Interventies voor kinderen en opvoeders in een migratiecontext

Opvoeders met een migratieachtergrond ervaren meer onzekerheid en problemen rondom de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen dan andere opvoeders. In hoeverre kan het bestaande aanbod van interventies aangepast worden om daar beter op in te spelen?

Het belang van diversiteitgevoeligheid

Bij de onzekerheid van opvoeders met een migratieachtergrond gaat het deels om kwesties die bij alle ouders wel eens spelen, zoals het aanpakken van ongehoorzaamheid of communicatieproblemen. Maar het gaat ook om specifieke onderwerpen zoals de ontwikkeling van een meervoudige identiteit of omgang met discriminatie. Lees ook Opvoeden in een migratiecontext.

Ook kinderen met een migratieachtergrond ervaren bij hun ontwikkeling meer uitdagingen dan gemiddeld. Lees ook Opgroeien in een migratiecontext. Er is dus een breed geschakeerd en toegankelijk aanbod van interventies nodig om ouders en kinderen te ondersteunen bij hun opvoeding en ontwikkeling.

Om na te gaan in hoeverre het bestaande aanbod daar al aan voldoet en hoe interventies geschikt te maken zijn voor nieuwe doelgroepen, worden hieronder drie vragen beantwoord:

  • Zijn generieke interventies, gericht op vragen en problemen die veel gezinnen en jongeren gemeenschappelijk hebben, voldoende toegesneden op ouders en jongeren met een migratieachtergrond?
  • Speelt het reguliere aanbod aan opvoedondersteuning en ontwikkelingsstimulering voldoende in op hun specifieke steunvragen en behoeften?
  • Wat werkt het beste bij het bereiken en bedienen van ouders en jeugdigen met een migratieachtergrond?

Generieke interventies

Overzichtsstudies laten zien dat generieke jeugdinterventies goed kunnen werken bij verschillende doelgroepen, ook groepen met een lage sociaal-economische status, een laag opleidingsniveau of een migratieachtergrond. Al is de werking naar verhouding weinig onderzocht bij dit soort subgroepen.

Bij ouders met een migratieachtergrond laten thuisinterventies en groepsinterventies de grootste effecten zien. Aanpassingen kunnen het bereik en de effectiviteit helpen verhogen. Bijvoorbeeld aanpassingen in de manier waarop de interventie wordt aangeboden, in gekozen voorbeelden of in taalgebruik. Dit blijkt bijvoorbeeld uit kwalitatief onderzoek naar het opvoedprogramma Triple P dat in Nederland breed gebruikt wordt.

Juist door het beperkte onderzoek naar de werkzaamheid voor alle groepen, moet er bij algemene interventies altijd kritisch worden bekeken of zij geschikt zijn voor gezinnen en jongeren met een migratieachtergrond. Sluiten zij aan bij hun leefwereld, overtuigingen en verwachtingen, waarden en normen en hulpzoekgedrag? Om interventies te beoordelen, zijn in de Meetladder Diversiteit Interventies belangrijke aandachtspunten samengebracht. Drie van deze aandachtspunten hebben betrekking op de interventie zelf:

  • Geldt de analyse van de problematiek waarop de interventie gebaseerd is ook voor gezinnen of kinderen met een migratieachtergrond?
  • Sluiten de doelen van de interventie en de verwoording ervan aan bij hun leefwereld?
  • Sluit de gekozen aanpak, de methodiek, daarbij aan?

Andere aandachtspunten liggen in de voorwaardelijke sfeer:

  • Is er aandacht voor de diversiteitscompetenties van professionals?
  • Zijn de voertaal en het taalgebruik waar nodig aangepast?
  • Zijn er strategieën bedacht om het bereik van en de binding aan de interventie te bevorderen?
  • Zijn de doelgroepen betrokken bij het ontwikkelen en bewerken van de interventie?
  • Is er in het (effectiviteits)onderzoek naar de interventie aandacht voor diversiteit?

Zie voor een uitwerking van deze vragen de Meetladder diversiteit interventies en de hierop geïnspireerde tool Meetladder diversiteit.

Het overzicht van jeugdinterventies in de databank Effectieve Jeugdinterventies maakt zichtbaar dat er nog veel werk aan de winkel is. Bij slechts ongeveer een achtste deel van de interventies uit dit overzicht is aangegeven dat er in enige mate rekening wordt gehouden met diversiteit naar migratieachtergrond of op welke manier dat gebeurt. De meeste van deze interventies, veelal gericht op voor- en vroegschoolse educatie, zijn overigens niet specifiek bedoeld voor migrantengroepen. Zij zijn in bredere zin gericht op groepen met extra risico's vanwege een lage sociaal-economische status of kansarmoede.

Specifieke interventies

Reguliere interventies hebben doorgaans een instrumenteel karakter, ze zijn erop gericht dat ouders of jeugdigen bepaalde competenties ontwikkelen. Ze komen nauwelijks tegemoet aan de specifieke vragen van opvoeders en jongeren uit migrantengemeenschappen. Veel van deze vragen gaan over identiteits- en waardeontwikkeling in een samenleving waarin bepaalde waarden domineren.

Specifieke interventies kunnen helpen deze lacune op te vullen. Daarnaast zijn zij bij uitstek geschikt om groepen te bereiken die op grote afstand staan van regulier aanbod. Deze interventies zijn vaak community-based, gericht op bepaalde subgroepen van ouders of jongeren met een migratieachtergrond.

De databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut telde in maart 2021 vijf specifieke interventies. Vier zijn er gericht op jongeren, twee daarvan gaan over seksuele gezondheid, één over preventie van radicalisering en één over opvang voor meisjes bij (de dreiging van) geweld. Voor het steunen van opvoeders bij het begeleiden van de (identiteits)ontwikkeling van hun kinderen in een migratiecontext is er in de databank slechts één specifieke interventie te vinden. 

Andere op opvoeding gerichte specifieke interventies, die niet in de databank staan, en deels wel systematisch beschreven en onderbouwd zijn, zijn door het Kennisplatform Integratie & Samenleving in een overzicht samengebracht in Welke opvoedprogramma's bestaan er specifiek voor ouders met een migratieachtergrond?.

Wat werkt om doelgroepen beter te bereiken en bedienen?

Reguliere groepsinterventies slaan goed aan bij ouders met een migratieachtergrond. Ook interventies die specifiek op hun behoeften zijn toegesneden, zijn vaak groepsgericht. Op basis van de literatuur onderscheiden we zes specifieke werkzame elementen waarover veel consensus bestaat:

  • een outreachende laagdrempelige aanpak
  • aansluiting bij de leefwereld van ouders en jongeren
  • onderling van en met elkaar te leren
  • flexibiliteit in de aanpak
  • gebruik van toegankelijke werkvormen
  • verbinding met andere voorzieningen voor ondersteuning en hulpverlening

Voorop staat een outreachende laagdrempelige aanpak. Om daarvoor te zorgen is er aandacht nodig voor zaken als werving, locatie, en communicatie. Drempels voor deelname zijn bijvoorbeeld te verlagen door voor de werving samen te werken met vertrouwde sleutelfiguren in de wijk of door te werven bij een buurthuis, moskee of school. De bijeenkomsten vinden bij voorkeur plaats op een toegankelijke plek met een vertrouwde en informele sfeer.

Andere aandachtspunten hangen samen met de uitvoering van de bijeenkomsten:

  • bij voorkeur in homogene groepen naar sekse of etnische achtergrond
  • zo mogelijk in de taal van de doelgroep
  • gebruik van termen, aanspreekvormen en spreekwoorden die bekend zijn bij de doelgroep
  • inzet van gespreksleiders of rolmodellen met een migratieachtergrond

Door tijdens de bijeenkomsten ook aandacht te hebben voor vragen en problemen die niet op de agenda staan en door extra praktische hulp te bieden, kunnen de gespreksleiders vertrouwen opbouwen.

Even belangrijk is het om aan te sluiten bij de leefwereld van ouders en jongeren. Bijvoorbeeld door thema's te agenderen die hen sterk bezighouden. En door in het (groeps)gesprek zo veel mogelijk eenrichtingsverkeer en een wijzende vinger te vermijden vanwege het gebrek aan ervaren 'voice' en het wantrouwen dat er jegens hulpverleners kan bestaan.

Daarnaast is het voor aansluiting bij de ander belangrijk om wederkerigheid na te streven en ruimte te bieden voor de ideeën en beleving van ouders en jongeren. Zo nodig moet daarbij ook ruimte zijn voor (negatieve) emoties over de Nederlandse omgeving of voorzieningen.

Bij groepsinterventies werkt het verder goed om ouders of jongeren de mogelijkheid te bieden om onderling van en met elkaar te leren door ervaringen en inzichten uit te wisselen en gezamenlijk te reflecteren op bepaalde kwesties. Het besef er niet alleen voor te staan, kan ouders of jongeren sterk motiveren om aan zulke sessies deel te nemen. Gesprekken over bijvoorbeeld schurende normen en waarden of omgaan met krenkende ervaringen of taboethema's zijn in zo'n groepsbijeenkomst goed te voeren. Voorwaarde is dat de begeleiders ruimte bieden voor exploratie, kunnen omgaan met spanningen in een groep, de rode draad in gespreksthema's weten te destilleren en uiteraard ook sensitief zijn voor diversiteit.  

Voor het succes van interventies is flexibiliteit in de aanpak cruciaal. Bijvoorbeeld flexibel omgaan met de aanwezigheidsplicht of toestaan dat deelnemers iemand meenemen naar een sessie. Het kan ook nodig zijn om in het protocol ruimte te geven aan differentiatie, bijvoorbeeld door iets meer tijd te nemen en extra uitleg te bieden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de ervaringen met de uitvoering van Triple P bij ouders met een migratieachtergrond.

De inzet van toegankelijke werkvormen kan helpen om ouders en jongeren te betrekken en hun perspectief voor het voetlicht te brengen. Voorbeelden daarvan zijn het werken met aansprekende voorbeelden, discussievormen en opdrachten, en het inzetten van drama of storytelling. Ook oefenopdrachten en rollenspel kunnen effectief zijn om deelnemers actief te laten meedoen. Voor deelnemers die niet of in beperkte mate de gevoerde taal beheersen, kunnen spelvormen en filmfragmenten krachtige middelen zijn om uitwisseling te stimuleren.

Ten slotte is het nodig om te investeren in de verbinding met andere voorzieningen voor ondersteuning en hulpverlening. Wanneer het vertrouwen eenmaal ontstaan is, komen ouders en jongeren vaak ook voor andere, soms zwaardere problematiek om steun vragen. Juist omdat de afstand naar reguliere voorzieningen voor hen vaak zo groot is, kan de professional een belangrijke rol vervullen als intermediair. Bijvoorbeeld door andere relevante professionals bij sessies uit te nodigen, zodat de drempel naar hen wat verlaagd wordt, of door voor een warme overdracht te zorgen. 

Bronnen

Bastiaanssen, I., Hamberg, H., & Ince, D. (2020). Interventies rond opvoeden en opgroeien: meer lacunes dan overvloed. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. 

Heirman, S., & Van Tiel, C. (z.j.). Meetladder diversiteit. Reflectietool voor divers-sensitieve projecten en acties. Brussel: Agentschap Integratie en Inburgering en Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg.

Nederlands Jeugdinstituut: Databank Effectieve Jeugdinterventies 

Pels, T. (2019). Welke opvoedprogramma's bestaan er specifiek voor ouders met een migratieachtergrond? Utrecht: Kennisplatform Integratie & Samenleving.

Pels, T., Distelbrink, M., & Tan, S. (2009). Meetladder diversiteit interventies. Verwey-Jonker instituut.

Coach je kind Coach je kind, theoretische onderbouwing - Verwey-Jonker Instituut

Distelbrink, M., Ekkelboom, L. L., Mehraz, A., Mesic, A., & Pels, T. (2021). Opvoeddebatten met vaders met een migratieachtergrond: Een methodiekbeschrijving en -onderbouwing van de basisdebatten. Verwey-Jonker Instituut/Trias Pedagogica. 

Verwey-Jonker-Instutuut (2018) Aan het werk met Triple P.  Handreiking voor de praktijk met tips uit onderzoek.

Alle pagina's over culturele diversiteit

Naar het overzicht

Fatima Zohra Charki

senior medewerker inhoud