Hoe classificeer ik met CAP-J?

Als je CAP-J wilt gebruiken voor het classificeren van problemen, is het goed om te weten hoe de systematiek van CAP-J in elkaar steekt en hoe classificeren werkt.

Er is een gebruikershandleiding voor CAP-J. Hiernaast biedt Praktikon een training over gebruik van CAP-J aan. Lees op de site van Praktikon meer over de CAP-J training

Hieronder staan een aantal handvatten en basiskennis voor het gebruik van CAP-J.

Classificeren

Classificeren is het ordenen van gegevens door ze in te delen in categorieën, gebaseerd op overeenkomstige en onderscheidende kenmerken. Classificeren is een situatie ontdoen van bijzondere en individuele kenmerken, zodat groepering mogelijk is. Daarbij zijn overeenkomsten belangrijker dan verschillen. Classificering is nodig om:

  • onderzoek te kunnen doen naar ondersteuning of hulp
  • de situatie van kinderen, jongeren en ouders te bespreken met andere jeugdprofessionals
  • voor een efficiënte organisatie van ondersteuning of hulp.

Classificeren heeft een beperkt doel en kan diagnostiek niet vervangen. Bij diagnostiek zijn de bijzondere kenmerken van de cliënt van belang. Aan classificeren gaat altijd diagnosticeren vooraf. Eerst wordt het individuele verhaal van kinderen, jongeren en ouders goed in beeld gebracht, met alle nuances, unieke kenmerken en sterke kanten. Pas daarna wordt nagegaan welke onderdelen uit dat diagnostische beeld zijn te classificeren als problemen.

Op welk niveau worden problemen geclassificeerd?

CAP-J is een hiërarchisch systeem, bestaande uit assen, groepen, rubrieken en subrubrieken. Op welk niveau een probleem wordt geclassificeerd, hangt af van het doel van de classificatie en de beschikbare informatie. Na een eerste screeningsgesprek kun je waarschijnlijk al aangeven op welke assen er problemen spelen. Om op het niveau van de rubrieken te classificeren, is een gedetailleerder beeld van de cliënt nodig. Belangrijk is om in het achterhoofd te houden dat classificaties op rubrieksniveau altijd nog te herleiden zijn naar classificaties op groeps- en asniveau. Andersom is niet mogelijk.

Wanneer is er sprake van een probleem?

Elk kind, elke jongere en elke ouder ervaart wel eens vragen of problemen bij opgroeien en opvoeden. Dit hoeft niet problematisch te zijn en kan passen bij een normale ontwikkeling. Dit verschilt ook per leeftijd. Bepaald gedrag kan voor een kleuter normaal zijn, terwijl hetzelfde gedrag bij een puber problematisch is.

In de beschrijvingen is zo goed als mogelijk aangegeven wanneer bepaald gedrag wel of geen probleem is. Maar er wordt wel verondersteld dat een jeugdprofessional die CAP-J gebruikt, vanuit zijn hbo- of wetenschappelijke opleiding kennis heeft van de normale en de problematische ontwikkeling. Dan dat hij dus in staat is zelf in te schatten of gedrag past bij de ontwikkeling of problematisch is.

Hoeveel problemen worden geclassificeerd?

Het aantal problemen dat geclassificeerd wordt, hangt ten eerste af van het niveau waarop geclassificeerd wordt. Hoe hoger het classificatieniveau, hoe minder problemen geclassificeerd worden. Daarnaast hangt het aantal problemen uiteraard af van de specifieke situatie van het kind, de jongere of ouder(s). Er is geen duidelijke richtlijn voor het aantal te classificeren problemen.

Het is belangrijk om uit te gaan van het diagnostisch beeld: classificeer niet meer problemen dan uit het diagnostisch beeld naar voren komen. Het is niet de bedoeling  dat je CAP-J gebruikt als een screeningslijst om na te gaan of bepaalde problemen mogelijk aan de orde zijn. CAP-J kan wel gebruikt worden om tijdens of na het opstellen van het diagnostisch beeld te checken of er niets over het hoofd gezien is. Als er veel problemen van toepassing zijn op kinderen, jongeren en/of ouders, is het verstandig problemen te identificeren die voor de ondersteuning of hulp het belangrijkst zijn.

Belangrijke aandachtspunten

Oorzaak en gevolg

Problemen kunnen een gevolg zijn van andere problemen. Sommige jongeren hebben bijvoorbeeld een risicovolle vriendenkring en komen via hun vrienden in aanraking met drugs. Een ander voorbeeld: een kind kan als gevolg van een traumatische ervaring stemmingsproblemen hebben. Classificeer in deze gevallen beide problemen: zowel het 'oorzaak-probleem', tenzij het niet nodig is de hulpverlening daarop te richten, als het 'gevolg-probleem'.

Verleden en heden

Problemen uit het verleden dien je alleen te classificeren als ze relevant zijn voor de hulp. Als een kind van 10 jaar in het verleden kampte met hechtingsproblemen, is dat alleen relevant als de gevolgen daarvan nu nog een rol spelen.

Culturele verschillen

In de beschrijving wordt onder het kopje 'Leeftijds-, sekse- en culturele verschillen' onder andere aandacht besteed aan culturele verschillen. Alleen informatie op basis van wetenschappelijk onderzoek is hier vermeld. Als er geen informatie wordt geboden over culturele verschillen wil dat dus niet zeggen dat die er niet zijn, maar alleen dat er geen onderzoek naar is gedaan.

Andere classificatiesystemen

CAP-J kun je gebruiken als aanvulling op andere classificatiesystemen, zoals de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) en de International Classification of Diseases (ICD). Deze classificatiesystemen richten zich op stoornissen, terwijl CAP-J zich richt op problemen. Alleen psychiaters en gz-psychologen kunnen de DSM en de ICD gebruiken om te classificeren. CAP-J kan gebruikt worden door jeugdprofessionals met minimaal hbo-niveau.

Voor meer informatie over de DSM en de ICD kijkt u op de website van de American Psychiatric Association (APA) en www.apps.who.int.

Daniëlle de Veld