‘Meer ruimte voor vakmens in JeugdzorgPlus’

Geef groepsleiders in JeugdzorgPlus-instellingen meer ruimte om hun competenties in te zetten en verder te ontwikkelen. Daarvoor pleiten onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam en het Verwey-Jonker-instituut op basis van hun onderzoek.

Het werk in JeugdzorgPlus-instellingen staat onder druk door de financieringsproblemen in de jeugdzorg, het toenemende papierwerk en het hoge personeelsverloop. Tegelijkertijd hebben jongeren in JeugdzorgPlus steeds zwaardere behandelingen nodig, doordat ze vaker lang moesten wachten op passende hulp.

Kwalificatie-eisen

Door het hoge personeelsverloop staan er veel onervaren krachten op de groepen. Ook worden mensen aangenomen die nog niet voldoen aan de kwalificatie-eisen voor JeugdzorgPlus. Dat geldt bijvoorbeeld voor mbo’ers, die dan naast het veeleisende werk een hbo-opleiding moeten volgen. Door de inzet van onervaren en ongekwalificeerde medewerkers wordt het werk steeds meer vastgelegd in protocollen en procedures, wat ten koste gaat van het ‘vakmensschap’ van medewerkers. Veel papierwerk vermindert bovendien het werkplezier.

De groepsleiders in JeugdzorgPlus hebben een hoge intrinsieke motivatie voor hun werk, constateren de onderzoekers. Maar op termijn is dat niet genoeg om de zware arbeidsomstandigheden het hoofd te blijven bieden, zeggen ze. Het werk vraagt specifieke competenties en grote flexibiliteit. Gebruik de ervaring van vakmensen bij de opleiding van nieuwe medewerkers, adviseren de onderzoekers, bijvoorbeeld in meester-gezelconstructies. Beperk de tijd die groepsleiders kwijt zijn aan papierwerk. En zorg dat de beloning past bij vakwerk.

De specialistische competenties die de onderzoekers benoemen zijn essentieel voor JeugdzorgPlus, zegt Anne Addink van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘Daar komen jongeren bij elkaar met ernstige en complexe problemen, waardoor de dynamiek op de groep ingewikkeld is. Het risico ontstaat dat groepsleiders meer bezig zijn met orde houden dan met de begeleiding van jongeren. En dat willen we juist niet voor deze jongeren.’

Kleinschalig verblijf

Steeds meer JeugdzorgPlus-instellingen ontwikkelen kleinschalige verblijven als alternatief voor de leefgroepen in de gesloten jeugdzorg, vertelt Addink. Een kleine groep jongeren woont dan in een gewone wijk, met een vast team van begeleiders. ‘Zo’n kleinschalig verblijf sluit meer aan bij de intrinsieke motivatie van groepsleiders om er echt te zijn voor deze jongeren. Op een kleine groep zijn minder huisregels nodig, er zijn minder spanningen tussen de jongeren onderling en je kunt als groepsleider meer je eigen competenties inzetten in het werk. Zo kan de ontwikkeling van kleinschalig verblijf een kans bieden om de zorg beter af te stemmen op de jongeren, op een manier die ook de groepsleiders goed ondersteunt.’

Meer informatie

Bericht Verwey-Jonker InstituutSamenvatting onderzoek

Lees ook