• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Pesten: daders

Pesten is een stelselmatige vorm van agressie waarbij één of meer personen proberen een andere persoon fysiek, verbaal of psychologisch schade toe te brengen. Bij pesten is de macht ongelijk verdeeld. Relatief nieuwe manieren van pesten zijn het digitaal en mobiel pesten. Kinderen of jongeren gebruiken dan het internet (bijvoorbeeld pesten via het chatten) of pesten elkaar door vervelende berichten via de mobiele telefoon te sturen.

Kerncijfers

Pesten komt zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs vaak voor. In 2013 pest ongeveer een vijfde van de scholieren in de hoogste klas van het basisonderwijs. 4,5 Procent an de leerlingen in het voortgezet onderwijs zegt  vaak te pesten. In  groep 8 van het basisonderwijs is dit met 3,5 procent iets lager. Jongens pesten op alle leeftijden vaker dan meisjes. Vmbo-leerlingen pesten vaker dan vwo-leerlingen (HBSC 2013).

19,5 Procent van alle basisschoolleerlingen zegt incidenteel te pesten. Van de leerlingen in het voortgezet onderwijs is dat 21,7 procent. Structureel pesten komt minder vaak voor: resp. 3 procent in het basisonderwijs en 5 procent in het voortgezet onderwijs. Verschil tussen jongens en meisjes is alleen in het voortgezet onderwijs te zien: jongens (6 procent) pesten daar twee keer zo vaak als meisjes (3 procent).

Pestgedrag is de afgelopen tien jaar geleidelijk aan afgenomen. In het basisonderwijs zijn het vooral de jongens die minder zijn gaan pesten. Die daling is in het voortgezet onderwijs bij jongens én meisjes te zien.

Pesten in het basisonderwijs

In 2012 heeft de School & Innovatie Groep een landelijk onderzoek gedaan naar pesten in het primair onderwijs. Van de deelnemende leerlingen zegt 17 procent dat ze wel eens pesten, 7 procent daarvan als degene die begint met pesten, 6 procent als actieve meepester en 58 procent als passieve meepester. In 2012 zegt 2,7 procent van de leerlingen zelf structureel te pesten. Vier jaar eerder was dat nog 3,8 procent.

Op de vraag waarom ze pesten, geven leerlingen veel verschillende antwoorden, maar twee springen eruit: om met vrienden mee te doen (22 procent) en om zelf niet gepest te worden (19 procent).  

Laatst bewerkt: 5 juni 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Dorsselaer, S. van, Looze, M. de, Vermeulen-Smit, E., ... [et al.] (2010). 'Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland : HBSC 2009'. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Heuveln, K., Gaag, M. van der, & Duiven, R. (2012). Landelijk onderzoek pesten 2012. Primair onderwijs. Zwolle: School & Innovatie Groep.
  • Looze, M., de., Dorsselaer, S. van, Roos, S. de, Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R., Bon-Martens, M. van, Bogt, T. ter & Vollebergh, W. (2014). 'Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland : HBSC-2013 : Health Behavior in School-aged Children'. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Digitaal pesten

Er zijn geen recente cijfers over daders van digitaal pesten. Het CBS heeft in 2016 wel cijfers gepubliceerd over slachtoffers van cyberpesten.

In de Monitor Jongeren en Internet is in 2007 onderzocht hoeveel kinderen en jongeren digitaal pesten en gepest worden. Sindsdien is pesten niet meer meegenomen in het jaarlijkse monitoronderzoek naar internetgebruik van jongeren. Destijds maakte 56 procent van de jongeren zich minstens één keer per maand schuldig aan een vorm van online pesten. Hierbij is het begrip online pesten breed opgevat, het loopt uiteen van iemand beledigen, kwetsen, lastig vallen tot iemand volledig negeren. Dit gebeurt bijvoorbeeld op sociale netwerksites en via Twitter of You tube. Als expliciet aan jongeren gevraagd wordt of ze weleens iemand pesten op internet, zegt 8 procent dit wel eens te doen.

Zie bij 'Pesten: slachtoffers' voor cijfers over het aantal jongeren dat gepest wordt via het internet.

Laatst bewerkt: 15 december 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Rooij, T. van. & van den Eijnden, R. (2007). Monitor internet en jongeren 2006 en 2007: ontwikkelingen in internetgebruik en de rol van opvoeding. Rotterdam: IVO, wetenschappelijk bureau voor onderzoek over verslaving, leefwijzen, maatschappelijke ontwikkelingen.

Pesten: het verschil tussen allochtone en autochtone leerlingen

Het verschil tussen het aantal allochtone en autochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs dat pest, is in 2013 klein. Vier jaar eerder was dat nog een stuk groter. Allochtone leerlingen pesten iets vaker regelmatig dan autochtone leerlingen. In beide groepen is het percentage dat pest de laatste jaren gedaald. Het verschil tussen de groepen is ten opzichte van de vorige meting kleiner geworden (HBSC).

Laatst bewerkt: 14 oktober 2015


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Dorsselaer, S. van, Looze, M. de, Vermeulen-Smit, E., ... [et al.] (2010). 'Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland : HBSC 2009'. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Looze, M. de, Dorsselaer, S. van. Roos, S. de, Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R,. Bon-Martens, M. van, Bogt, T. ter, Vollebergh, W. (2014). Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. HBSC 2013. Utrecht/Den Haag: Universiteit Utrecht/Trimbos-instituut/Sociaal en Cultureel Planbureau.

Percentage leerlingen dat zegt te hebben gepest

In de landelijke monitor Sociale Veiligheid in en rond de school is gepest worden gedefinieerd als het één keer per maand of vaker ervaren van geweld. Dat geweld of agressief gedrag kan verschillende vormen aannemen, zoals aangegeven in de figuur. Het betreft gegevens over 2012. Voor vrijwel alle vormen van geweld geldt dat het aantal jongeren dat zich er aan schuldig heeft gemaakt de laatste jaren significant is toegenomen.

Laatst bewerkt: 18 september 2015


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.