Pleegzorg

Cijfers

Kerncijfers

In 2018 hebben 22.741 kinderen en jongeren gebruik gemaakt van pleegzorg. In 2017 waren er 23.206 pleegkinderen. Het betreft het aantal unieke pleegkinderen die voor kortere of langere tijd in een pleeggezin hebben gewoond. 

Sinds 2000 groeit het aantal kinderen en jongeren in de pleegzorg gestaag. Sinds 2014 is de groei van de pleegzorg echter gestabiliseerd. In december 2000 waren er circa 8.000 pleegkinderen. In 2015 is het aantal gegroeid naar 18.865 jeugdigen. Sindsdien is het weer iets gezakt naar 18.486 jeugdigen op 31 december 2018.

45 procent van de pleegkinderen is geplaatst bij bekenden, bijvoorbeeld grootouders, tantes en ooms, maar ook onderwijzers of buren. Ten opzichte van 2016 is het percentage jeugdigen die bij bekenden zijn ondergebracht licht gedaald. Toen ging het om 48 procent van de pleegkinderen. 

In 2018 waren er 16.534 pleeggezinnen. 2.566 nieuwe pleegouders zijn geaccepteerd en 2.317 zijn gestopt (Pleegzorg Nederland, 2019). 

Laatst bewerkt: 12 juli 2019


Jeugdbescherming en vrijwillige hulpverlening

Bij 60 procent van de pleegkinderen is in 2018 sprake van een jeugdbeschermingsmaatregel. Dat betekent dat het kind met een machtiging van de kinderrechter uit huis is geplaatst. Voor 24 procent van deze kinderen is sprake van Onder Toezicht Stelling (OTS) en voor 36 procent van de pleegkinderen ligt de voogdij bij een Gecertificeerde Instelling. Bij 12 procent van de pleegkinderen is sprake van pleegoudervoogdij. Ten opzichte van 2017 is er in 2018 een stijging van het aantal pleegkinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. In 2017 ging het om het om 58 procent van de pleegkinderen 

28 procent van de kinderen verblijft bij een pleeggezin zonder jeugdbeschermingsmaatregel en valt daarmee binnen de vrijwillige hulpverlening (Pleegzorg Nederland, 2019).

Laatst bewerkt: 12 juli 2019


Pleegzorg voor korte of langere tijd

Pleegzorg kan tijdelijk zijn of voor langere tijd. Van alle pleegkinderen die in 2018 de pleegzorg hebben verlaten woonde 50 procent langer dan een jaar bij pleegouders (in 2017 44 procent).  Daarvan woonde 35 procent langer dan twee jaar bij pleegouders (in 2017 28 procent). Het percentage kinderen en jongeren dat langere tijd in een pleeggezin verbleef in 2018 is dus ten opzichte van 2017 gestegen . Het aandeel pleegkinderen dat korter dan een jaar in een pleeggezin woonde is daarentegen gedaald van 56 procent naar 50 procent van het totaal aantal beëindigde plaatsingen.

Van de nieuwe plaatsingen is in 2018 15 procent deeltijdpleegzorg, vooral weekend- en vakantieopvang. De meeste plaatsingen, 81 procent, betreffen voltijdpleegzorg . In 4 procent van de gevallen gaat het om een combinatie van deeltijd en voltijd pleegzorg (Pleegzorg Nederland, 2019).

Laatst bewerkt: 12 juli 2019


Leeftijd van pleegkinderen

Van de kinderen en jongeren die in een pleeggezin zijn geplaatst bestaat de grootste groep uit kinderen van 5-11 jaar, gevolgd door kinderen tot 4 jaar. De verdeling pleegkinderen per leeftijdscategorie is, met uitzondering van 18 plussers, jarenlang hetzelfde. In 2018 is, vergeleken met 2017, sprake van een verdubbeling van het aantal pleegkinderen van 18 jaar en ouder. Per 1 juli 2018 is het standaard mogelijk voor pleegkinderen tot hun 21ste in een pleeggezin te blijven, tenzij het kind zelf aangeeft dit niet meer te willen (Pleegzorg Nederland, 2019).

In 2018 is de verdeling over de verschillende leeftijdsgroepen als volgt:

Leeftijd Kinderen en jongeren in 2018 bij pleeggezin geplaatst Alle pleegkinderen op 31-12-2018 in pleeggezin
0 - 4 jaar 29 procent 15 procent
5 - 11 jaar 37 procent 40 procent
12-14 jaar 14 procent 19 procent
15-17 jaar 17 procent 20 procent
18 jaar en ouder 3 procent 6 procent

Laatst bewerkt: 12 juli 2019


Vragen?

Stefanie Abrahamse is contactpersoon.

Foto Stefanie  Abrahamse
Dit dossier is tot stand gekomen in samenwerking met:
  • Kinderpostzegels

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies