Leefgebieden, domeinen, wetgeving en kaders rond integrale gezinshulp

Het is belangrijk dat je weet hoe het zorgstelsel is ingedeeld. Je kunt een gezin dan beter passende hulp bieden. Gezinnen in kwetsbare omstandigheden hebben vaak een combinatie van problemen. Je vindt sneller de juiste toegang tot hulp als je weet vanuit welke wet de benodigde financiering komt. Welke domeinen, wetgevingen en kaders zijn er rond integrale gezinshulp?

Leefgebieden of levensdomeinen

Het functioneren van het gezin en de gezinsleden, wordt bepaald door veel factoren. Ook wel leefgebieden genoemd. Movisie onderscheidt zeven leefgebieden die elkaar wederzijds beïnvloeden:

  1. Zingeving: religie, cultuur en waardig leven
  2. Wonen: huisvesting en wonen in wijk, stad of dorp
  3. Financiën: inkomen en schulden
  4. Sociale relaties: gezinsrelatie, sociaal netwerk en relatie hulpverlener
  5. Lichamelijke gezondheid: conditie, fysieke beperking en aandoeningen
  6. Psychische gezondheid: mentale fitheid, stress, psychische aandoeningen en verslaving
  7. Werk en activiteiten: betaald werk, vrijwilligerswerk, onderwijs en dagbesteding

Elke organisatie of gemeente geeft haar eigen kleur aan leefgebieden of levensdomeinen. Zo komen de leefgebieden vanuit Movisie in grote lijnen overeen met de levensdomeinen zoals de VNG deze omschrijft: onderwijs & ontwikkeling, thuis, werk & inkomen, vrije tijd, vervoer en welzijn, gezondheid & ondersteuning.

Verschillende domeinen

In Nederland is de hulp vanuit zorg en welzijn ingedeeld in drie domeinen: het maatschappelijke, het medische en het sociale domein. Elk domein kent eigen financiering en wet- en regelgeving. Binnen integrale gezinshulp kun je als professional te maken hebben met verschillende wetten:

  • Zorgverzekeringswet
  • Jeugdwet
  • Participatiewet
  • Wet maatschappelijke ondersteuning
  • Wet langdurige zorg
  • Wet publieke gezondheid
  • Wet passend onderwijs

Op de pagina Wetgeving rondom jeugd vind je meer informatie over bovenstaande wetten en de invloed hiervan op jouw werk.

Verschillende organisaties, domeinen en wetten

Een nauwe samenwerking tussen organisaties is belangrijk om domeinoverstijgend te kunnen werken. Binnen de domeinen vindt de financiering plaats vanuit verschillende wetten. Zo kunnen professionals uit het sociaal domein met financieringen vanuit de Jeugdwet samenwerken met de huisarts en de volwassenen-ggz uit het medisch domein met financiering uit de Zorgverzekeringswet. Daarnaast kunnen ouders hulp krijgen bij schulden of het vinden van werk vanuit het maatschappelijk domein. Daarvoor is financiering uit de Participatiewet of Wet maatschappelijke ondersteuning nodig.

Samenwerking ontwikkelen

Er is een samenwerking nodig van verschillende organisaties met hun eigen expertises. Hiervoor is belangrijk dat je een gezamenlijke visie en gedeelde verantwoordelijkheid hebt in de ondersteuning van het hele gezin. Dat is een uitdaging. Professionals werken vanuit verschillende kaders, wetten en financiering. In de volwassenen-ggz ligt het accent soms meer op individuele diagnostiek en behandeling van de cliënt met een psychische aandoening, al wordt er ook naar de context gekeken. Bij professionals die werken met jeugd en gezin ligt het accent op de brede context waarbinnen kinderen opgroeien en het waar nodig ondersteunen en versterken van deze context.

De gezamenlijk opdracht ligt in het gelijktijdig werken aan het versterken van het individu en het gezin. Vanuit verschillende expertises en in samenhang met de draagkracht en draaglast van de individuele gezinsleden en het gezin als geheel. Dat is systemisch werken.

Helpende veranderingen in huidige zorgstelsel

Het realiseren van volledige gezinshulp vraagt om grote veranderingen in het huidige zorgstelsel. De bekostiging en beleidsmatige aansturing moet 'ontschot' worden. Hiervoor zijn een aantal stappen gezet.

Gegevensuitwisseling en privacy

Het Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) is een eerste stap in de goede richting. Deze wet haalt praktische problemen weg rond gegevensuitwisseling en privacy. Dit maakt het makkelijker om samen te werken met en rond gezinnen.

Domeinoverstijgende vergoeding

Vanaf 2024 is een landelijke domeinoverstijgende vergoeding ingesteld. Het gaat hier om het consulteren van ggz-expertise (Zorgverzekeringswet) vanuit het sociaal domein (met name Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet). Hierdoor kan de juiste expertise vanuit een andere financiering worden toegevoegd. Op deze manier wordt de juiste inschatting gemaakt wat nodig is voor het gezin. Door eenduidige afspraken kan er op een goede, veilige en in de praktijk uitvoerbare manier worden samengewerkt.

Regie op volkshuisvesting

Het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting helpt bij het realiseren van volledige gezinshulp. Dit wetsvoorstel wil de overheid meer sturing geven op de volkshuisvesting. Bijvoorbeeld door te zorgen voor woonurgentie bij gezinnen met meervoudige en complexe problematiek.

Nulde, eerste, tweede en derdelijns hulpverlening

De Nederlandse gezondheidszorg, kent de volgende kadering voor de zorg: de nulde, eerste, tweede en derde lijn.

Nulde lijn: de sociale basis

De nulde lijn bestaat uit de basisgezondheidszorg en de activiteiten rondom het welzijn van mensen. Deze is voor iedereen beschikbaar. Denk aan het aanbieden van vaccinaties en de bibliotheek. Ook wel de 'sociale basis' genoemd. Dit zijn vrij toegankelijke activiteiten. Ze zijn gericht op ondersteunen, ontwikkelen of ontspannen. De activiteiten kunnen georganiseerd zijn door de gemeente, door verenigingen maar ook door wijkbewoners zelf. Zo kunnen mensen meedoen met de samenleving, naar elkaar omzien en sociale steun ervaren uit het eigen netwerk. Hierdoor hebben mensen meer autonomie en kunnen ze meer hun eigen talenten ontwikkelen.

Eerste lijn

Hulpverleners uit de eerste lijn zijn breed opgeleide professionals waar iedereen zonder verwijzing naartoe kan. Dit heet ook wel de 'vrij toegankelijke zorg'. Bijvoorbeeld de zorg vanuit huisartsen, de basis-ggz, praktijkondersteuners en een wijkteam.

Tweede en derde lijn

De tweede en derde lijn bestaan uit specialistische zorg. Hier is altijd een verwijzing voor nodig. Vaak komt deze vanuit de eerste lijn. Bijvoorbeeld voor de zorg vanuit het ziekenhuis of specialistische jeugdhulp. De derde lijn is hoog specialistische zorg. Deze is in veel gevallen bovenregionaal of landelijk georganiseerd. Bijvoorbeeld zorg in academische ziekenhuizen.

Van werken in ketens naar integrale hulp

Het is handig als professionals uit de nulde en eerste lijn goed met elkaar samenwerken. Ook moeten zij weten wanneer een professional uit de tweede of derde lijn betrokken moet worden. Zo kunnen ze beter passende hulp voor en met het gezin organiseren.

Veel organisaties werken nog vaak na elkaar: een specialist volgt een generalist op. Ze verwijzen naar elkaar en lichtere hulp wordt opgevolgd door zwaardere of specialistische hulp. Dat heet ook wel 'stepped care' of ketenzorg. Integrale hulp is niet de hulp die na elkaar komt, maar waar je met elkaar samenwerkt. Zo krijg je een combinatie van hulp die nodig is voor het gezin. Dat kan dus zowel lichte als zware hulp zijn die tegelijkertijd wordt ingezet op verschillende levensgebieden. Dat heet 'matched care', ofwel passende hulp. Deze hulp of ondersteuning sluit zoveel mogelijk aan op de mogelijkheden en de wensen van het gezin en de al betrokken mensen uit hun eigen omgeving.

    De inhoud van deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met Landelijk Kenniscentrum LVB en Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

    Foto Marlies de Jong

    Marlies de Jong

    senior medewerker inhoud