Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Wat is voor - en vroegschoolse educatie?

Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is een onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Het doel van voor- en vroegschoolse educatie is kinderen met een risico op onderwijsachterstand (vanwege kenmerken in hun omgeving) een betere start te geven in groep 3 van de basisschool.

Voorschoolse educatie (ve) is gericht op kinderen tussen 2,5  en 4 jaar oud met (risico op) onderwijsachterstand en wordt verzorgd op een voorschoolse voorziening, zoals een voorschool of kinderdagverblijf. Vroegschoolse educatie is voor het bevorderen van onderwijskansen van doelgroepkinderen in groep 1 en 2 van de basisschool.

Voor- en vroegschoolse educatie heeft betrekking op de volgende aspecten:

  • Gerichte toeleiding (vooral via consultatiebureaus) van doelgroepkinderen naar voorschoolse voorzieningen.
  • Extra kindplaatsen in voorschoolse voorzieningen voor kinderen die anders niet aan zo'n voorziening zouden deelnemen.
  • Verbetering van de structurele kwaliteit (gunstiger staf-kindratio, professionalisering).
  • Verbetering van de proceskwaliteit, onder meer door gebruik te maken van een methode voor voor- en vroegschoolse educatie
  • Bevorderen van de ouderbetrokkenheid (bij voorschoolse voorziening/school en thuis).

Landelijke doelgroep onderwijsachterstandenbeleid

De landelijke overheid gebruikt sinds 2019 de volgende kenmerken in de omgeving van kinderen om te bepalen welke kinderen het meeste risico lopen op onderwijsachterstand:

  • het opleidingsniveau van beide ouders;
  • het herkomstland van de moeder;
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
  • het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school;
  • of de ouders in de schuldsanering zitten.

Bij de verdeling van het budget voor het bestrijden van onderwijsachterstand hanteert het kabinet een doelgroep van 15%: van de kinderen (van 2-4 jaar en van de basisschoolleerlingen) telt de 15% met het hoogste risico op een onderwijsachterstand mee.
Meer informatie over de nieuwe regeling.

Gemeentelijke doelgroep en indicatiestelling

Gemeenten en scholen bepalen zelf hoe ze de aan hen toebedeelde financiële middelen inzetten om het doel te bereiken. Gemeenten kunnen, ook in de nieuwe systematiek, besluiten om een brede voorziening voor peuters aan te bieden. Zij mogen daarvoor, binnen de geldende financiële en juridische kaders, aanvullend eigen middelen aanwenden.

Bij het toeleiden van kinderen naar voorschoolse educatie wordt nauw samengewerkt met het consultatiebureau. Het consultatiebureau zorgt, op basis van de door de gemeente bepaalde criteria, voor de indicatiestelling, waarna ouders hun kind kunnen opgeven voor voorschoolse educatie.

Definitie vve-programma’s

Vve-programma’s zijn educatieve programma’s gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. Vve-programma’s beginnen in een voorschoolse voorziening en lopen door tot en met groep twee van de basisschool.

Voorschoolse en vroegschoolse programma’s

Naast de vve-programma’s met een doorgaande lijn tot en met groep 2 zijn er voorschoolse en vroegschoolse programma’s. Deze worden respectievelijk in een voorschoolse voorziening en in groep 1 en 2 van de basisschool (vroegschools) uitgevoerd.

De Wet Oké heeft als eis dat voorschoolse educatie gericht dient te zijn op vier belangrijke ontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.

Centrumgerichte en gezinsgerichte programma’s

Er is een onderscheid tussen centrumgerichte en gezinsgerichte programma’s voor ontwikkelingsstimulering van kinderen.

Centrumgerichte programma  (vve-programma’s) worden uitgevoerd in een voorschoolse voorziening (kinderdagverblijf of voorschool) en/of in groep 1 en 2 van de basisschool (vroegschools).

Gezinsgerichte programma’s richten zich via de ouders op de kinderen. De ontwikkeling van het kind wordt gestimuleerd doordat ouders thuis met hun kind allerlei speelse activiteiten doen en voorlezen. Verder wordt de ouder-kindinteractie bevorderd en ouders leren vaardigheden om hun kind te ondersteunen en stimuleren bij hun ontwikkeling.

Voor- en vroegschoolse educatie en onderwijsachterstandenbeleid

Voor- en vroegschoolse educatie is een onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Dit beleid kwam tot stand na 1970. De aanleiding was het inzicht dat kinderen uit lagere sociaal- economische milieus, ongeacht hun talenten, minder kansen hebben op een succesvolle schoolloopbaan dan kinderen uit de hogere rangen. Het gaat dus om kinderen, die door een ongunstige omgeving (met name de thuissituatie), op school slechter presteren dan ze bij een gunstiger situatie zouden kunnen doen (Kloprogge en De Wit, 2015). Er is een verschil met kinderen, die door individuele (intellectuele, gedragsmatige of fysieke) handicaps of beperkingen problemen ondervinden in het onderwijs. Voor deze kinderen zijn er speciale voorzieningen die vallen onder het beleid 'Passend Onderwijs'.
Lees meer over de geschiedenis.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies