• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Vluchtelingenkinderen

Vraag en antwoord

Een vluchteling is iemand die in zijn thuisland gegronde vrees heeft voor vervolging. Zijn thuisland beschermt hem niet. Redenen voor vervolging zijn: godsdienst, politieke overtuiging, etniciteit, sociale groep, of de seksuele voorkeur van de vluchteling, aldus het Vluchtelingenverdrag uit 1951. Meer dan 150 landen hebben zich verbonden aan het verdrag. Dit verdrag bepaalt ook dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar zij worden vervolgd.

Er zijn grofweg twee typen vluchtelingenkinderen:

  • Kinderen die met hun ouder(s) of andere familieleden zijn gevlucht. Of die zich in het kader van gezinshereniging bij hun ouder(s) voegen; 
  • Kinderen die zonder naaste familie gevlucht zijn: alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv’s).

Bron: Vluchtelingenwerk; Pharos.

De laatste jaren komen de meeste vluchtelingen die naar Nederland komen uit Syrië en Irak. Het gaat vooral om mensen die op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld. Uit landen als Iran, Afghanistan, Eritrea en Somalië komen er al langere tijd vluchtelingen. Vluchtelingenkinderen zijn kinderen die tegelijk met hun ouders zijn gevlucht, of die zich later bij hun gevluchte ouders voegen. En kinderen die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen.

Er zijn geen openbare cijfers over het aantal vluchtelingenkinderen. Het aantal asielaanvragen en asielverzoeken is wel bekend. Een asielaanvraag is een schriftelijke aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. In 2017 waren dat er 14.176. In 2016 waren het er 18.171,  in 2015 was er een piek in aanvragen vanwege de oorlog in Syrië: 43.093.

Onder een asielverzoek verstaat het ministerie van JenV: elk verzoek van een vreemdeling om internationale bescherming door de Nederlandse autoriteiten. Dit kan dus ook een mondeling verzoek zijn.

> Lees meer over het aantal asielaanvragen en -verzoeken 

Een kind dat gevlucht is voor oorlogsgeweld heeft vaker problemen. In de eerste plaats door wat het heeft meegemaakt. Het ontvluchten van het thuisland en de lange weg naar Nederland hebben een grote invloed op het gezinsleven. Het kind verliest de band met het land van herkomst, terwijl het nog geen band heeft opgebouwd met het land van aankomst. Het kind, de ouders, broers en zussen kunnen een post-traumatische stress-stoornis hebben die van directe invloed is op het gezinsleven.

De kans is groot dat het kind een onderwijsachterstand oploopt in Nederland. In wwearw instantie wordt ide achterstand groter omdat het Nederlands moet leren. Verder kan de manier waarop onze samenleving nieuwkomers accepteert spanningen en soms tot problemen leiden. Voor een vluchtelingenkind is het opbouwen van sociale relaties op school en in de wijk vaak erg lastig.

Een minderjarige die zonder ouders naar Nederland komt, kan met dezelfde problemen kampen. Bovendien heeft een zogenaamde amv geen veilige plek in de vorm van een eigen gezin. Een gezin dat als buffer en toevluchtsoord kan dienen.

Meer informatie

De ministeries van Binnenlandse Zaken, JenV en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben in december 2015 een akkoord gesloten om de verhoogde asielinstroom op te vangen. Lees het akkoord.
Op de website van het ministerie van JenV kunt u meer informatie vinden over het Nederlandse asielbeleid. De Regeling langdurig verblijvende kinderen betreft kinderen zonder verblijfsvergunning die al langer dan vijf jaar in Nederland zijn.

Gemeenten:

Alle kinderen in Nederland hebben volgens de Jeugdwet recht op zorg, hulp en bescherming. Dat geldt dus ook voor vluchtelingenkinderen. Daarom hebben de Rijksoverheid en de VNG afspraken gemaakt over jeugdhulp voor minderjarige vreemdelingen. Lees voor meer informatie de factsheet.

Leerplicht

Vluchtelingenkinderen vallen ook onder de leerplicht. Als zij drie maanden in Nederland zijn, moeten zij vanaf hun 5e verjaardag tot aan hun 16e naar school. Gemeenten moeten zorgen dat zij naar school kunnen. De kwalificatieplicht voor jongeren van 16 en 17 jaar geldt ook voor vluchtelingenkinderen: wanneer zij nog geen diploma op mbo2-niveau hebben, moeten zij een opleiding volgen.

Jeugdgezondheidszorg

De GGD en jeugdgezondheidszorginstellingen zijn verantwoordelijk voor de zorg van asielzoekers tussen 0 en 19 jaar. Een asielzoeker heeft diverse malen contact met deze instellingen tijdens: 

  • de verpleegkundige intake;
  • het medisch onderzoek inclusief het opstellen van het vaccinatieplan volgens het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Lees hier de meest gestelde vragen rondom het RVP;
  • de periodieke gezondheidsonderzoeken;
  • extra contactmomenten op indicatie in verband met de gezondheidsrisico’s.

Een gemeente moet zich houden aan de:

Een gemeente moet voor de kinderen van vluchtelingen dezelfde voorzieningen bieden op het gebied van onderwijs, begeleiding en hulp als die zij voor andere kinderen hebben. Dit staat in de:

De VNG heeft een factsheets en handreikingen gemaakt voor gemeenten:

Gemeenten spelen een belangrijke rol in het versterken van een positieve ontwikkeling van vluchtelingkinderen. Door het vastleggen van beleid en het faciliteren van de uitvoering kan de gemeente de ondersteuning waarborgen.

Onderstaande publicaties bevatten tips en adviezen. 

Voor- en vroegschoolse educatie

Om te voorkomen dat een vluchtelingenkind een onderwijsachterstand oploopt, is het zinvol om hen zo jong mogelijk gericht te steunen en te stimuleren in hun ontwikkeling. Hier kan voor- en vroegschoolse educatie (vve) bij helpen. Voorschoolse educatie begint op de peuterspeelzaal of de kinderopvang en vroegschoolse educatie wordt uitgevoerd in groep 1 en 2 van de basisschool.

Vluchtelingenkinderen die naar Nederland komen hebben een grotere kans om een onderwijsachterstand op te lopen.

Onderwijs:

Op grond van internationale verdragen hebben vluchtelingen tot 18 jaar, ongeacht hun verblijfsstatus, recht op een passende plek in het primair, voortgezet of middelbaar beroepsonderwijs.
Ieder asielzoekerscentrum is gekoppeld aan een basisschool. In de praktijk komen vluchtelingenkinderen meestal eerst in een schakelklas terecht. Dat is een speciale klas voor leerlingen die nog geen Nederlands spreken. Zij krijgen daar een jaar lang intensief onderwijs om hun taalachterstand weg te werken.

De Onderwijsraad heeft in 2017 een advies uitgebracht over vluchtelingen en onderwijs. Daarin pleit de raad onder meer voor voorschoolse voorzieningen voor vluchtelingenkinderen die nog niet leerplichtig zijn en voor eerste-opvangscholen voor de leerplichtige vluchtelingenkinderen. De raad vraagt ook aandacht voor de vele verhuizingen tijdens de asielprocedure waardoor deze kinderen niet de kans krijgen ergens te wennen.

Meer informatie:

In Nederland wordt het onderwijs aan vluchtelingenkinderen georganiseerd in het regulier onderwijs, met een taalklas of met een Internationale Schakelklas. Een school is bij uitstek de plek waar kinderen kunnen werken aan hun cognitieve vaardigheden en sociale, emotionele en gedragscompetenties.

Scholen kunnen vluchtelingenkinderen helpen zich optimaal te ontwikkelen. Zo kunnen zij problemen voorkomen door deze vroegtijdig te signaleren en in te spelen op de  ondersteuningsbehoeften van het kind en het gezin. De samenwerking tussen school, wijk en jeugdhulp is hierin essentieel.

Leerkrachten kunnen veel betekenen voor een vluchtelingenkind met een trauma.

  • In de handreiking Vluchtelingenkinderen op school geeft Pharos informatie over de sociaalemotionele ontwikkeling van deze kinderen; de problemen die zich daarin kunnen voordoen en hoe u hen kunt helpen op school.
  • Augeo biedt een e-learning module aan over het steunen van vluchtelingenkinderen.
  • Pharos beschrijft in dit artikel hoe u kunt omgaan met mogelijke psychotrauma’s van vluchtelingenkinderen.
  • Twee scholen in Noord-Holland werken met een speciale methode om deze kinderen te helpen: de Classroom Based Intervention (CBI).

Afgewezen asielzoekers moeten het land verlaten. Maar tot het zover is, hebben vluchtelingenkinderen recht op onderwijs. Gezinnen met kinderen waarvan het asiel is afgewezen, worden ondergebracht op een opvanglocatie van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). U kunt daar als leerkracht niets aan veranderen.  Maar u kunt een kind voor wie dit geldt als een gewone leerling blijven behandelen

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.