Hoe herken je mentale klachten bij jongeren en ouders?

Als wijkteamprofessional begeleid je soms jongeren en ouders met mentale klachten. Deze klachten zijn niet altijd zichtbaar, maar ze kunnen grote invloed hebben op het dagelijks leven van het gezin. Vroege signalering kan helpen voorkomen dat klachten verergeren. Op deze pagina lees je hoe je signalen herkent. En hoe je passende ondersteuning kunt bieden.

Wat zijn mentale klachten?

Mentale klachten zijn bijvoorbeeld stress, angst, paniek, depressieve gevoelens en eenzaamheid. Ze kunnen variëren van lichte, tijdelijke klachten tot ernstigere problemen die het dagelijks leven beïnvloeden.

Hoe vaak komen mentale klachten voor?

Als wijkteamprofessional kom je regelmatig in contact met kinderen, jongeren en ouders met mentale klachten. Hoe vaak dit voorkomt per leeftijdscategorie kun je terugvinden op de Monitor Mentale Gezondheid van het RIVM. In 2025 gaf ruim de helft (52%) van de jongvolwassenen van 16 tot en met 25 jaar aan in de afgelopen vier weken angst- of depressiegevoelens te hebben ervaren.  

Meer actuele cijfers vind je bij Cijfers over depressie en Cijfers over welbevinden en mentale gezondheid.

Hoe herken je signalen van mentale klachten?

Wees alert op eerste signalen

Als je het gevoel hebt dat er iets aan de hand is met een kind of ouder, kan dat een eerste aanwijzing zijn. Bespreek zo'n indruk met een collega. Kom je er samen niet uit? Vraag dan consultatie aan een specialist om je observaties te toetsen, zoals een gedragswetenschapper of een jeugd-ggz-professional. 

Zorg voor basiskennis van psychische problematiek, ontwikkeling en functioneren

Het is belangrijk om basiskennis te hebben van psychische problematiek. Het helpt daarbij als je weet hoe de ontwikkeling van kinderen verloopt en welke problemen in verschillende leeftijdsfasen vaker voorkomen. Zo kun je beter inschatten wanneer gedrag of ontwikkeling afwijkt. Ook kennis van gezond functioneren bij volwassenen helpt bij het herkennen van signalen. 

Bekijk klachten in samenhang met de leefomgeving

Psychische klachten ontstaan vaak door een wisselwerking tussen de persoon en de omgeving. In moeilijke of ongezonde omstandigheden kunnen mensen soms sterke reacties hebben, zoals somberheid, angst, prikkelbaarheid, slaapproblemen, terugtrekgedrag, boosheid of concentratieproblemen. Zulke reacties kunnen dus een normale reactie zijn op langdurige stress. Bekijk klachten daarom altijd in samenhang met de leefomgeving en probeer de bredere situatie te begrijpen. Denk bijvoorbeeld aan problemen thuis, armoede, pesten, verlies of andere ingrijpende gebeurtenissen. Zo kun je signalen beter begrijpen en duiden, en voorkom je dat de focus te veel op het individu of een diagnose komt te liggen.

Ken de grenzen van je expertise

Wees je bewust van de grenzen van je eigen deskundigheid. Zo kun je op tijd een collega of specialist met meer expertise betrekken.

Gebruik de Kindcheck

Let extra op kinderen die afhankelijk zijn van volwassenen met psychische problemen. Dat is namelijk een belangrijke voorspeller van psychische problemen bij kinderen zelf. Wijs collega's die vooral met volwassenen werken daarom op de Kindcheck

Wat kun je doen bij mentale klachten? 

Werk met een brede blik 

Als wijkteamprofessional heb je contact met alle gezinsleden en richt je je niet alleen op één persoon of op bepaald gedrag. Je stemt af op hun situatie, klachten en behoeften. Het gezin als geheel staat centraal, inclusief onderlinge relaties en de verbinding met de omgeving. Je kijkt breed naar factoren die het dagelijks leven beïnvloeden, maar ook naar wat gezinsleden kan versterken. 

Voer een gesprek vanuit de leefwereld van het gezin

Begin een gesprek vanuit de leefwereld van gezinsleden, niet vanuit het perspectief van jou als professional. Laat jouw professionele blik niet leidend zijn, omdat je anders belangrijke aspecten van hun beleving en situatie kunt missen. Geef ruimte aan het verhaal van het gezin en ontdek wat situaties voor hen betekenen, zowel individueel als binnen het gezin. Wat vinden zij zelf moeilijk? Waar maken zij zich zorgen over? Wat gaat juist goed?  Werk vanuit partnerschap met ouders en jongeren. Zie hen als gelijkwaardige gesprekspartners en experts over hun eigen leven. Neem hun ervaringen, zorgen en ideeën serieus, ook als deze anders zijn dan jouw eerste inschatting.

Voor dit gesprek kun je meerdere ondersteunende instrumenten gebruiken: 

Verzamel informatie en werk samen met andere professionals

Verzamel ook informatie van betrokken professionals, zoals de huisarts en jeugdgezondheidszorg. Samen met jouw eigen gesprek en expertise helpt deze informatie om de situatie te begrijpen en te bepalen welke ondersteuning passend is. 

Lees ook Hoe krijg ik een volledig beeld van wat er aan de hand is?

Werk vanuit behoeftes, en niet vanuit gedrag 

Gedrag maakt problemen zichtbaar en biedt aanknopingspunten voor ondersteuning. Maar gedrag vertelt niet het hele verhaal. Kijk daarom niet alleen naar wat iemand doet, maar vooral naar wat iemand nodig heeft. Een jongere die vaak boos reageert, heeft bijvoorbeeld niet altijd als eerste behoefte aan een aanpak van dat gedrag. Achter de boosheid kan bijvoorbeeld stress of het missen van steun liggen. Ga daarom niet alleen aan de slag met het verminderen van het gedrag, maar onderzoek samen wat de jongere of het gezin als eerste wil veranderen. Misschien is dat meer rust thuis, hulp bij financiële zorgen, ruimte voor een hobby of een steunend contact zoals een maatje. Er ontstaat ruimte voor verandering als je verkent wat mensen zelf als eerste willen aanpakken. 

Zorg voor verlichting

Niet alles hoeft direct opgelost te worden. Vaak helpt het al om te verlichten, beter te leren omgaan met de situatie en problemen samen met de omgeving te dragen. Vraag jezelf steeds af: wat kunnen we toevoegen om de situatie draaglijker te maken? Welke krachten en beschermende factoren zijn er al, en hoe kunnen we die versterken? En hoe zien de problemen er dan uit? Door eerst de draagkracht te vergroten, nemen klachten soms al af. 

Welke aanvullende hulp kun je inschakelen? 

Is er sprake van psychische problematiek en houden de klachten aan na eerdere hulp? Onderzoek dan welke specialistische hulp passend is. Denk bijvoorbeeld aan specialistische jeugdhulp, de jeugd-ggz, een kinder- en jeugdpsychiater of andere gespecialiseerde zorg. Voor aanvullende hulp is geen DSM-classificatie nodig. De keuze voor hulp hangt af van de behoeften binnen het gezin, de ernst van de klachten en de mogelijkheden van het wijkteam. 

Lees meer over het betrekken van aanvullende expertise: Aanvullende expertise betrekken: wanneer en hoe doe je dat?  

Gebruik de richtlijnen voor hulp bij specifieke problemen

Je kunt de databank Richtlijnen gebruiken om richtlijnen op te zoeken voor specifieke problemen.

Deze databank gaat ook in op voortekenen van psychische problemen, die je kunt leren herkennen. Denk bijvoorbeeld aan veranderingen in gedrag, stemming of functioneren. 

De richtlijnen van Richtlijnenjeugdhulp.nl gaan bijvoorbeeld over ADHD, gedragsproblemen en stemmingsproblemen. Deze zijn bedoeld voor jeugdhulp en jeugdbescherming. 

Ook richtlijnen van andere beroepsgroepen kunnen behulpzaam zijn:

Wil je meer weten over hoe richtlijnen je kunnen helpen in je dagelijks werk? Lees de Q&A voor wijkteams: werken met Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming.

Esther Kooymans

Esther Kooymans

inhoudsdeskundige Passende hulp
e.kooymans [at] nji.nl

Lees ook