Financiering kinderopvang

De kosten van kinderopvang worden door ouders, werkgevers en de rijksoverheid samen betaald. Werkgevers betalen hun deel via de premies sociale verzekeringen, ouders de inkomensafhankelijke eigen bijdrage en de overheid de kinderopvangtoeslag.

Kinderopvangtoeslag

Ouders betalen wat ze kunnen, afhankelijk van hun inkomen. De overheid vult aan met de kinderopvangtoeslag, die door de belastingdienst wordt uitgekeerd. Peuterspeelzalen worden gesubsidieerd door gemeenten. Ouders betalen daarvoor een ouderbijdrage. Sinds 2013 kunnen werkende ouders ook voor betaling aan de peuterspeelzaal een toeslag aanvragen.

Elk kinderdagverblijf, gastouderbureau, gastouder en elke bso moet een registratie hebben in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Ouders dienen bij de aanvraag van kinderopvangtoeslag een LRK-nummer in te vullen. Zonder nummer krijgen zij geen toeslag. 

Gemeentelijke regeling VVE

Naast kinderopvangtoeslag zijn er gemeentelijke regelingen voor de voorschoolse educatie, het aanbod voor peuters en voor kinderen met een sociaal-medische indicatie. Er wordt daarbij ook wel gesproken over doelgroepkinderen. Het gesubsidieerde aanbod van voorschoolse educatie (VE) is per 1 augustus uitgebreid van 600 naar 960 uur voor alle peuters tussen 2,5 tot 4 jaar met een VVE-indicatie.

Gemeenten stellen vast aan welke criteria voldaan moet worden om voor deze regelingen in aanmerking te komen. In veel gevallen kiezen zij voor inkomensafhankelijke bijdrage en combinatie met kinderopvangtoeslag.

Lees ook

Els Geeris

senior adviseur