Cijfers over pleeggezinnen

Aantal pleegkinderen

In 2020 verbleven 23.093 kinderen en jongeren in een pleeggezin. In 2019 waren er 23.272 pleegkinderen. Het aantal pleegkinderen is dus met 179 iets gedaald. Het betreft het aantal unieke pleegkinderen dat voor kortere of langere tijd in een pleeggezin heeft gewoond.

Het aantal kinderen en jongeren in de pleegzorg groeit gestaag sinds 2000. In december 2000 waren er circa 8.000 pleegkinderen. De groei is gestabiliseerd in 2014 en in 2015 is het aantal gegroeid naar 18.865 kinderen en jongeren. Sindsdien is het aantal met wat schommelingen nog verder gestegen. In 2020 lijkt er echter weer sprake te zijn van een stabilisatie van pleegzorg naar 19.097 pleegkinderen op 31 december 2020.

47 procent van de pleegkinderen is geplaatst bij bekenden, bijvoorbeeld grootouders, tantes en ooms, maar ook onderwijzers of buren.

In 2020 waren er 17.312 pleeggezinnen, waaronder 2.647 nieuwe pleegouders. In datzelfde jaar zijn er 2.412 pleegouders gestopt (Pleegzorg Nederland, 2021). 

Jeugdbescherming en vrijwillige hulpverlening

Bij 57 procent van de pleegkinderen is in 2020 sprake van een jeugdbeschermingsmaatregel. Dat betekent dat het kind met een machtiging van de kinderrechter uit huis is geplaatst. Voor 22 procent van deze kinderen is sprake van Onder Toezicht Stelling (OTS) en voor 35 procent van de pleegkinderen ligt de voogdij bij een gecertificeerde instelling. Bij 13 procent van de pleegkinderen is sprake van pleegoudervoogdij. Ten opzichte van 2019 is er in 2020 een lichte daling van het aantal pleegkinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. In 2019 ging het om 59 procent van de pleegkinderen.

30 procent van de kinderen verblijft bij een pleeggezin zonder jeugdbeschermingsmaatregel en valt daarmee binnen de vrijwillige hulpverlening (Pleegzorg Nederland, 2021).

Pleegzorg voor korte of langere tijd

Pleegzorg kan tijdelijk zijn of voor langere tijd. Van alle kinderen die in 2020 de pleegzorg hebben verlaten woonde 55 procent langer dan een jaar bij een pleeggezin. Daarvan woonde 35 procent langer dan twee jaar in een pleeggezin. In 2019 woonde 45 procent van de pleegkinderen langer dan een jaar in een pleeggezin en 27 procent langer dan twee jaar. Het aantal kinderen dat korter dan een jaar in een pleeggezin woonde is gedaald van 55 procent in 2019 naar 45 procent in 2020. 

Van de nieuwe plaatsingen was in 2020 16 procent deeltijdpleegzorg, vooral weekend- en vakantieopvang. Ten opzichte van 2019 is dat hetzelfde gebleven.

De meeste plaatsingen, 78 procent, betroffen voltijdpleegzorg. In 6 procent van de gevallen ging het om een combinatie van deeltijd en voltijd pleegzorg (Pleegzorg Nederland, 2021).

Leeftijd van pleegkinderen

Van de kinderen en jongeren die in een pleeggezin zijn geplaatst zijn de meeste kinderen tussen de 5 en 11 jaar, gevolgd door kinderen tot 4 jaar. De verdeling pleegkinderen per leeftijdscategorie is, met uitzondering van 18plussers, jarenlang hetzelfde. In 2020 is, vergeleken met 2017, sprake van een verdriedubbeling van het aantal pleegkinderen van 18 jaar en ouder. Sinds 1 juli 2018 is het mogelijk voor pleegkinderen om tot hun 21ste in een pleeggezin te blijven, tenzij zij zelf aangeven dit niet meer te willen (Pleegzorg Nederland, 2021).

In 2019 is de verdeling over de verschillende leeftijdsgroepen als volgt:

Leeftijd Kinderen en jongeren in 2020 bij pleeggezin geplaatst Alle pleegkinderen op 31-12-2020 in pleeggezin
0 - 4 jaar 31 procent 12 procent
5 - 11 jaar 34 procent 38 procent
12-14 jaar 15 procent 19 procent
15-17 jaar 18 procent 19 procent
18 jaar en ouder 2 procent 12 procent

Definitie

Een pleeggezin neemt voor korte of langere tijd een kind op in het gezin dat niet thuis kan wonen. De pleegouders in het pleeggezin worden hierbij begeleid door een pleegzorginstelling. De ouders van het kind worden betrokken bij de hulpverlening. Pleegzorg is een vorm van jeugdhulp die onder de Jeugdwet en daarmee onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten valt.

Lees ook

Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud