeld, verwaarloosd of misbruikt wordt. Er is een aantal risicotaxatie-instrumenten die bedoeld zijn om de kans op kindermishandeling in te schatten, waaronder:

lees voor meer informatie over risicotaxatie is en wat de beperkingen zijn: Veiligheid en risico's inschatten: wat helpt?

Meldcode en richtlijn

Het observeren, in kaart brengen en documenteren van signalen is de eerste stap voor professionals in de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. In deze eerste stap doen professionals die met ouders werken de Kindcheck. Professionals zijn verplicht om bij signalen de meldcode te volgen. Lees hoe de meldcode professionals ondersteunt bij Werken met de meldcode.

Voor professionals in de jeugdhulp en jeugdbescherming biedt de Richtlijn Kindermishandeling handvatten in de overweging of er sprake kan zijn van kindermishandeling en bij het signaleren van kindermishandeling. Ook voor professionals in de jeugdgezondheidszorg is er een Richtlijn Kindermishandeling.

School is belangrijk

School is voor veel kinderen die thuis te maken hebben met kindermishandeling of huiselijk geweld een plek waar ze zich wél veilig voelen. Een plaats waar zij plezier kunnen hebben en positieve relaties met anderen kunnen aangaan. Sommige kinderen nemen op school iemand in vertrouwen en vertellen hun verhaal, waarmee een last van hen afvalt en ze er minder alleen voor staan. Alertheid en oprechte interesse verlagen voor kinderen de drempel om te praten over wat hen overkomt. De school is ook een plaats waar personen aanwezig zijn die iets kunnen doen om de kindermishandeling te signaleren en te stoppen. Scholen en leerkrachten hebben hierin een taak. De brochure Kindermishandeling zien en samen aanpakken (po) geeft houvast bij het werken volgens de meldcode in het primair onderwijs en de brochure Kindermishandeling zien en samen aanpakken (vo) biedt houvast voor het voortgezet onderwijs.

Vroegsignalering door medisch professionals

Om tijdig in te schatten of een verwonding van een kind mogelijk het gevolg is van kindermishandeling is er voor de afdelingen Spoedeisende hulp van ziekenhuizen en huisartsenposten het SPUTOVAMO-formulier. Dit ondersteunt artsen en verpleegkundigen bij hun signalering of er mogelijk sprake is van kindermishandeling als een kind met verwondingen op de Spoedeisende hulp binnenkomt.

De ALPHA-NL is een korte invullijst die al vroeg in de zwangerschap, voorafgaand aan een consult, door de zwangere zelf wordt ingevuld. De lijst helpt verloskundigen en hun cliënten om te praten over de thuissituatie en de omstandigheden voor het opgroeien van kinderen, zoals de risicofactoren voor kindermishandeling. De ALPHA-NL helpt ook om samen te beslissen of er extra ondersteuning of hulp moet komen ter voorbereiding op het ouderschap.

De ALPHA-NL is een valide vragenlijst die door verloskundig zorgverleners kan worden gebruikt. Daarbij is het belangrijk dat de vragenlijst wordt ingebed in:

  • Een samenwerking met de jeugdgezondheidszorg (JGZ), die na de eerste screening door de verloskundige het gesprek met de client kan voortzetten en van de verloskundige kan 'overnemen'
  • Een samenhangend geheel van beschikbare interventies die variëren van een laagdrempelig steuntje in de rug, tot hulp voor specifieke groepen kwetsbare zwangeren en hun eventuele partners.
Vragen?

Roos Kooijman is contactpersoon.

Foto Roos  Kooijman

Hebt u een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld?
Bel voor advies over of het melden van vermoedens:
Veilig Thuis: 0800 - 2000 (gratis) - www.ikvermoedhuiselijkgeweld.nl

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies