Mediagebruik

Het dichtgaan van de scholen heeft volgens ouders uit het Landelijk Ouderpanel invloed gehad op het mediagebruik van kinderen (0-18 jaar). 41 procent van de ouders die thuiswerkten door corona gaf aan meer mediagebruik toe te laten. Van de ouders die niet thuiswerken liet zelfs 50 procent hun kinderen meer schermtijd toe. De ouders geven aan dat het een lastige opgave is om kinderen bezig te houden zonder school en andere vormen van vrijetijdsbesteding (Opvoedinformatie Nederland, 2020).

Laatst bewerkt: 25 juni 2020


Gebruikte publicaties

Beweging door kinderen

Volgens 40 procent van de ouders met kinderen tussen de 4 en 11 jaar zijn hun kinderen minder gaan bewegen in april, op het moment dat dat scholen dicht waren en er geen georganiseerde activiteiten plaatsvonden. Zo blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut. Hierbij wordt de vergelijking gemaakt met hoeveel de kinderen bewogen in voorgaande jaren rond deze tijd. 58 procent van de ouders ervaart belemmeringen in het stimuleren van beweging van hun kinderen (Slot-Heijs, de Jonge,  Lucassen & Singh, 2020).

Deze ervaringen van ouders worden bevestigd door een onderzoek van het NOC*NSF. Het NOC*NSF stelt dat kinderen in april veel minder sportten dan normaal rond deze tijd. In april 2019 deed nog 85 procent van de kinderen wekelijks aan sport, in april 2020 was dit slechts 35%.

Laatst bewerkt: 25 juni 2020


Gebruikte publicaties

Afstandsonderwijs

Vorderingen leerlingen

Uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder 726 schooldirecteuren blijkt dat de meeste scholen (77 procent) zicht hebben op de vorderingen van de leerlingen in de periode van thuisonderwijs. Het niveau van de meeste leerlingen (60 procent) is gelijk gebleven. Bij 18 procent is er een kleine achterstand opgelopen en 13 procent is erop vooruitgegaan (Algemene Vereniging Schoolleiders, 2020).

Ervaring ouders

Uit onderzoek van Opvoedinformatie Nederland, Ouders & Onderwijs en Kassa blijkt dat ouders over het algemeen tevreden zijn met de maatregelen die scholen hebben genomen om het onderwijs door te laten gaan in tijden van corona. Twee op de drie ouders geeft aan tevreden te zijn met hoe het afstandsonderwijs door de school werd ingericht. Daarnaast is 70 procent van de ouders tevreden over het contact met de leraar in deze periode (Opvoedinformatie Nederland, 2020).

54 procent van de ouders met kinderen in het basisonderwijs ervaarde meer stress in tijden van het afstandsonderwijs en 27 procent ervaarde minder stress. Van deze ouders denkt 40 procent dat het kind minder goed leerde dan voor de lockdown. Onder ouders met kinderen op het voortgezet onderwijs was dit 56 procent (Bakx e.a., 2020a, Nakx e.a., 2020b).

Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat ouders met kinderen op het vmbo minder betrokkenheid van de school ervaren bij het thuisonderwijs van het kind, dan ouders met kinderen op het vwo. Zo blijkt uit reacties van ouders met kinderen in het voortgezet onderwijs uit het LISS-panel (Langlopende Internet Studies voor de Sociale Wetenschappen). Van de ouders van leerlingen in het vmbo geeft 65 procent aan dat er digitale lessen worden aangeboden vanuit de school. Onder ouders met leerlingen in het vwo is dit 85 procent (Bol, 2020).

Daarnaast blijkt dat hoogopgeleide ouders (afgeronde hbo- of wo-opleiding) zelf vaker en beter in staat zijn om hun kind te helpen bij het thuisonderwijs dan ouders met een lager opleidingsniveau (ouders die enkel de basis- of voortgezet onderwijs hebben afgerond). Van de universitair opgeleide ouders geeft 70 procent aan hun kind vaak tot heel vaak te helpen. Onder die enkel het basis- of voortgezet onderwijs hebben doorlopen is dit 50 procent. 80 procent van de hoogopgeleide ouders (afgeronde hbo of wo-opleiding) voelt zich goed in staat om hulp aan het kind te bieden, terwijl onder de lager opgeleide ouders 63 procent dit aangeeft (Bol, 2020).

Laatst bewerkt: 18 september 2020


Gebruikte publicaties

Studievoortgang

De coroncrisis blijkt van invloed te zijn op de studievoortgang binnen het hoger onderwijs. Dit jaar zijn er circa 54 duizend meer studenten die aangeven achterstand opgelopen te hebben met betrekking tot hun studie, in vergelijking met twee jaar geleden. Met name in het hbo leverde het thuisonderwijs veel achterstanden op, door onder andere een gebrek aan laboratoria en praktijkruimtes (32 procent), het uitvallen van lessen (36 procent) en het wegvallen van de stage (27 procent).

60 procent van de studenten in het hoger onderwijs zegt tevreden te zijn met manier waarop onderwijs tijdens het thuisonderwijs werd aangeboden. Wel geeft twee op de vijf studenten aan moeite te hebben met de concentratie als ze vanuit huis onderwijs volgen.

Stages en leerbanen

Uit cijfers van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) blijkt daarnaast dat er komend schooljaar in het mbo een tekort is aan 21.710 stageplekken en leerbanen. De grootste tekorten zitten in de sectoren orde en veiligheid, welzijn, ict en zorg. 44 procent van de ondervraagde organisaties gaf aan dat de tekorten het gevolg zijn van de coronacrisis. Een andere genoemde oorzaak is dat de specifieke begeleiding een knelpunt is (SBB, 2020).

Laatst bewerkt: 18 september 2020


Welbevinden

Zo'n 74 procent van de jongeren in Nederland heeft last van psychische klachten. Jongeren hebben het meest last van stress (40 procent), eenzaamheid (38 procent) en aanhoudende vermoeidheid (36 procent). In april lag dit percentage lager; toen had 31 procent last van stress, had 19 procent vermoeidheidsklachten en voelde 26 procent zich eenzaam (Kester, 2020).

Uit onderzoek van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken komt specifiek naar voren dat relatief veel jongeren tussen de 18 en 34 jaar vaker gestrest (32 procent) en angstig (22 procent) zijn door corona. Het gaat om een relatief groter aandeel dan onder oudere leeftijdsgroepen. Onder 50-64 jarigen heeft 18 procent meer stress en is 13 procent vaker angstig (Engbersen et al, 2020).

De Kindertelefoon concludeert dat het aantal gesprekken met kinderen is toegenomen ten opzichte van voorjaar 2019, van gemiddeld 4 per dag naar gemiddeld 6,5 per dag. Eenzaamheid bleek een belangrijk thema. Van de kinderen die gesprekken voerden over eenzaamheid gaf 26 procent aan dat zij zich specifiek door corona eenzaam voelen. 23 procent gaf aan dat zij zich daarvoor al eenzaam voelden, maar dat corona de eenzaamheid heeft verergerd (De Kindertelefoon, 2020). 

Laatst bewerkt: 18 september 2020


Gebruikte publicaties

Werkloosheid onder jongeren

Met name jongeren worden economisch hard getroffen tijdens de coronacrisis, zo blijkt uit cijfers van het CBS. In juli is opnieuw het werkloosheidspercentage onder jongeren gestegen: van 10,7 procent in juni naar 11,0 procent in juli. Vergeleken met januari 2020, toen corona nog niet aanwezig was, is de werkloosheid onder jongeren gestegen met 4,6 procent.

De grote stijging van de werkloosheid is deels te verklaren doordat in de meest getroffen sectoren vooral veel jongeren werkzaam zijn. Zo werkte begin dit jaar een groot deel van de 15 tot 25-jarigen (13 procent) voor eet- en drinkgelegenheden. Daarnaast hebben veel jongeren tijdelijke contracten of werken als uitzendkracht. In het eerste kwartaal van 2020 had slechts 21 procent van de 15 tot 25-jarigen een vaste arbeidsrelatie. Onder jongeren zonder startkwalificatie heeft zelfs een kleine 80 procent geen vaste arbeidsrelatie. 697 duizend jongeren tussen de 15 en 25 jaar combineren onderwijs met een baan op flexibel contract en 75 duizend jongeren werken als zelfstandige (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

Laatst bewerkt: 20 augustus 2020


Gebruikte publicaties

Geleverde jeugdzorg

De jeugdhulp is flink getroffen door de coronacrisis. Uit onderzoek van onderzoeksbureau Gupta blijkt dat 30.000 van de 443.265 jeugdigen die jeugdzorg ontvangen in Nederland, tijdelijk geen zorg kregen tijdens de maatregelen. Daarnaast is voor circa 130.000 jeugdigen de zorg tijdelijk aangepast of verminderd. Dagbehandeling en diagnostiek zijn afgezegd en veel ambulante zorg vond gedeeltelijk en online plaats (Grupta Strategists, 2020).

Laatst bewerkt: 27 juli 2020


Veiligheid

Het aantal gesprekken met de Kindertelefoon was in de eerste maand van de corona-lockdown (16 maart tot en met 12 april) een stuk hoger dan voor de lockdown. In 2019 voerde men nog ongeveer 1.000 gesprekken per dag. Tijdens de lockdown waren het er circa 1.500. Het aandeel gesprekken over de onderwerpen 'thuis en familie' en 'geweld' is in deze periode toegenomen. Daarnaast valt een verschuiving te zien op het gebied van pesten. De Kindertelefoon registreerde 36 procent minder gesprekken over fysiek pesten, maar zag tegelijkertijd een verdubbeling van het aantal gesprekken over online pesten (De Kindertelefoon, 2020). 

Toch lijkt tijdens de coronacrisis het huiselijk geweld in kwetsbare gezinnen niet toegenomen, zo blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. Het gaat om gezinnen die in beeld zijn bij Veilig Thuis vanwege vermoedens van huiselijk geweld. Voor de coronacrisis bleek in 50,3% van deze gezinnen dat er sprake was van veelvuldig of ernstig geweld. Na de lockdown ging het om 53,3 procent van de gezinnen. Dit verschil is niet significant (Steketee e.a., 2020).

De Raad van de Kinderbescherming (RvdK) geeft aan dat het aantal beschermingsonderzoeken binnen gezinnen redelijk stabiel is. In de eerste helft van 2019 waren er circa 8.800 zaken. In de eerste helft van 2020 ging het om 9.000.  In het eerste kwartaal 2020 ontving de RvdK meer verzoeken tot beschermingsonderzoek, tijdens de lockdown waren dit er minder. Het aantal spoedzaken is niet toegenomen (De Raad van de Kinderbescherming, 2020). 

Laatst bewerkt: 12 augustus 2020


Gebruikte publicaties

  • De Kindertelefoon (2020). Wat kinderen bezighoudt in coronatijd. Utrecht: De Kindertelefoon.
  • De Raad van de Kinderbescherming (2020). Instroom onderzoeken eerste helft 2020.
  • Steketee, M., de Wildt, R., Compagner., van der Hoff, M., Tierolf, B. (2020). Kwetsbare gezinnen in tijden van corona. Wat is de impact van de coronacrisis op kwetsbare gezinnen en de hulp die ze nodig hebben. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Zorgen onder kinderen en jongeren

Uit het Praatmee-onderzoek van het Nederlandse Jeugdinstituut blijkt dat 18- tot 27-jarigen vooral onzeker zijn over hun werk en inkomen: 45 procent geeft aan op dit vlak zorgen te hebben in tijden van corona. 37 procent van deze groep maakt zich zorgen over de mentale gezondheid. In de leeftijdsgroep 13 tot 18 jaar zijn vooral de studie en de voortgang daarvan (40 procent) en het sociale leven (44 procent) punten van zorg. Van de kinderen onder de 13 jaar geeft 94 procent aan bepaalde aspecten van de coronacrisis niet leuk te vinden. Met name het afstand houden, het minder zien van opa en oma en de angst voor het virus worden als negatief gezien (Nederlands Jeugdinstituut, 2020). 

Laatst bewerkt: 27 juli 2020


Financiële gevolgen voor studenten

Uit onderzoek van Save the Children kwam naar voren dat 40 procent van de bijna 15 duizend ondervraagde mbo-studenten (ouder dan 16 jaar) minder kon werken of zijn of haar bijbaan verloor vanwege de coronacrisis. Daarnaast geeft bijna 40 procent aan ondersteuning nodig te hebben om niet in financiële problemen te komen (Save the Children, 2020).

Uit een ander onderzoek van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) blijkt dat ongeveer 20 procent van de studenten zich serieus zorgen maakt over de financiële situatie waar zij zich in bevinden. Studievertraging en het moeilijk vinden van werk en stages zorgen ervoor dat studenten minder snel aan een inkomen komen (Warps & van de Broek, 2020).

Laatst bewerkt: 27 juli 2020


Jongeren en de coronamaatregelen

Jongeren denken graag mee over de inrichting van het beleid en de maatregelen met betrekking tot het coronavirus. In een panelonderzoek van EenVandaag begin juni 2020 zegt 52 procent van de 16 tot en met 24-jarigen dat ze niet goed genoeg worden betrokken bij het coronabeleid. 71 procent van de jongeren vindt het belangrijk dat jongeren hier wel bij worden betrokken. Ten tijde van het onderzoek was bijna de helft van de jongeren voor verdere versoepeling van de maatregelen voor jongeren. Een groot deel van de jongeren geeft aan dat ze het naar hun gevoel op veel vlakken lastiger hebben dan voorgaande generaties (Kamphuis, 2020).

Ook uit een onderzoek van Save the Children onder mbo-leerlingen komt naar voren dat veel jongeren moeite hebben met de coronamaatregelen, namelijk 85 procent van de ondervraagden. Vooral omdat de maatregelen invloed hebben op het sociale leven van de jongeren en spanningen thuis kunnen oplopen.

Laatst bewerkt: 12 augustus 2020


Gebruikte publicaties

Opvoeden

Uit een peiling van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid blijkt dat een groot deel van de ouders de  opvoeding als moeilijk ervaren. Voor de coronacrisis gaf één op de tien ouders aan uit balans te zijn als het gaat om de balans tussen draagkracht en draaglast in de opvoeding van het kind. Bij de laatste peiling in juni gaf maar liefst de helft van de ouders dit aan. Een derde van de ouders geeft de balans een onvoldoende. 39 procent van de ouders ervaart weinig steun van anderen (partner, familie, vrienden of buren) tegenover 17 procent voor de coronacrisis. Daarnaast lijkt het aanpassingsvermogen van ouders te zijn afgenomen. Bijna de helft van de ouders vindt het moeilijk om veranderingen en plotselinge gebeurtenissen op te vangen. Voor de crisis vond 7,5 procent van de ouders dat moeilijk (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, 2020).  

65 procent van de ouders uit het Landelijk Ouderpanel geeft aan dat zij door de pandemie thuiswerken. Van de thuiswerkende ouders, met minimaal één thuiswonend kind, combineert 65 procent het werk met de opvoeding hun kind of kinderen. Ruim een derde van de ouders geeft aan de zorg voor het kind in dagdelen te verdelen met de partner; als de ene ouders een dagdeel werkt, zorgt de andere ouder voor het kind (Opvoedinformatie Nederland, 2020).

Laatst bewerkt: 27 juli 2020


Gebruikte publicaties

Kansenongelijkheid onderwijs

Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat ouders met kinderen op het vmbo minder betrokkenheid van de school ervaren bij het thuisonderwijs van hun kinderen dan ouders met kinderen op het vwo. Dat blijkt uit reacties van ouders met kinderen in het voortgezet onderwijs uit het LISS-panel (Langlopende Internet Studies voor de Sociale Wetenschappen). Van de ouders van leerlingen in het vmbo geeft 65 procent aan dat er digitale lessen worden aangeboden vanuit de school. Onder ouders met leerlingen in het vwo is dit 85 procent (Bol, 2020).

Daarnaast blijkt dat hoogopgeleide ouders zelf vaker en beter in staat zijn om hun kind te helpen bij het thuisonderwijs dan ouders met een lager opleidingsniveau. Van de universitair opgeleide ouders geeft 70 procent aan hun kind vaak tot heel vaak te helpen. Bij ouders die enkel het basis- of voortgezet onderwijs hebben doorlopen is dit 50 procent. 80 procent van de hoogopgeleide ouders (afgeronde hbo of wo-opleiding) voelt zich goed in staat om hulp aan het kind te bieden, terwijl onder de lager opgeleide ouders 63 procent dit aangeeft (Bol, 2020).

Laatst bewerkt: 30 juli 2020


Gebruikte publicaties

  • Bron: Bol, T. (2020). Inequality in homeschooling during the Corona crisis in the Netherlands. First results from the LISS Panel. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.

Definitie

Het coronavirus heeft sinds maart 2020 grote gevolgen voor het leven van kinderen, jongeren, ouders en ook professionals in bijvoorbeeld kinderopvang en onderwijs. Na een periode van veel beperkingen krijgen kinderen, jongeren en opvoeders steeds meer bewegingsvrijheid. Om zicht te krijgen op de impact daarvan op kinderen, jongeren en het opvoeden zijn de inmiddels diverse onderzoeken uitgevoerd. Door de snelle veranderingen in de maatregelen en andere omstandigheden, betreffen deze onderzoeken steeds een momentopname.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies