Wat kan ik doen voor leerlingen in een onveilige thuissituatie?

Sommige leerlingen in jouw klas hebben een onveilige thuissituatie. Zij hebben steun, informatie en hulp nodig. Jij hebt regelmatig contact met je leerlingen, kent hen en kunt van grote betekenis zijn. Wat kun jij voor jouw leerlingen betekenen? 

Leer elkaar kennen

Wanneer een groep start of een nieuwe leerling in jouw groep komt, werk je aan een goede relatie. Doe dit met de leerling, maar ook met de opvoeders. Leer het gezin kennen. Hoe leven zij? Wat houdt hen bezig? Welke vragen hebben zij en hoe gaan ze met elkaar om? Wees hierin geïnteresseerd en laat weten dat zij met vragen over de ontwikkeling van hun kind bij je terecht kunnen. Wanneer mensen zich vertrouwd bij je voelen en weten dat jij hen kunt helpen, kun je hen eerder en beter helpen als er zorgen zijn. Investeer daarom in de relatie met leerlingen en opvoeders.

Observeer en leer

Zorg dat er voldoende tijd is om leerlingen te observeren tijdens de lesdag. Leer het gedrag en gewoontes van leerlingen kennen, zodat je veranderingen daarin opmerkt. Zorg dat je op de hoogte bent van de signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling, zodat je hierop kunt handelen.

Informeer leerlingen

Maak duidelijk dat kinderen mogen praten over thuis en dat ze het recht hebben om veilig op te groeien. Praat in de groep over emoties, je fijn voelen en veilig opgroeien. Wat hebben kinderen nodig om zich fijn en veilig te voelen? Naar wie gaan ze toe als ze verdrietig zijn? Hoe worden zij getroost? Informeer hen bijvoorbeeld over de kinderrechten. Stem deze lessen en gesprekken af op de leeftijd van jouw leerlingen. In de gids Ieder kind geïnformeerd vind je tips en praktische handvatten hoe je dit kunt doen.

Maak ruimte

Zorg voor verschillende momenten op een dag waarop leerlingen je kunnen aanspreken en hun verhaal kunnen doen. Blijf bijvoorbeeld nog even hangen na lestijd, loop rond in de pauze op het schoolplein of in de gangen, ga even naast een leerling zitten en start een gesprek. Zorg ervoor dat er ook momenten zijn waarop niemand kan meeluisteren. Zo kunnen leerlingen hun verhaal met je delen. Lees hier meer over in het magazine Disclosure op school

Praat met leerlingen en opvoeders

Wanneer er zorgen zijn, ga je het gesprek aan met leerlingen en opvoeders. Benoem helder wat de zorgen zijn. Maak dit concreet en houd het bij feiten. Geef voorbeelden van wat je ziet en maak ruimte voor reacties en het delen van emoties. Kijk samen wat de eerste stappen kunnen zijn. Wees hierin helder over jouw rol en taak. Je biedt onderwijs en hebt verantwoordelijkheid voor het welzijn en de (leer)ontwikkeling van het kind. Wanneer verdere hulp nodig is, dan zijn hier andere professionals voor. Bijvoorbeeld de huisarts of wijkprofessionals.

Reflecteer op je handelen

Je overtuigingen, ervaringen, twijfels en dilemma's neem je mee in je werk. Het beïnvloedt je houding, gespreksvoering en samenwerking. Reflecteer daarom regelmatig, bijvoorbeeld met deze reflectievragen. Wees je bewust van je overtuigingen en bespreek casussen en dilemma's in je team. Zo benut je elkaars krachten en kennis.

Kompas. Ondersteuningsinstrument signaleren huiselijk geweld en kindermishandeling - Integraal werken in de wijkVeilig Thuis

Agnes Derksen

Agnes Derksen

senior medewerker inhoud