Aantal minderjarige verdachten

Het aantal geregistreerde minderjarige verdachten is in 2020 gedaald. Mogelijk zijn echter de in 2020 geldende coronamaatregelen deels verantwoordelijk voor deze daling. Per 1.000 12- tot 18-jarigen stonden in 2020 12,8 minderjarigen geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Een jaar eerder ging het om 14,8 per 1.000 minderjarigen. Deze jongeren zijn minstens één keer verdacht geweest van een misdrijf. Tien jaar eerder ging het om bijna 36 per 1.000 minderjarigen. De afgelopen tien jaar is de jeugdcriminaliteit met ruim de helft afgenomen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021).

Dit zijn gegevens gebaseerd op registraties door de politie. Daarnaast zijn er gegevens uit onderzoek waarbij jongeren bevraagd zijn over hun eigen gedrag. Het gaat dan om zelfgerapporteerde criminaliteit. Dit onderzoek wordt een keer in de vijf jaar uitgevoerd. Die cijfers liggen een stuk hoger. In 2020 zei ruim een derde (36,6 procent) van de 12- tot en met 17-jarigen dat ze zich in de voorafgaande twaalf maanden schuldig hebben gemaakt aan een of meerdere delicten. Online delicten vallen daar niet onder. Ten opzichte van 2015 is er nauwelijks verschil in het percentage minderjarigen dat zegt een delict te hebben gepleegd. In 2015 was dat 35 procent van de minderjarigen. Dit verschil is niet significant (Van der Laan, Beerthuizen & Boot, 2021).

Laatst bewerkt: 3 juni 2021


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Geregistreerde verdachten naar herkomst

De afgelopen tien jaar is er bij alle herkomstgroepen een aanzienlijke daling te zien in het aantal geregistreerde minderjarige verdachten van een misdrijf. Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond staan echter, vergeleken met jongeren met een Nederlandse achtergrond, nog steeds veel vaker geregistreerd als verdachte van een misdrijf.

De daling in de afgelopen tien jaar is het grootst onder jongeren met een Marokkaanse migratieachtergrond. In 2010 stonden 107,5 jongeren met een Marokkaanse achtergrond per 1.000 geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Dat aantal is in 2020 gedaald naar 33,4 per 1.000 jongeren met een Marokkaanse migratieachtergrond.

In 2020 staan 9,5 per 1.000 jongeren met een Nederlandse achtergrond geregistreerd als verdachte. Onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond gaat het om ruim 25 jongeren. Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond zijn, vergeleken met die met een westerse migratieachtergrond, bijna twee keer zo vaak verdacht van een misdrijf.

Onder de grootste groepen jongeren met een migratieachtergrond in Nederland is in 2020 het aantal verdachten het hoogst onder jongeren met een Antilliaanse of Arubaanse migratieachtergrond (41,4 per 1.000 jongeren) en het laagst onder jongeren met een Turkse migratieachtergrond (17,7 per 1.000 jongeren).

Laatst bewerkt: 3 juni 2021


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Zelfgerapporteerd daderschap

Cijfers verkregen uit onderzoek waarbij jongeren bevraagd zijn over hun eigen gedrag liggen een stuk hoger dan de cijfers over geregistreerd daderschap. Het gaat dan om zelfgerapporteerde criminaliteit. In 2020 zei ruim een derde (36,6 procent) van de 12- tot en met 17-jarigen dat ze zich in de voorafgaande twaalf maanden schuldig hebben gemaakt aan één of meerdere van de 27 gevraagde delicten. Online delicten vallen daar niet onder. In 2015 ging het om 35 procent van de minderjarigen. Het percentage zelfgerapporteerde criminaliteit is daarmee relatief stabiel gebleven.

Geweldsdelicten, vermogensdelicten en vandalisme komen het meest voor: respectievelijk 20,7 procent, 19,4 procent en 13,4 procent).

12-minners

Onder 12-minners (10- en 11-jarigen) is het percentage zelfgerapporteerd daderschap in de periode 2005-2020 met circa 21 procent gelijk gebleven. Agressiedelicten worden het meest gerapporteerd. In 2020 rapporteerde bijna 17 procent van de 10- tot 12-jarigen een agressiedelict. Het betreft vooral delicten waarbij niemand gewond is geraakt (12,4 procent), gevolgd door agressie met verwonding (7,7 procent). Vermogensdelicten volgen op de tweede plaats. In 2020 rapporteerde bijna 12 procent van de 12-minners een vermogensdelict. Het gaat daarbij vooral om kleine winkeldiefstal (7,1 procent) en diefstal van school (6,2 procent).

Laatst bewerkt: 3 juni 2021


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Laan, A. van der, Beerthuizen, M. & Boot, N. (2021). Monitor Jeugdcriminaliteit 2020. Den Haag: WODC.

Online delicten

In 2020 zei 19,5 procent van de minderjarigen zich schuldig te hebben gemaakt aan een online delict. Dat is een daling van circa 5 procent ten opzichte van 2015. Toen zei circa 25 procent een online delict te hebben gepleegd. Het gaat daarbij om gedigitaliseerde delicten, zoals bangmakerij via e-mail, chat of sociale media, en het verspreiden seksueel getint beeldmateriaal van minderjarigen, en om cyberdelicten, zoals een virus versturen en inloggen op andermans computer.

in 2020 zei 12,7 procent van de 12- tot 18-jarigen zegt in het voorgaand jaar wel eens een cyberdelict te hebben gepleegd. Daarbij gaat het meestal om inloggen op een computer of netwerk zonder toestemming of om wachtwoorden van iemand anders veranderen. Ruim 11 procent van de 12- tot en met 17-jarigen zegt daarnaast zich schuldig te hebben gemaakt aan een gedigitaliseerd delict.

Laatst bewerkt: 3 juni 2021


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Laan, A. van der, Beerthuizen, M. & Boot, N. (2021). Monitor Jeugdcriminaliteit 2020. Den Haag: WODC.

Definitie

Onder delinquent (of crimineel) gedrag vallen verschillende gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld.

Delinquent of crimineel gedrag is een verzamelterm voor verschillende soorten gedrag die volgens de wet strafbaar zijn en die daarom tot een boete of straf kunnen leiden. Kinderen onder de 12 jaar kunnen in Nederland volgens het strafrecht niet veroordeeld worden. Officieel gaat het bij jeugddelinquentie dus om jongeren in de leeftijdscategorie vanaf 12 jaar.

Strafbare feiten of delicten zijn te verdelen in vier typen: geweldsdelicten, vermogensdelicten, vernieling, en overige delicten. Binnen deze typen kan weer een onderscheid worden gemaakt tussen overtredingen en misdrijven. Overtredingen zijn voornamelijk lichte vormen van regelovertredingen zoals zwartrijden en vuurwerk afsteken buiten de daarvoor bestemde periode. Misdrijven zijn zwaardere strafbare feiten zoals (winkel)diefstal, inbraak, mishandeling, beroving en verkrachting.

Bron

  • Laan, A. van der, Blom, M. (2011). 'Jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2010 : ontwikkelingen in zelfgerapporteerde daders, door de politie aangehouden verdachten en strafrechtelijke daders op basis van de Monitor Jeugdcriminaliteit 2010'. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)

Meer informatie

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies