Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Financiering

Gemeenten en scholen krijgen geld van de Rijksoverheid voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. Daaruit wordt onder meer voor- en vroegschoolse educatie gefinancierd, maar ook bijvoorbeeld startgroepen, zomerklassen en ouderbetrokkenheid.

Voorheen werd het beschikbare budget verdeeld volgens de ‘gewichtenregeling’, gebaseerd op het opleidingsniveau van de ouders. In de nieuwe regeling wordt rekening gehouden met meer kenmerken van de omgeving van het kind:

  • het opleidingsniveau van beide ouders;
  • het herkomstland van de moeder;
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
  • het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school;
  • of de ouders in de schuldsanering zitten.

Op basis van deze indicatoren berekent het CBS ieder jaar hoe groot het risico op onderwijsachterstand van een peuter en een leerling is. Dit wordt de onderwijsscore genoemd. Op basis van deze anonieme schoolscores van kinderen tussen 2 en 4 jaar en basisschoolleerlingen wordt de achterstandsscore voor een gemeente berekend en het budget bepaald. Voor kinderen met een hoger risico op een onderwijsachterstand ontvangen scholen en gemeenten een hoger bedrag dan voor kinderen met een lager risico.

Voor gemeenten is deze nieuwe regeling per 1 januari 2019 ingegaan. Voor basisscholen gaat de nieuwe regeling vanaf 1 augustus 2019 in.

Meer informatie

Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies