Het pedagogisch klimaat op jouw vereniging

Als verenigingsbestuurder wil je dat kinderen en jongeren met plezier naar jouw vereniging komen. Hoe zorg je er als bestuurder voor dat kinderen en jongeren het naar hun zin hebben op de vereniging? Wat zijn pedagogische waarden? Je kunt daaraan werken door er met begeleiders en leden over in gesprek te gaan, en pedagogisch beleid op te stellen waar iedereen achter staat.

Wat is een pedagogisch klimaat?

In een pedagogisch klimaat werk je aan pedagogische waarden, waar kinderen en jongeren zich veilig en welkom voelen, en ze merken dat er op bij hun leefwereld wordt aangesloten.

  • Bij veiligheid gaat het zowel om fysieke, als emotionele en sociale veiligheid.
  • Een verwelkomende sfeer betekent dat kinderen de plek en groep als fijn ervaren, voelen dat ze er mogen zijn en dat er aandacht is voor inclusie. Iedereen kan zich welkom voelen.
  • Aansluiten bij de leefwereld gaat zowel over leeftijd en ontwikkelingsfases, als over interesse en behoefte aan uitdaging. Sluit ook aan bij wat jouw doelgroep nodig heeft om zich veilig en welkom te voelen.

Deze uitgangspunten vragen iets van begeleiders en van het verenigingsbestuur. Als bestuurder kun je hieraan bijdragen door een gesprek te voeren over welke waarden je als organisatie nog meer nastreeft, en hoe je daaraan werkt.

In het advies van de NLSportraad wordt een definitie gegeven voor een pedagogisch sportklimaat: 'Een goed pedagogisch klimaat is een sportomgeving waar autonomie, verbondenheid en competentie centraal staan, zodat kinderen zich in en door sport optimaal kunnen ontwikkelen en hun sport positief beleven.'

Werken aan je pedagogische waarden

Er zijn verschillende manieren waarop je kunt werken aan je pedagogische waarden. Bijvoorbeeld:

De kinderen en jongeren betrekken

De kinderen en jongeren weten als geen ander wat ze bij jouw organisatie belangrijk vinden. Betrek hen dus als je veranderingen wil doorvoeren. Betrek ze al in een vroeg stadium, laat hen actief meedenken en vertel ook hoe je hun mening hebt meegenomen.

Je pedagogische waarden inbouwen in de organisatiecultuur

Als je de waarden die je nastreeft op elk niveau terugziet, is de kans groter dat je bereikt wat je wil bereiken. Dus zowel in je sociale structuur, als in de fysieke inrichting van je clubgebouw. Dit kan ook door begeleiders te werven die de waarden van je organisatie al kennen en onderschrijven. Bijvoorbeeld door je jeugdleden te enthousiasmeren om zelf begeleider te worden.

Ondersteuning voor begeleiders

Ondersteuning bieden voor begeleiders kan bijvoorbeeld door middel van opleidingen en trainingen. Dat kan een introductietraining voor startende begeleiders zijn, of bijvoorbeeld een jaarlijkse kaderdag voor alle begeleiders.

Op de website iCoachKids kunnen begeleiders gratis online cursussen volgen om te leren hoe je kinderen helpt het maximale uit sport te halen. Het is gericht op sport en bewegen, maar gaat ook over omgaan met kinderen in het algemeen.

Je kunt ook interne of externe adviseurs inzetten. Een pedagogisch adviseur die wel of niet aan jouw organisatie of een koepelorganisatie verbonden is, die je begeleiders kan adviseren.

Een andere manier is het gebruik van een evaluatie-instrument, waarmee begeleiders op zichzelf kunnen reflecteren. Dat instrument kan bijvoorbeeld een vragenlijst zijn die begeleiders over zichzelf of over elkaar invullen. Vervolgens gaan ze daarover met elkaar in gesprek.

Een beleidsplan of protocol opstellen

Een beleidsplan gaat over de lange termijn. Je beschrijft je doelen en werkwijze daarin, en vervolgens blijf je die doelen regelmatig onder de aandacht brengen. Een goed pedagogisch beleid werkt ook preventief rondom veiligheidsvraagstukken, zoals seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bovendien helpt het je te bepalen hoe je kunt reageren als de veiligheid in het geding komt.

De volgende vragen kunnen helpen bij het beschrijven van sociaal veiligheidsbeleid:

  • Welke visie en missie heeft onze vereniging? Wat zijn de doelen voor de kinderen en jongeren die lid worden?
  • Hoe zorgen wij ervoor dat kinderen en jongeren zich gewenst en veilig voelen, intrinsiek gemotiveerd zijn, en op een passend niveau worden uitgedaagd? Wat is onze visie op die verschillende uitgangspunten?
  • Hoe werven we begeleiders? Wie nemen we wel aan en wie niet, en om welke reden? Vragen we aan vrijwilligers of professionele begeleiders om een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)?
  • Waar kunnen leden of begeleiders terecht als er iets aan de hand is? Hebben we binnen de vereniging een vertrouwenscontactpersoon (VCP)? Zo ja, hoe gaat die te werk? Zo nee, willen we een VCP aanstellen?
  • Hebben we een handelingsprotocol bij incidenten? Wie is waar verantwoordelijk voor? Het kan ook helpen om een stappenplan op te stellen, om handelingsverlegenheid te voorkomen. Neem hierin ook op hoe je handelt bij vermoedens van een onveilige situatie buiten de vereniging zelf, bijvoorbeeld aan de hand van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Bespreek met alle betrokkenen (bestuur, begeleiders, jeugdleden, ouders en eventuele anderen) hoe je dit beleid handhaaft en actueel houdt. Werken aan een pedagogisch klimaat is een kwestie van lange adem en vraagt inzet van iedereen binnen de vereniging.

Er zijn verschillende hulpmiddelen en goede voorbeelden voor het werken aan je pedagogisch klimaat. Bekijk daarvoor de pagina Voorbeelden van werken aan pedagogische waarden.

Waar kan ik hulp vinden?

  • Op 1Sociaaldomein kunnen professionals in het sociale domein bij elkaar terecht met vragen. Er bestaat bijvoorbeeld een kanaal voor Sport en bewegen, een kanaal voor Cultuur, zorg & welzijn, en een kanaal voor Jongerenwerk. Als verenigingsbestuurder kun je bekijken of er een kanaal is waar je met jullie vragen terechtkunt. 
  • Bij Centrum Veilige Sport kunnen sportverenigingen met hun vragen terecht, of voor hulp bij het opstellen van een sociaal veiligheidsbeleid.

Bekijk deze sessie van de Voor de Jeugd Dag 2022 over een pedagogisch klimaat op de sportvereniging. Experts gaan in deze sessie in gesprek met het publiek over vragen die bij sportverenigingen vaak spelen.

    Bram van den Berg