Reden gescheiden plaatsing niet vastgelegd

Wanneer alle kinderen in een gezin uit huis worden geplaatst, lukt het niet altijd om hen samen in hetzelfde pleeggezin of gezinshuis te plaatsen. De reden van zo’n gescheiden plaatsing staat vaak niet in het dossier, blijkt uit onderzoek in opdracht van het WODC.

Bij een uithuisplaatsing is het streven broers en zussen te plaatsen in hetzelfde pleeggezin of gezinshuis. Bij dossieronderzoek in zeven jeugdhulpinstellingen bleek dat bij 480 van de 1.717 uithuisgeplaatste kinderen niet gelukt te zijn. Dat is 28 procent van de kinderen; eerdere schattingen gingen uit van 35 tot 50 procent.

Belemmeringen

Opvallend is dat in de dossiers vaak niet was vastgelegd waarom de kinderen niet samen waren geplaatst. Waar dat wel was geregistreerd, ging het in de helft van de gevallen om praktische belemmeringen. Er was bijvoorbeeld geen pleeggezin of gezinshuis met plaats voor meerdere kinderen. In de andere gevallen waren er inhoudelijk redenen om de kinderen te scheiden. Ze hadden bijvoorbeeld veel onderlinge conflicten of kinderen zouden meer individuele aandacht krijgen bij een gescheiden plaatsing.

De onderzoekers spraken ook met 37 professionals, pleeg- en gezinshuisouders en kinderrechters over hun ervaring met gescheiden plaatsing van broers en zussen. De meesten denken dat het mogelijk is broers en zussen vaker samen te plaatsen. Daarvoor is verruiming van het aantal beschikbare plaatsen nodig, betere ondersteuning van pleeg- en gezinshuisouders en vermindering van financiële belemmeringen.

Aan de praktische redenen om kinderen gescheiden te plaatsen is niet makkelijk iets te doen, zegt Els Mourits van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘We zijn in Nederland continu bezig om pleegouders en gezinshuisouders te werven. Het is lastig om gezinnen te vinden die plaats hebben voor meerdere kinderen tegelijk.’

Ander gedrag ontwikkelen

Aan inhoudelijke redenen om kinderen gescheiden te plaatsen is wél wat te doen, betoogt Mourits. ‘Geen enkel in dit onderzoek genoemd risico sluit samenplaatsen uit. Sterker nog, je helpt die kinderen pas echt als je ze wel samen plaatst. Want dan pas krijgen ze de ruimte om ander gedrag te ontwikkelen.’

Mourits noemt als voorbeeld parentificatie, wanneer een van de kinderen vanwege het onvermogen van de ouders hun zorgende rol overneemt. ‘Als je die kinderen uit elkaar haalt, gaat dat kind zich nog meer zorgen maken over de broer of zus die niet meer in zicht is. Dat kind moet juist leren dat het niet meer die verantwoordelijkheid op zich hoeft te nemen.’

Richtlijn Uithuisplaatsing

Mourits wil het principe ‘samenplaatsen, tenzij’ beter onderbouwen in de richtlijn Uithuisplaatsing, die op dit moment wordt herzien. ‘Dat principe staat nu als advies in de richtlijn. We willen dat krachtiger formuleren en onderbouwen met meer informatie over hoe je kunt omgaan met de risico’s die professionals zien bij samenplaatsing.’

Bron: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)

Meer informatie

Bericht WODCRapport Gescheiden plaatsing van broers en zussen bij gezamenlijke uithuisplaatsingRichtlijn Uithuisplaatsing

Lees ook