Omgaan met een kind met autisme

Een kind met autisme vraagt om een andere benadering dan een kind zonder autisme. Het is daarom belangrijk dat je als professional weet wat autisme is en hoe je het beste kunt omgaan met een kind met autisme. 

Algemene adviezen

Autisme is voor iedereen anders, maar voor het omgaan met een kind met autisme gelden in ieder geval de volgende adviezen:

Zoek informatie over autisme

Als je meer weet over autisme kun je beter begrijpen wat je van het kind kunt verwachten, wat het kind wel en juist niet nodig heeft, en wat het kind goed kan.

Vraag het kind wat het graag van je wil en neem het serieus

Autisme is voor iedereen anders, dus verschillende mensen met autisme hebben ook verschillende dingen nodig. Sommige kinderen met autisme vinden het bijvoorbeeld vervelend om aangeraakt te worden. Praat daarover en neem het kind serieus.

Zorg voor structuur en voorspelbaarheid

Voor kinderen met autisme is het fijn als ze weten wat ze kunnen verwachten. Maak daarom een planning en houd je daar dan ook aan. Veranderingen zijn voor iemand met autisme vaak moeilijk. Bereid een kind er daarom goed op voor. Vertel het op tijd als er iets gaat veranderen, praat erover en geef het kind de tijd om eraan te wennen. Dat kan erg lang duren.

Communiceer duidelijk en concreet

Kinderen met autisme vinden het soms moeilijk om dingen als sarcasme, grapjes of beeldspraak te begrijpen. Ze nemen woorden vaak heel letterlijk. Zeg dus wat je bedoelt en doe wat je zegt. Zeg bijvoorbeeld niet ‘we hebben straks pauze’, maar ‘we hebben om 11.00 uur pauze’ en laat de pauze dan ook daadwerkelijk om 11 uur beginnen. 

Let op gevoeligheid voor prikkels

Kinderen met autisme zijn soms overgevoelig voor prikkels in de omgeving. Ze worden dan overspoeld door de geluiden, kleuren of bewegingen. Een rustige omgeving, met weinig geluiden, spullen of decoraties, kan dan helpen. Kijk dus of het mogelijk is om de ruimte rustig in te richten, of zoek een ruimte waar een kind met autisme zich kan terugtrekken. Sommige kinderen met autisme zijn juist minder gevoelig voor prikkels en voelen bijvoorbeeld niet goed of en waar ze pijn hebben. Of ze gaan tikken, met fidget toys spelen of op hun stoel wiebelen om meer prikkels te krijgen.

Communiceer met de ouders over het autisme

Het is belangrijk dat je als professional je gedrag ook afstemt in overleg met de ouders van het kind. Respecteer hun ervaringsdeskundigheid en ga met ze in dialoog.

Aandacht voor sterke kanten

Het is belangrijk dat je niet alleen aandacht geeft aan wat moeilijk is voor het kind, maar het kind ook helpt om positief over zichzelf te denken zodat het zelfvertrouwen krijgt. Dat stimuleert een kind om te doen waar het goed in is. Vergeleken met kinderen zonder autisme vallen kinderen met autisme aak op door hun:

  • Oprechtheid
  • Grote kennis van bepaalde zaken en onderwerpen
  • Visueel geheugen
  • Leergierigheid
  • Betrouwbaarheid en loyaliteit
  • Opmerkzaamheid, gericht op details
  • Sterk in analyserend en organiseren

Ieder kind is uniek, dus ook ieder kind met autisme. Bekijk daarom per kind wat het goed kan en geef het de ruimte om deze vaardigheden verder te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld na over hobby's of werk waarvoor het deze talenten kan gebruiken, zoals tekenen, knutselen of werken met computers.

De inhoud van deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met Landelijk Kenniscentrum LVB en Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Alle pagina’s over autisme

Naar het overzicht

Daniëlle de Veld