• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Scheiding

Wet- en regelgeving

Scheiding via de rechter

Als er kinderen betrokken zijn bij de ontbinding van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap, dan moet de scheiding altijd via de rechter lopen en is bijstand van een advocaat verplicht. Dit geldt sinds de invoering van de 'Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding' in 2009. Ouders met minderjarige kinderen zijn tevens verplicht om een ouderschapsplan te maken dat door de rechter wordt getoetst.

Scheiding via burgerlijke stand misschien mogelijk

Als het wetsvoorstel 'Scheiden zonder rechter' wordt  aangenomen kunnen echtparen zonder kinderen, als ze het onderling eens zijn, hun scheiding regelen via de ambtenaar van de burgerlijke stand. De echtscheidingsprocedure voor echtgenoten met minderjarige kinderen blijft ongewijzigd.

Verplicht ouderschapsplan

Een ouderschapsplan is sinds 1 maart 2009 wettelijk verplicht voor alle ouders van minderjarige kinderen die een aanvraag doen voor echtscheiding, beëindiging van samenleving of geregistreerd partnerschap. Het ouderschapsplan moet met het verzoekschrift tot echtscheiding of ontbinding van geregistreerd partnerschap worden ingediend.

In een ouderschapsplan moet in ieder geval zijn opgenomen:

  • hoe ouders het zorg- en opvoedingstaken verdelen;
  • hoe ouders de verplichting tot omgang met de kinderen regelen;
  • hoe ouders elkaar informeren en raadplegen over belangrijke onderwerpen;
  • hoe ouders de kosten van de kinderen en de eventuele alimentatie voor de kinderen verdelen;
  • hoe ouders de wensen van de kinderen bespreken.

Meer informatie: Wat is het ouderschapsplan? op de website van Rijksoverheid.nl.

Tijdelijke regeling

Ex-partners kunnen eventueel via de rechter voorlopige afspraken maken totdat de scheiding officieel rond is. Omdat een scheiding zeker een aantal maanden kost, zijn er tijdelijke afspraken nodig, bijvoorbeeld over wie waar woont, wat er gebeurt met de kinderen en hoe de financiën geregeld worden. Ex-partners kunnen die afspraken onderling maken. Lukt dat niet, dan kunnen ze bij de rechter een 'voorlopige voorziening' vragen. Dat moeten ze wel via een advocaat doen.

Gezamenlijk ouderlijk gezag

Sinds 1 januari 1998 is een wet van kracht inzake gezamenlijk gezag en gezamenlijke voogdij. Daardoor loopt het gezamenlijk ouderlijk gezag na een echtscheiding automatisch door, tenzij één van de ouders dat niet wil en kan aantonen dat het niet in het belang van het kind is. Als een ouder geen gezamenlijk gezag meer wil, kan aan de rechter worden gevraagd het gezag aan één ouder toe te wijzen. Als er meer kinderen zijn, bepaalt de rechter dit voor ieder kind apart. Eén van de ouders kan het verzoek indienen. Zijn beide ouders het hierover eens, dan kunnen zij gezamenlijk een voorstel doen. Ook een kind van 12 jaar of ouder kan de rechter vragen het gezag aan één van de ouders op te dragen. Bij de vaststelling van het gezag moeten kinderen vanaf 12 jaar om hun mening worden gevraagd. Bij jongere kinderen is dit niet verplicht.

Recht op 'gelijkwaardig ouderschap'

Volgens de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding heeft een kind recht op 'gelijkwaardig ouderschap na scheiding'. Dit houdt in dat het kind recht heeft op gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Een rechter houdt rekening met dit recht van het kind wanneer hij een beslissing moet nemen. Dat een kind recht heeft op 'gelijkwaardig ouderschap' betekent niet dat ouders verplicht co-ouderschap moeten voeren. Co-ouderschap is een omgangsregeling waardoor beide ouders ongeveer de helft van de tijd het kind verzorgen. Bij 'gelijkwaardig ouderschap' kiezen ouders meestal voor een regeling waardoor de kinderen voornamelijk bij de ene ouder wonen en in de weekeinden bij de andere ouder zijn. Wie wat doet en wanneer kunnen ouders in onderling overleg afspreken en vastleggen in een ouderschapsplan.

Als ouders onderling geen afspraken kunnen maken over hoe ze na de scheiding met de kinderen omgaan, dan beslist de rechter. De rechter kan advies vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Partneralimentatie

Als één van de ex-partners niet helemaal in zijn levensonderhoud kan voorzien, heeft de ander de plicht om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud. Deze alimentatieplicht geldt voor getrouwde en geregistreerde partners, met en zonder kinderen. Voor scheidingen die op of na 1 juli 1994 zijn gesloten, gelden wettelijke termijnen:

  • maximaal 12 jaar voor een huwelijk met kinderen;
  • maximaal 12 jaar voor een huwelijk zonder kinderen als het huwelijk langer duurde dan 5 jaar;
  • net zolang als het huwelijk duurde bij een huwelijk korter dan 5 jaar zonder kinderen.

De alimentatieplicht houdt op als de ex die alimentatie krijgt, met een ander trouwt, gaat samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat. Elk jaar wijzigen de lonen. Daarom worden ook jaarlijks de alimentatiebedragen aangepast. De minister van Veiligheid en Justitie stelt elk jaar in november een percentage vast waarmee alle bedragen voor partneralimentatie en kinderalimentatie op 1 januari van het nieuwe jaar automatisch wijzigen.

Onderhoudsplicht voor beide ouders blijft bij gezamenlijk ouderschap. Ook als het gezamenlijk gezag ophoudt en de rechter het gezag toewijst aan de ex-partner, blijft onderhoudsplicht bestaan.

Kinderalimentatie

Ouders zijn wettelijk verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen tot zij 21 jaar zijn. Als ouders uit elkaar gaan, moeten ze voor het onderhoud van de kinderen een financiële regeling afspreken. De gemaakte afspraken komen in een ouderschapsplan te staan. De alimentatieplicht voor kinderen geldt tot het kind 18 jaar wordt. Daarna geldt een voortgezette financiële verplichting om in de kosten van levensonderhoud en studie te voorzien, tot het kind 21 jaar wordt. Er kunnen redenen zijn om minder alimentatie te betalen bij studiefinanciering en inkomen. De ouders kunnen in onderling overleg een afspraak maken over de hoogte van de alimentatie voor de kinderen. De rechter geeft een oordeel over het bedrag. Slagen ouders er niet in om afspraken te maken over de kinderalimentatie dan stelt de rechter het bedrag vast. Dit bedrag is gebaseerd op het rapport Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging van de Rechtspraak, ook wel tremarapport genoemd.

Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) is verantwoordelijk voor het innen van alimentatiebijdragen. Het LBIO kan de inning doen als de betalingsplichtige ouder of ex-partner zich niet aan de door de rechter vastgestelde betalingen houdt. Meer informatie: LBIO.

Veranderingen kinderalimentatie

Volgens de initiatiefnemers van het voorstel ’Wet herziening kinderalimentatie’ (2014)  is het echter onduidelijk hoe het bedrag voor kinderalimentatie wordt berekend en ontbreekt er een eenvoudige  berekeningstool voor ouders.

In het voorstel wordt de kinderalimentatie beperkt tot 18 jaar in plaats van tot 21 jaar, tenzij het kind studeert of naar school gaat. In dat geval ontstaat een recht op kinderalimentatie tot 23 jaar. De hoogte van de kinderalimentatie houdt rekening met de zorgverdeling tussen ouders en ouders moeten afspraken maken over wie welke kosten betaalt.
Zie verder bij Ontwikkelingen.

Verdeling opgebouwd pensioen

Volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding hebben ex-partners beiden recht op een gelijk deel van het ouderdomspensioen dat zij tijdens hun huwelijk hebben opgebouwd. Ze kunnen ook samen een andere verdeling afspreken. Voor meer informatie zie Scheiding en pensioen op Rijksoverheid.nl.

Bronnen

Lees meer

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.