• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Pesten: daders

Pesten is een stelselmatige vorm van agressie waarbij één of meer personen proberen een andere persoon fysiek, verbaal of psychologisch schade toe te brengen. Bij pesten is de macht ongelijk verdeeld. Relatief nieuwe manieren van pesten zijn het digitaal en mobiel pesten. Kinderen of jongeren gebruiken dan het internet (bijvoorbeeld pesten via het chatten) of pesten elkaar door vervelende berichten via de mobiele telefoon te sturen.

Kerncijfers

In 2017 is er een forse afname, ten opzichte van voorgaande jaren, van het aantal leerlingen in zowel het basisonderwijs als voortgezet onderwijs dat zegt andere leerlingen structureel te pesten.  In groep 8 van het basisonderwijs geeft in 2017 2,1 procent van de leerlingen aan minstens twee keer per maand te pesten. In 2001 ging het om circa 7,5 procent. In het voortgezet onderwijs is de afname nog groter.  Daar zegt in 2017 2 procent van de leerlingen structureel te pesten. In 2001 ging het om ruim 11 procent van de leerlingen die zich regelmatig aan pestgedrag schuldig maakte. 

Onder jongens komt pestgedrag meer voor dan onder meisjes. In het basisonderwijs gaat het om respectievelijk 3.2 procent en 1.9 procent. Dit verschil is echter niet significant. In het voortgezet onderwijs is het verschil groter en wel significant. Daar gaat het om respectievelijk 2,7 procent en 1,1 procent van de jongens en meisjes die aangeven minstens twee keer per maand iemand te pesten.

10 procent van de basisschoolleerlingen zegt incidenteel (minstens één keer) te pesten. Van de leerlingen in het voortgezet onderwijs is dat 9 procent.

Deze gegevens zijn afkomstig uit het HBSC 2017 onderzoek onder scholieren.

Pesten in het basisonderwijs

In 2012 heeft de School & Innovatie Groep een landelijk onderzoek gedaan naar pesten in het primair onderwijs. Van de deelnemende leerlingen zegt 17 procent dat ze wel eens pesten, 7 procent daarvan als degene die begint met pesten, 6 procent als actieve meepester en 58 procent als passieve meepester. In 2012 zegt 2,7 procent van de leerlingen zelf structureel te pesten. Vier jaar eerder was dat nog 3,8 procent.

Op de vraag waarom ze pesten, geven leerlingen veel verschillende antwoorden, maar twee springen eruit: om met vrienden mee te doen (22 procent) en om zelf niet gepest te worden (19 procent).  

Laatst bewerkt: 23 oktober 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Heuvelen, K., Gaag, M. van der, & Duiven, R. (2012). Landelijk onderzoek pesten 2012. Primair onderwijs. Zwolle: School & Innovatie Groep.
  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit van Utrecht. 

Online pesten

In het HBSC onderzoek 2017 is aan leerlingen van groep 8 basisonderwijs en leerlingen in het voortgezet onderwijs gevraagd of ze zich schuldig maken aan online pesten. Het gaat daarbij om het sturen van gemene tekstberichten, het belachelijk maken van iemand op een website of het zonder toestemming plaatsen van een jongere waar hij/zij stom of belachelijk op stond.

In het basisonderwijs komt structureel (d.w.z. minstens twee keer per maand) online pesten met 0,4 procent nauwelijks voor. In het voortgezet onderwijs komt het met 1,6 procent van de leerlingen die zich hier schuldig aan maakt significant vaker voor. In het basisonderwijs is er geen verschil tussen jongens en meisjes. In het voortgezet onderwijs maken meer jongens hier schuldig aan. 2,1 procent van de jongens en 0,9 procent van de meisjes zegt minstens twee keer per maand online te pesten. Het verschil is significant.

In de Monitor Jongeren en Internet is in 2007 onderzocht hoeveel kinderen en jongeren digitaal pesten en gepest worden. Sindsdien is pesten niet meer meegenomen in het jaarlijkse monitoronderzoek naar internetgebruik van jongeren. Destijds maakte 56 procent van de jongeren zich minstens één keer per maand schuldig aan een vorm van online pesten. Hierbij is het begrip online pesten breed opgevat, het loopt uiteen van iemand beledigen, kwetsen, lastig vallen tot iemand volledig negeren. Dit gebeurt bijvoorbeeld op sociale netwerksites en via Twitter of You tube. Als expliciet aan jongeren gevraagd wordt of ze weleens iemand pesten op internet, zegt 8 procent dit wel eens te doen.

Zie bij 'Pesten: slachtoffers' voor cijfers over het aantal jongeren dat gepest wordt via het internet.

Laatst bewerkt: 23 oktober 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit van Utrecht.  
  • Rooij, T. van. & van den Eijnden, R. (2007). Monitor internet en jongeren 2006 en 2007: ontwikkelingen in internetgebruik en de rol van opvoeding. Rotterdam: IVO, wetenschappelijk bureau voor onderzoek over verslaving, leefwijzen, maatschappelijke ontwikkelingen.

Pesten: het verschil tussen leerlingen met en zonder een migratieachtergrond

In 2017 zeggen leerlingen met een migratieachtergrond zeggen vaker dader te zijn  van structureel pesten dan leerlingen die geen migratieachtergrond hebben. Relatief het grootste verschil doet zich in het basisonderwijs voor. Daar zegt 5 procent van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond structureel (d.w.z. minstens twee keer maand) te pesten. Onder leerlingen zonder migratieachtergrond gaat het om 1,3 procent. In het voortgezet onderwijs gaat het om respectievelijk 3,5 procent en 1,6 procent.

De verschillen in online pesten zijn tussen leerlingen met- en zonder migratieachtergrond kleiner. Dat geldt m.n. voor het basisonderwijs. Daar zegt 0,6 procent van de leerlingen met een niet-westerse achtergrond regelmatig online te pesten. Onder leerlingen zonder migratieachtergrond gaat het om 0,4 procent. In het voortgezet onderwijs is het verschil groter. Daar gaat het om respectievelijk 3 procent en 1,2 procent (HBSC, 2017). 

Laatst bewerkt: 23 oktober 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit van Utrecht.

Percentage leerlingen dat zegt te hebben gepest

In de landelijke monitor Sociale Veiligheid in en rond de school is gepest worden gedefinieerd als het één keer per maand of vaker ervaren van geweld. Dat geweld of agressief gedrag kan verschillende vormen aannemen, zoals aangegeven in de figuur. Het betreft gegevens over 2012. Voor vrijwel alle vormen van geweld geldt dat het aantal jongeren dat zich er aan schuldig heeft gemaakt de laatste jaren significant is toegenomen.

Laatst bewerkt: 18 september 2015


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies