Victim blaming

Slachtoffers krijgen vaak te maken met opmerkingen vanuit hun omgeving die hen het gevoel geven dat de situatie waarin ze terecht zijn gekomen hun eigen schuld was. Dit wordt victim blaming genoemd. Daardoor krijgen ze soms zelf ook het gevoel dat ze zichzelf iets te verwijten hebben. Waar komt victim blaming vandaan, hoe kun je ermee omgaan en hoe kun je het voorkomen?

Voorbeelden en typen victim blaming

Hier zijn een paar voorbeelden van victim blaming:

  • Zei je wel duidelijk genoeg dat je niet wilde?
  • Je gaat toch ook niet in je eentje 's nachts door dat park fietsen?
  • Je bent ook veel te lief, je moet meer van je afbijten.
  • Maar hij was toch zelf ook sterk genoeg om van zich af te slaan, als hij het écht niet wilde?
  • Je weet wel dat het doen van een valse aangifte strafbaar is?
  • Wat voor kleding had je aan toen?
  • Had je zelf ook gedronken?
  • Je had beter na moeten denken over de gevolgen.

Victim blaming wordt ook wel in twee typen verdeeld: gedrag en karakter. Bij gedrag gaat het om controle: het gedrag heeft hiertoe geleid, dus als je dat gedrag verandert, gebeurt het niet nog eens. Dan wordt er bijvoorbeeld gezegd: 'Je moet ook niet zulke uitdagende kleding dragen'. Bij karakter gaat het om een stabiele factor, zoals persoonlijkheidskenmerken. Bijvoorbeeld: 'Je bent zo naïef, je had zo iemand niet moeten vertrouwen'.

Zelfbeschuldiging

De beschuldiging van een slachtoffer kan ook intern zijn: self-blame, oftewel zelfbeschuldiging. Het slachtoffer denkt of gelooft dat het zelf verwijtbaar is voor de gebeurtenis. Bijvoorbeeld de gedachte: ik had beter moeten weten. Of: ik had ook wel duidelijker 'nee' kunnen zeggen. Zelfbeschuldiging en victim blaming versterken elkaar en zijn afhankelijk van de ontwikkelingsfase van een kind. Een jong kind kan hier bijvoorbeeld minder realistisch en relativerend naar kijken dan een volwassene.

Waar komt victim blaming vandaan?

Bij victim blaming hebben mensen vaak geen verkeerde intenties. Ze hebben misschien niet door dat ze de schuld onterecht bij het slachtoffer leggen. Over het algemeen lijkt het een reactie te zijn op negatieve emoties van de persoon die het slachtoffer beschuldigt, de observant. Het verhaal of de gebeurtenis roept bij de observant bijvoorbeeld angst op. Er zijn verschillende processen en mechanismen om negatieve emoties te verminderen zijn. Verder zijn er verschillende theorieën en hypotheses over psychologische processen die victim blaming kunnen verklaren.

Defensive attribution hypothesis

Deze hypothese gaat uit van een beschermingsmechanisme. Om met de angst dat het jou kan gebeuren om te gaan, overtuig je jezelf ervan dat het jou niet kan overkomen. Daarvoor is het nodig om te geloven dat je zelf controle hebt over de situatie. Als jij er zelf geen controle over hebt, kunnen allerlei enge dingen jou dus ook overkomen. Als je bijvoorbeeld vindt dat je niet flirterig bent, 's avonds nooit alleen fietst of duidelijk je grenzen aangeeft, voel je je veiliger. Je overtuigt jezelf ervan dat de controle bij jou ligt, en dat betekent dat de controle dus ook bij het slachtoffer lag.

Dit effect wordt minder sterk als je meer op het slachtoffer lijkt. Oftewel, hoe meer mensen lijken op het slachtoffer, hoe minder snel ze geneigd zijn om het slachtoffer te beschuldigen. Waarschijnlijk is dat omdat je je dan beter in het perspectief van de ander kunt verplaatsen.

Just world theory

Een vergelijkbare maar minder sterk empirisch onderbouwde theorie is de 'just world theory', de de rechtvaardigewereldtheorie. Die gaat ervan uit dat mensen willen geloven in een rechtvaardige wereld waarin waarin mensen krijgen wat ze verdienen. Gedraag je je goed, dan overkomen je goede dingen; en andersom. Dit mechanisme gaat dus ook uit van een beschermingsmechanisme gebaseerd op de behoefte aan controle.

Homofobie

Onderzoek wijst uit dat meer homofobie samengaat met meer victim blaming bij homoseksuele slachtoffers in vergelijking met heteroseksuele slachtoffers. Deze relatie is sterker bij heteroseksuele mannen, omdat homofobie bij heteroseksuele mannen vaak samengaat met de angst om door een man aangerand of verkracht te worden. Er is dan dus meer behoefte aan een beschermingsmechanisme.

Traditionele genderrollen

Victim blaming kan ook voortkomen uit traditionele genderrollen. Zo wordt van een mannelijke rol vaker verwacht dat die proactief is en initiatief neemt; dat een man sterk is en zich kan verdedigen. Wanneer een man slachtoffer wordt, kan bijvoorbeeld worden gedacht: hij is sterk genoeg om zich te verdedigen als hij het écht niet wilde.

Van de vrouwelijke rol wordt terughoudendheid verwacht, en een kritische houding. Als een vrouw slachtoffer wordt, kan bijvoorbeeld worden gezegd: 'Je gedroeg je ook niet terughoudend, je was aan het flirten. Als je dat niet had gedaan, was het niet gebeurd'. Onderzoek laat een relatie zien tussen geloof in traditionele genderrollen en victim blaming.

Verkrachtingsmythes

Victim blaming is ook gerelateerd aan verkrachtingsmythes: onwaarheden die mensen geloven over wat verkrachting is en welke mensen anderen verkrachten of worden verkracht. Er wordt bijvoorbeeld gedacht dat de meeste vrouwen die verkracht worden zich uitdagend kleden en flirterig gedragen, terwijl dat niet altijd zo is. Of dat verkrachters enge mannen zijn die in donkere steegjes staan en vrouwen die ze niet kennen opwachten en aanvallen. En dat terwijl we uit onderzoek weten dat daders en slachtoffers elkaar vaak al kennen.

Of men denkt dat bij verkrachting sprake is van fysieke dwang waardoor het slachtoffer blauwe plekken of andere verwondingen zou moeten hebben. Terwijl slachtoffers vaak ook 'bevriezen', of bijvoorbeeld bewusteloos zijn, en zich dus fysiek niet kunnen verzetten.

Victim blaming door plegers

Als plegers worden geconfronteerd met wat ze gedaan hebben, omdat iemand hen bijvoorbeeld beschuldigt, zijn er verschillende manieren waarop zij kunnen reageren. Een van die manieren wordt ook wel samengevat als DARVO: Deny, Attack and Reverse Victim and Offender. Dit zijn drie gedragingen: ontkennen (het is niet gebeurd), aanvallen (alsof jij altijd alles goed doet) en omdraaien van de rollen (ik ben slachtoffer van een valse beschuldiging).

Onderzoeken laten een correlatie zien tussen deze drie gedragingen. Bij het slachtoffer leidt dit tot verwarring en self-blame. De pleger beschermt zichzelf zo tegen een schuldgevoel en mogelijke vervolging. Onderzoek laat ook zien dat hoe meer een pleger DARVO gebruikt, hoe meer een slachtoffer zichzelf iets verwijt.

Plegers van seksueel misbruik gebruiken deze processen bovendien in een vroege fase van het contact, om te voorkomen dat het slachtoffer anderen vertelt over het misbruik. Dit hoort ook bij 'grooming': het voorbereiden van een kind op seksueel misbruik, zodat het kind geen weerstand toont en er niet over praat. Dat voorbereiden houdt in dat de pleger een emotionele band opbouwt, het vertrouwen van het kind en diens omgeving wint, en dan met kleine stapjes het contact seksualiseert.

Effecten van victim blaming

Wanneer mensen in de omgeving van een slachtoffer kritische vragen stellen of de gebeurtenis kleiner maken, kan iemand zich dubbel slachtoffer voelen. Dit is schadelijk en staat het herstelproces in de weg. Soms zijn de negatieve effecten van victim blaming zelfs sterker dan die van de gebeurtenis zelf.

Ook kan victim blaming bestaande gevoelens van schuld en schaamte versterken. Veel slachtoffers worden al achtervolgd door hun eigen twijfels en vragen over wat ze anders hadden kunnen doen. Beschuldigende opmerkingen van anderen kunnen ervoor zorgen dat die gevoelens heftiger worden.

Schuld en zelfbeschuldiging

Mensen die zich schuldig voelen, vinden dat ze iets verkeerd hebben gedaan, en anders hadden moeten doen. Die persoon voelt zich dan verantwoordelijk voor wat er is gebeurd.

Schaamte

Een gevoel van schaamte ontstaat wanneer iemand wordt aangetast in diens zelfwaardering door wat er is gebeurd. Diegene denkt bijvoorbeeld: het is zo dom van mij dat ik in die smoes ben getrapt. Wat ben ik een sukkel. Of: ook al was ik jong, ik had beter moeten weten.

Als het slachtoffer de dader kent, is de schaamte soms nog groter. Iemand die wordt lastiggevallen door een ex-partner kan bijvoorbeeld de gedachte hebben: wat zegt het over mij dat ik de ander ooit als ideale partner zag?

Schaamte zorgt er soms voor dat iemand zwijgt over de gebeurtenis.

Victim blaming voorkomen

Er is niet veel bekend over hoe victim blaming voorkomen kan worden. Wel kunnen bovenstaande theorieën en hypotheses over waar het vandaan komt richting geven aan de vraag hoe dergelijke psychologische processen voorkomen of onderbroken kunnen worden.

Zo is er onderbouwing voor de hypothese dat victim blaming een vorm is van emotieregulering: het vermindert de negatieve emoties. Het aanleren van een meer functionele vorm van emotieregulering, zoals erover praten en de emotie zo kunnen duiden en uiten, kan victim blaming op die manier voorkomen.

Bovendien lijkt de toenemende aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag en victim blaming ook een positief effect te hebben. Door meer bekendheid over waar victim blaming vandaan komt en waarom het niet terecht is, durven mensen elkaar meer aan te spreken op beschuldigende opmerkingen tegen een slachtoffer.

Victim blaming | Wat kan mij helpen Tips voor communiceren zonder oordeel

Alle pagina's over seksueel grensoverschrijdend gedrag

Naar het overzicht

Marthe van Voorst van Beest