• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Pesten: slachtoffers

Kinderen en jongeren die gepest worden, zijn slachtoffer van een stelselmatige vorm van agressie. Een of meer personen proberen hen fysiek, verbaal of psychologisch schade toe te brengen. De macht is hierbij ongelijk verdeeld. Relatief nieuw is het zogenaamde cyberpesten, het pesten via digitale kanalen. Kwetsende teksten worden, bijvoorbeeld, op internetfora  geplaatst of foto's, filmpjes of roddel via het web verspreid.  

Kerncijfers

In 2016 geeft 10 procent van de leerlingen uit groep 7 & 8 van het (speciaal)basisonderwijs aan dat zij slachtoffer geweest zijn van pesten. Hiervan geeft bijna 8 procent aan maandelijks gepest te zijn en bijna 3 procent wekelijks. Binnen het voortgezet onderwijs zegt 8 procent van de leerlingen slachtoffer te zijn van pesten, waarbij bijna 3 procent maandelijks en 5 procent wekelijks is gepest.

Van de slachtoffers van pesten in het basisonderwijs geeft ruim 67 procent aan persoonlijk gepest te zijn. Bij 7 procent gaat het om cyberpesten. Andere manieren waarop kinderen gepest worden zijn onder meer via telefoongesprekken en briefjes. In het voortgezet onderwijs komt cyberpesten bij ruim 19 procent van de gepeste leerlingen voor. Deze gegevens zijn afkomstig uit de Monitor Sociale Veiligheid in en rond school waarin de ervaringen van leerlingen worden gemeten. In de vragenlijst wordt het begrip pesten niet gedefinieerd waardoor  de beleving van de slachtoffer centraal staat (Scholte e.a., 2016).

Laatst bewerkt: 21 maart 2018


Gebruikte publicaties

  • Scholte, R., Nelen, W., de Wit, W. & Kroes, G. (2016). Sociale veiligheid in en rond scholen. Nijmegen: Praktikon B.V.

Slachtoffers van cyberpesten (2016)

In de Veiligheidsmonitor 2016 heeft het CBS onder meer gegevens verzameld over slachtoffers van cyberpesten. Het gaat daarbij om onder meer roddel, getreiter, stalken en bedreiging op- en via het internet. In 2016 is ruim 9 procent van de jongeren van 15 tot 18 jaar geconfronteerd met cyberpesten. Van de jongeren van 18-25 jaar zegt ruim 6 procent gepest te zijn via het internet. Vergeleken met de totale bevolking van 15 jaar en ouder komt het bij jongeren van 15-18 jaar drie keer zo vaak voor. Bij alle Nederlanders van 15 jaar en ouder gaat het om circa 3 procent die gepest wordt via het internet.

Onder jongeren van 15-18 gaat het bij 6 procent om herhaaldelijk pesten; bij jongeren van 18-25 jaar is 4 procent herhaaldelijk gepest via het internet. In beide groepen gaat het in de meeste gevallen om laster (respectievelijk 4,1 en 2,1 procent) waarbij bijvoorbeeld kwetsende teksten op internetfora of profielsites worden geplaatst of foto's, filmpjes of roddel via het web worden verspreid. Na laster zijn chantage (respectievelijk 1,9 en 2,2 procent) en bedreiging met geweld (1,8 en 1,5 procent) de meest voorkomende vormen van cyberpesten (CBS, 2017).

Laatst bewerkt: 15 december 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Pesten onder scholieren van 12-16 jaar (2013)

Ruim 10 procent van de leerlingen in groep 8 van de basisschool zegt in de afgelopen maanden gepest te zijn. Voor scholieren in het voortgezet onderwijs gaat het om 7 procent (HBSC, 2013). Deze percentages zijn vrijwel gelijk aan die uit het HBSC-onderzoek uit 2009. Er is geen verschil tussen jongens en meisjes of tussen leeftijdsgroepen.

In het voortgezet onderwijs neemt het percentage jongeren dat gepest wordt steeds verder af. In 2001 zei 10 procent gepest te worden, in 2013 was dat gedaald naar 6,9 procent (HBSC, 2013).

Opvallend is dat de percentages pesters hoger zijn dan de percentages gepesten. In het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs zegt ruim 20 procent van de leerlingen dat ze pesten. Dit kan inhouden dat bij pesten vaak eenlingen slachtoffer zijn van een groep. Het kan ook betekenen dat naarmate jongeren ouder worden er een grotere gêne bestaat om toe te geven dat zij gepest worden.

In de meeste onderzoeken naar pesten en gepest worden, wordt aan de kinderen en jongeren zelf gevraagd wat hun ervaringen hiermee zijn. Doordat elk onderzoek het begrip 'pesten' anders definieert, is het moeilijk om de resultaten onderling te vergelijken.

Laatst bewerkt: 7 februari 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Dorsselaer, S. van, Looze, M. de, Vermeulen-Smit, E., ... [et al.] (2010). 'Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland : HBSC 2009'. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Looze, M. de, Dorsselaer, S. van. Roos, S. de, Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R,. Bon-Martens, M. van, Bogt, T. ter, Vollebergh, W. (2014). Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. HBSC 2013. Utrecht/Den Haag: Universiteit Utrecht/Trimbos-instituut/Sociaal en Cultureel Planbureau.

Pesten en gepest worden

Veel leerlingen die pesten, worden zelf ook gepest. Uit het Landelijk onderzoek pesten 2012 blijkt dat op de basisschool 15 procent van de pesters zelf ook gepest wordt.
Ook uit de Peiling Jeugd en Gezondheid komt naar voren dat er een verband is tussen pesten en gepest worden. Van de kinderen die vaak zijn gepest gedurende de afgelopen maanden heeft 16 procent ook zelf vaak gepest. Ter vergelijking: van de kinderen die niet zijn gepest heeft slechts 2 procent vaak gepest. Dit onderzoek geeft ook informatie over de samenhang tussen pesten en psychosociale problemen. Kinderen die anderen pesten rapporteren vaker dat ze depressief zijn dan kinderen die nooit anderen pesten: 55 versus 29 procent. Bovendien hebben deze kinderen volgens de ouders ook vaker externaliserende problemen (vooral agressief gedrag), maar niet vaker internaliserende problemen (zoals zich terugtrekken en angstig of depressief gedrag).
In 2014 heeft Gijs Huitsing in zijn promotieonderzoek laten zien dat dezelfde kinderen meerdere rollen kunnen hebben: die van slachtoffer, dader en verdediger.


NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies