Hechting en hechtingsproblemen

Soorten gehechtheidsrelaties

Gehechtheidsrelaties kunnen onderverdeeld worden in vier categorieën:

Veilig – kinderen in veilige gehechtheidsrelaties zoeken direct contact met of nabijheid tot de gehechtheidspersoon en laten zich snel geruststellen.
Onveilig vermijdend – kinderen in vermijdende gehechtheidsrelaties zoeken weinig nabijheid en contact met de gehechtheidspersoon en wenden hun aandacht van deze persoon af.
Onveilig ambivalent – kinderen in ambivalente gehechtheidsrelaties reageren boos of passief op de gehechtheidspersoon.
Gedesorganiseerd – kinderen in gedesorganiseerde gehechtheidsrelaties vertonen conflicterend gedrag of angst gericht op de gehechtheidspersoon, bijvoorbeeld als gevolg van bedreigende en beangstigende vormen van verzorging.

Onveilige gehechtheid leidt niet per definitie tot een hechtingsstoornis en moet daar dan ook niet mee verward worden. Ten onrechte wordt soms aangenomen dat alle kinderen met een onveilige gehechtheidsrelatie een probleem hebben, en dat er in die gevallen altijd bijsturing nodig is. Dat is niet het geval.

De meest problematische groep is de groep die gedesorganiseerd gehecht is: zij hebben geen enkele strategie om met hun behoeften aan nabijheid en exploratie om te gaan. Van IJzendoorn & Bakermans-Kranenburg stellen in hun boek 'Gehechtheid en trauma' dat de gedesorganiseerde categorie van gehechtheid een duidelijke overlap heeft met een hechtingsstoornis.

Hechtingsstoornis

Een hechtingsstoornis is een psychiatrische stoornis die ontstaat wanneer het kind geen duidelijk aanwijsbare gehechtheidsfiguur heeft op wie het zich kan richten, en aangetoond is dat de stoornis niet veroorzaakt wordt door een ontwikkelingsstoornis bij het kind). In feite slaagt het kind er niet in een gehechtheidsrelatie aan te gaan met zijn ouders of verzorgers ten gevolge van verwaarlozing in de eerste jaren. Hiervan is sprake in extreme situaties van verwaarlozing, mishandeling of frequente wisseling van verzorgers.

Soorten hechtingsstoornissen

De DSM-5, het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen van de American Psychiatric Association, onderscheidt twee typen stoornissen:

  • De geremde hechtingsstoornis (Reactive Attachment Disorder; RAD): Bij een geremde hechtingsstoornis zoekt een kind geen troost tijdens stress en reageert het niet of zelden op de troost die wordt aangeboden.
  • De ontremde contactstoornis (Disinhibited Social Engagement Disorder; DSED): Bij de ontremde contactstoornis benadert een kind onbekende volwassenen met onvoldoende terughoudendheid.

RAD wordt expliciet beschreven als een stoornis in de gehechtheidsontwikkeling, maar er is volop discussie in hoeverre DSED beschouwd kan worden als een stoornis in de gehechtheid. De DSM-5 beschrijft alleen het geremde type als hechtingsstoornis. De Amerikaanse en Nederlandse richtlijnen rekenen echter beide typen tot de hechtingsstoornissen.

Een onveilige gehechtheidsrelatie is omkeerbaar. Door te werken aan de gehechtheidsrelatie is het vertrouwen altijd te herstellen.


  • Ainsworth & Wittig, 1969; Gezondheidsraad, 2018.
  • Bartelink e.a. 2018.
  • 2010 in Bartelink 2018.
  • American Psychiatric Association, 2013.
  • 2017 in Bartelink e.a. 2018.
  • Wolff, M.S. de, Dekker-van der Sande, F., Sterkenburg, P.S., & Thoomes-Vreugdenhil, A. (2014). Richtlijn Problematische gehechtheid voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Utrecht: Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk, Nederlands Instituut van Psychologen, Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen.
Vragen?

Paula Speetjens is contactpersoon.

Foto Paula  Speetjens

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies