• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR

Kenmerken

Bij deze problematiek is er sprake van problemen die verband houden met bovennormale intelligentie (hoogbegaafdheid). De problemen kunnen zich op meerdere domeinen manifesteren en zijn afhankelijk van persoonlijke eigenschappen en omgevingsfactoren van een jeugdige. Hoogbegaafde jeugdigen kunnen problemen hebben als: fysieke zwakte, weinig sociale vaardigheden, weinig interesses, neiging tot emotionele instabiliteit, problemen met sociale acceptatie, problemen met sociale vaardigheden, pestgedrag en genegeerd worden door leeftijdsgenootjes.

Subtypes en/of specificaties

Problemen die verband houden met hoogbegaafdheid kunnen zich voordoen op de volgende drie gebieden:

  • sociaal-emotionele ontwikkeling
  • opvoeding
  • school.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Voorbeelden van problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn:

  • problemen in de communicatie
  • problemen met het sociaal aanpassingsvermogen
  • emotionele instabiliteit
  • problemen met vriendschappen doordat er grote discrepantie bestaat tussen de sociale en de cognitieve ontwikkeling van het kind en die van leeftijdsgenootjes. Hoogbegaafden hebben vaak oudere vrienden omdat ze hiermee in verstandelijke leeftijd overeenkomen.

Opvoeding

Voorbeelden van problemen op het gebied van opvoeding:

  • Opvoedingsregels van ouders zijn ontoereikend omdat hoogbegaafde kinderen een heel eigen invulling en verwachting aan principes koppelen.
  • Hoogbegaafde jeugdigen komen snel in opstand tegen onrechtvaardig gebruik (misbruik) van gezag. Een autoritaire opvoedingsstijl levert niet alleen frustratie en woede op, maar leidt ook tot weinig of geen opvoedingsresultaat.

School

Voorbeelden van problemen op school:

  • verveling doordat de gegeven stof al bekend is
  • gezagsproblemen met leerkrachten
  • onderpresteren: het niet realiseren van de te verwachten schoolse resultaten die gekoppeld worden aan de intellectuele capaciteiten van een hoogbegaafde leerling
  • faalangst door de hoge verwachtingen die het kind van zichzelf heeft. 

Culturele, leeftijds- en seksespecifieke kenmerken en verloop

Problemen kunnen uiteindelijk leiden tot aanpassingsproblemen en depressiviteit en dit kan weer uitlopen op psychosomatische klachten, storend gedrag en agressiviteit. Of deze problemen ontstaan is afhankelijk van de aanleg en het karakter van de jeugdige (Centrum voor Begaafdheidsonderzoek; www.ru.bl/cbo). Daarnaast is gebleken dat hoe hoogbegaafder het kind is, hoe minder optimaal de sociale en emotionele aanpassing is (Lovecky, 1995).

Als het gaat om heel jonge kinderen dan voltrekt het aanpassingsproces zich vaak onbewust. Sommige begaafde kinderen kunnen zich dan ook gewoon gelukkig voelen, wanneer een goed sociaal contact het tekort aan verstandelijke stimulering compenseert. Veel moeilijker hebben kinderen het die om andere redenen emotionele problemen hebben of die uit een gezin komen waarin intellectuele activiteiten niet gewaardeerd worden. Deze kinderen kunnen in loyaliteitsconflict raken met de school- en de thuissituatie (Span, Bruin-de Boer & Wijnekus, 2001).

De leeftijden van 4 tot 9 jaar zijn het meest problematisch voor hoogbegaafde kinderen. Dit komt door de verschillen in niveaus van sociale ontwikkeling tussen hoogbegaafde kinderen en hun leeftijdsgenoten (Lovecky, 1995).

Tijdens de adolescentie kunnen hoogbegaafden een negatief zelfbeeld ontwikkelen doordat ze heel goed op de hoogte zijn van hun sterke en zwakke punten. Door de hoge verwachtingen die ze van zichzelf hebben en die de omgeving heeft, hebben hoogbegaafde adolescenten het idee dat ze falen (Plucker & Stocking, 2001).

Jeugdigen met (hoog)begaafde bekwaamheden worden, net als ieder ander, onderworpen aan sociale invloeden en moeten de interactie met hun omgeving aangaan. Soms is het moeilijk deze jeugdigen in een multiculturele samenleving zoals in Nederland te herkennen (Hallahan & Kauffman, 2003). Dit komt ook doordat in niet-westerse culturen de term ‘begaafd’ niet veel gebruikt wordt (Hunsaker, 1995). 

Hoogbegaafde meisjes hebben andere technieken om met (problemen van) hoogbegaafdheid om te gaan en lopen tegen andere problemen aan dan hoogbegaafde jongens. Meisjes verbergen hun bekwaamheden om meer aansluiting te vinden bij andere kinderen. Bij jongens wordt eerder herkend dat ze hoogbegaafd zijn, maar ze komen vaak onvolwassen over. Als zij geen aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten met wie ze interesses kunnen delen, kunnen schoolprestaties achteruitgaan (Silverman, 2002). Opvallend is dat hoogbegaafde jongens het meest populair zijn terwijl meisjes het minst populair zijn bij leeftijdsgenoten (Luftig & Nichols, 1991). Meisjes hebben hierdoor een verhoogd sociaal risico.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.