Pesten voorkomen in een nieuwe situatie

Misschien ga je naar een nieuwe school, nieuwe sportclub of ben je uitgenodigd op een feestje waar je nog weinig mensen kent. Dat kan spannend zijn en je onzeker maken. Als je eerder gepest bent, wil je voorkomen dat dit nu weer gaat gebeuren. Hoe ga je hiermee om?

Praat over je zorgen

Het is goed om je zorgen te delen met iemand die je vertrouwt. Bijvoorbeeld met je ouders, een oom of tante, of een vriend of vriendin. Vertel waarom jij je zorgen maakt en waar je bang voor bent. Je zult merken dat je zorgen kleiner worden als je ze deelt. Je staat er dan niet meer zo alleen voor. Bedenk samen wat je kunt doen om met een goed gevoel naar de nieuwe school, sportclub of het feestje te gaan. Lees meer op de pagina Praten over pesten: met wie en hoe?.

Probeer je negatieve gedachten om te zetten

Je kunt deze nieuwe situatie ook zien als een kans. Het is helemaal niet gek dat je het eng vindt en dat je negatieve gedachten hebt over wat er allemaal kan gebeuren, maar die gedachten helpen niet. Ze maken het vaak alleen maar spannender. Probeer daarom de vervelende gedachten om te zetten in positievere gedachten. Dit kan door je gedachten bijvoorbeeld op te schrijven en eventueel met iemand die je vertrouwt te bedenken hoe je deze gedachten om kunt zetten in iets positiefs.

Misschien denk jij: ‘Niemand vindt mij leuk’. Schrijf dan minimaal vijf redenen op waarom jij wél leuk bent. Laat de anderen meedenken en vertellen wat er zo leuk is aan jou. Deze positieve kanten kunnen je helpen je weer op te vrolijken als je toch weer een vervelende gedachte krijgt over jezelf.

Blijf jezelf

Wat je nooit mag vergeten: gepest worden ligt niet aan jou, ook al voelt het soms zo. Probeer dus jezelf te blijven. Jij bent leuk zoals je bent!

Maar hoe doe je dat eigenlijk, jezelf blijven?

Misschien ben je gewend om je mening, uiterlijk of smaak aan te passen om niet gepest te worden. Het is normaal dat je je aanpast aan een situatie of omgeving. Maar zorg wel dat hoe je doet, past bij wat jij op dat moment vindt en voelt. Veel jongeren vinden dit lastig. Het kan helpen om na te denken over wat je zelf vindt, en waar je grenzen liggen. De volgende tips kunnen je daarbij helpen:

  • Bedenk wat je doet wanneer je alleen bent, of bij mensen die jou altijd accepteren. Wat vind je dan écht leuk om te doen?
  • Als je de mening van al je vrienden, familieleden en klasgenoten wegdenkt, wat vind je dan écht mooi? Wat zijn je dromen? Wat wil je in je leven bereiken?
  • Zoek mensen op bij wie je je prettig voelt en die jou leuk vinden zoals je bent. Het is niet goed voor je zelfvertrouwen als je voortdurend moet nadenken over hoe anderen willen dat jij je gedraagt. Je krijgt meer zelfvertrouwen door mensen die jou steunen.
  • Zoek uit wat jouw talenten zijn en wat je leuk vindt om te doen, zodat je deze dingen verder kunt ontwikkelen. Dit kan ook helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen.
  • Als je goed voor jezelf zorgt, dan krijg je meer zelfvertrouwen en straal je dat ook uit. Het is dan makkelijker om voor je mening uit te komen.

Mocht je na deze tips graag meer willen doen, dan is een weerbaarheidstraining misschien iets voor jou. Je kunt daar samen met je ouders naar op zoek gaan, of navragen bij je leraar, mentor of jongerenwerker. Ben je op de basisschool gepest en vind je de overgang naar de eerste klas daardoor spannend? Dan is er bijvoorbeeld het programma Plezier op School, dat je kan helpen weerbaarder te worden in de zomer tussen groep 8 en de eerste klas.

 

Lees ook

Mirella van den Burg

Mirella van den Burg, MSc

adviseur onderwijs-jeugdhulp en vakmanschap