Alert zijn op hechtingsproblemen

Als professional kun je signaleren of een kind het risico loopt op hechtingsproblemen of die al heeft. Dat kun je doen door na te gaan welke risicofactoren daarvoor aanwezig zijn in het leven van het kind. Hoe meer risicofactoren, hoe alerter je moet zijn. Daarnaast kun je beschermende factoren proberen te versterken omdat deze kunnen compenseren voor risicofactoren.   

Het is belangrijk om erop te letten of kinderen zich op hun gemak voelen bij de personen aan wie zij gehecht zijn. Voelt het kind zich veilig bij de ouder of verzorger? Laat het kind zich troosten of helpen? Luistert het doorgaans naar deze volwassene? Hebben ze samen plezier?

Voor het inschatten van hechtingsproblemen kan het helpen om te weten wat risicofactoren en beschermende factoren zijn.

Risicofactoren

De ontwikkeling van hechting tussen ouder en kind kan bemoeilijkt worden door verschillende risicofactoren:

  • Kenmerken en gedrag van de ouder zoals onveilige hechting van de ouder zelf, psychische problemen of een lichte verstandelijke beperking bij de ouder.
  • Kenmerken van de gezins- en leefomstandigheden zoals een opstapeling van sociaal-economische risico’s zoals armoede, slechte huisvesting en werkloosheid, mishandeling of verwaarlozing, veel wisselende opvoeders en adoptie na de eerste verjaardag.

Beschermende factoren

Beschermende factoren bij de ouders en in het gezin kunnen risicofactoren bij het kind vaak compenseren. Denk bijvoorbeeld aan een hoge mate van sensitiviteit van de ouders.

Een andere beschermende factor is het vermogen van ouders om te mentaliseren en reflecteren. Daardoor kunnen zij zich verplaatsen in het kind en weten ze dat het kind iets anders kan vinden en voelen dan zij zelf. Ook de aanwezigheid van veel sociale steun in het gezin is een beschermende factor.

Deze factoren kunnen compenseren voor risicofactoren als vroeggeboorte of een moeilijk temperament. Maar risicofactoren bij de ouders of verzorgers, zoals een lage sensitiviteit, kunnen niet gecompenseerd worden door gunstige factoren bij het kind, zoals een makkelijk temperament.

Screening van problematische gehechtheid

Bij een vermoeden van hechtingsproblemen kun je als professional een korte screening uitvoeren. Doe dit altijd samen met een gedragswetenschapper. In de werkkaarten van de Richtlijn Problematische gehechtheid staat hoe je samen met ouders en kind een screeningsgesprek kunt voeren en welke vragenlijsten je hiervoor kunt gebruiken.

Blijkt na de korte screening dat er aanwijzingen zijn voor hechtingsproblemen? Dan moet er uitgebreider onderzoek gedaan worden door een specialist zoals een gz-psycholoog, kinder- en jeugdpsycholoog NIP of een orthopedagoog generalist.

De inhoud van deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met Landelijk Kenniscentrum LVB en Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Lees ook

Alle pagina’s over hechting en hechtingsproblemen

Naar het overzicht

Paula Speetjens

Paula Speetjens

senior medewerker inhoud