Tips om aan de slag te gaan met ervaringskennis

Hoe zorg je er als professional, organisatie of gemeente voor dat je ervaringskennis op zo’n manier ophaalt dat kinderen, jongeren en ouders gelijkwaardige gesprekspartners zijn? En hoe gebruik je deze kennis? 

De voorbereiding: waar kun je op letten?  

Je hebt de eerste stap gezet: je denkt eraan om gebruik te maken van ervaringskennis. Let hierbij op een paar dingen:

  • Bespreek met collega’s hoe jullie ervoor zorgen dat je daadwerkelijk leert van de ervaringen van kinderen, jongeren en ouders. En waar dit uit moet blijken.
  • Denk na over hoe ervaringskennis bij gaat dragen aan het maken of verbeteren van beleid. Besteed hier bijvoorbeeld in je beleidscyclus aandacht aan.
  • Vaak motiveer je kinderen, jongeren en ouders om hun ervaringen te delen als het hen iets oplevert. Denk daarom van tevoren goed na wanneer het voor hen interessant wordt om ervaringen te delen.

Gelijkwaardigheid: dat is essentieel  

Naast bovengenoemde punten is gelijkwaardigheid een essentieel element. Besef dat het kind, de jongere of ouder meer is dan de specifieke ervaring die hij heeft opgedaan. Benader de ervaringsdeskundige als volwaardig mens. Goed contact krijg je op basis van gelijkwaardigheid. Hier kun je op letten:

  • Zorg dat de ervaringsdeskundige voldoende gelegenheid heeft om zijn verhaal te doen. Check van tevoren wat daarbij voor hem of haar prettig of belangrijk is.
  • Als enige ervaringsdeskundige jongere of ouder aan tafel zitten naast meerdere professionals en experts is niet voor elke jongere of ouder even prettig. 
  • Vraag ook professionals en experts naar hun persoonlijke ervaringen. Je zit allemaal als gelijken aan tafel en ieder mens heeft ervaringen. Zo voorkom je ‘wij-zij’ denken.
  • Zorg dat bij aanvang van het gesprek of de bijeenkomst iedereen voldoende informatie heeft. Een check of het voor een ervaringsdeskundige op voorhand duidelijk is wat er van hem wordt verwacht en of hij nog vragen heeft, helpt om diegene in zijn kracht te zetten.
  • Wees je bewust van vooroordelen en stigma’s. Sommige ervaringsdeskundigen, bijvoorbeeld met ervaring in de jeugdhulp, krijgen te maken met stigma’s. Dit kan leiden tot onbedoeld vervelende of kwetsende opmerkingen. En ook tot onderwaardering van de ervaringsdeskundigen. Een vervelende ervaring voor een ervaringsdeskundige die je moet proberen te voorkomen.

Het zorgt soms voor vervelende opmerkingen. Ik word dan erg onderschat in wat ik waard ben en wat ik kan. Bijna alsof het betekent dat als je in de jeugdhulp hebt gezeten dat je dan ook dom bent, en dat heeft dus niks met elkaar te maken.  

Bronnen
  • M. Cadat-Lampe, A. Lucassen, S. Nourozi, & K. Sok (2018). Ervaringskennis in beleid. Utrecht: Movisie. 
  • van Deth, K. Sok, A. Lucassen, & R. Goossens (2012). Jongerenparticipatie, gewoon doen! Amsterdam: Stichting zwerfjongeren Nederland. 
  • Redeker, M., & de Meijer (2020). Kennisdossier Ervaringskennisdeskundigheid. Utrecht: Vilans. 
  • Rietveld, T. (2019). Handboek Jeugdparticipatie. Amsterdam: Kindercorrespondent. 
  • Stichting Alexander, Expex & Nederlands Jeugdinstituut (2021). Gelijkwaardig, eigen en wijs. Jongeren aan het woord over inzet ervaringsdeskundigheid in de jeugdhulp

Lees ook

Nikki Udo

Nikki Udo, MSc

projectmedewerker