Cijfers over schoolverzuim

Aantal kinderen en jongeren die school verzuimen

Grafiek Absoluut verzuim per schooljaar

Absoluut verzuim per schooljaar 

  2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020
Aantal kinderen 6.714 5.956 5.101  4.565 4.515 4.958 5.570

Het aantal meldingen van leerplichtige kinderen en jongeren die in 2019/2020 niet bij een school stonden ingeschreven (absoluut verzuim) is na een jarenlange daling voor het tweede jaar op rij gestegen. In 2013/2014 stonden 6.714 kinderen en jongeren niet op een school ingeschreven. In 2017/2018 is dit aantal gedaald naar 4.515 en in 2019/2020 met 1.000 kinderen en jongeren gestegen naar 5.570.

Hiertegenover staat dat het aantal kinderen die niet ingeschreven stonden op school en weer teruggeleid zijn naar school sinds 2017/2018 stijgt. In 2019/2020 zijn 2.696 leerlingen weer teruggeleid naar school (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, 2021).

Aantal langdurig thuiszitters

Grafiek Aantal langdurig thuiszitters
  2009-2010 2010-2011 2011-2012 2012-2013 2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020
Aantal langdurig thuiszitters 5.182 5.436 4.143 3.789 3.254 3.892 4.194 4.214 4.479 4.790 4.921

In het schooljaar 2019/2020 waren er 4.921 langdurig thuiszitters. Opnieuw is er een stijging van het aantal leerlingen die langer dan drie maanden ongeoorloofd niet naar school zijn geweest: ruim 300 meer dan een jaar eerder. Een jaar eerder ging het om 4.790 leerlingen. Het aantal langdurig thuiszitters blijft stijgen.

Van de 4.921 thuiszitters gaat het bij 2.451 meldingen om absoluut verzuim. Het gaat daarbij om leerlingen die niet op een school staan ingeschreven. In de overige gevallen gaat het om relatief verzuim van meer dan drie maanden. Het langdurig absoluut verzuim is sinds 2013/2014 gestegen van 1.411 naar 2.451 in 2019/2020 (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, 2021).

Relatief verzuim per schooljaar

In 2019/2020 waren er 49.157 jongeren die meer dan zestien uur spijbelden in vier weken. Dat was fors minder dan een jaar eerder. Toen ging het om 63.372 leerlingen. Daar kunnen echter geen conclusies aan verbonden worden, omdat leerlingen in 2019/2020 vanwege de coronamaatregelen afstandsonderwijs kregen. Scholen waren in die periode niet verplicht om verzuimmeldingen door te geven aan de gemeenten.

De laatste jaren daalt het aantal spijbelaars gestaag. Uit de cijfers blijkt dat het totaal relatief verzuim tot 2012/2013 toenam, maar sindsdien is gedaald. Het aandeel van luxeverzuim blijft echter met circa 9 procent vrij constant.

Relatief verzuim per schooljaar

Schooljaar Totaal relatief verzuim Waarvan luxeverzuim Percentage luxeverzuim
2010-2011 79.658 6.415 8%
2011-2012 84.750 7.180 9%
2012-2013 88.655 8.200 9%
2013-2014 79.776 7.593 9,5%
2014-2015 72.732 6.429 8,8%
2015-2016 68.262 6.224 9,1%
2016-2017 66.725 6.593 9,8%
2017-2018 63.443 5.646 8,9%
2018-2019 63.732 6.113 9,6%
2019-2020 49.157 4.260 8,7%

Percentage leerlingen die naar eigen zeggen heeft gespijbeld

In 2017 zeiden 13 procent van de jongeren van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs dat zij de laatste maand minimaal één lesuur hebben gespijbeld. Dat is ongeveer 1 op de 8 leerlingen.

Grafiek Percentage leerlingen die naar eigen zeggen hebben gespijbeld
  12 jaar 13 jaar 14 jaar 15 jaar 16 jaar
Aantal kinderen 2,1 5,4 10,1 14,6 15,8

Jongens spijbelen in 2017 iets meer dan meisjes (verschil is echter niet significant): over de hele leeftijdsgroep gerekend heeft 14 procent van de jongens de laatste maand ten minste 1 uur gespijbeld, tegen ruim 12 procent van de meisjes. Oudere leerlingen spijbelen veel vaker dan jongere: bij 12-jarigen gaat het om ruim 4 procent en bij 16-jarigen om 23 procent. Verder blijken vwo-leerlingen minder vaak te spijbelen dan havo-leerlingen en vmbo-leerlingen. Daarnaast spijbelen leerlingen uit onvolledige gezinnen vaker dan leerlingen uit intacte gezinnen. Tot slot blijken leerlingen uit gezinnen met een hoge welvaart meer te spijbelen dan leerlingen uit gezinnen met een lage of gemiddelde welvaart.

Ten opzichte van 2013 is er sprake van een stijging van het percentage leerlingen in het voortgezet onderwijs dat spijbelt. Toen ging het om ruim 9 procent van de leerlingen. In 2017 gaat het om 13 procent. Deze stijging komt door een stijging van het aantal meisjes dat spijbelt (van 3 procent).

Deze gegevens zijn afkomstig uit het HBSC-onderzoek onder scholieren, een onderzoek waarbij leerlingen zelf worden bevraagd over allerlei zaken die met hun gezondheid en welzijn te maken hebben. Het grootschalig onderzoek wordt om de vier jaar uitgevoerd (Stevens e.a., 2018).

Definitie

Er is sprake van schoolverzuim wanneer een leerling niet op school aanwezig is op momenten dat hij aanwezig moet zijn. Verzuim is geoorloofd wanneer de school toestemming heeft gegeven, of er een geldige reden voor is, zoals ziekte. Is dat niet het geval dan noemt men dat spijbelen. Wettelijk gezien is spijbelen in de leerplichtige leeftijd een overtreding van de Leerplichtwet. Regelmatig spijbelen kan een voorbode van voortijdig schoolverlaten zijn.

Melden van schooluitval

Kortdurend verzuim moeten scholen zelf aanpakken. Wanneer een leerling gedurende een periode van vier weken meer dan 16 uur zonder geldige reden afwezig is, moet de school dat melden bij het digitaal verzuimloket (DUO). Vervolgens meldt DUO de spijbelende leerling bij de afdeling Leerplicht van de woonplaats van de leerling. De Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe dat scholen de Leerplichtwet naleven. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het naleven van deze wet door ouders en leerlingen. Scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs zijn sinds augustus 2009 verplicht om ongeoorloofd verzuim te melden bij het digitale Verzuimloket. Dat geldt eveneens voor cursisten van 18 tot 23 jaar. Bij deze groep spreken we eveneens van ongeoorloofd verzuim, wanneer zij 16 uur of meer per vier weken afwezig zijn zonder toestemming Deze meldingen zet DUO door naar de RMC-functie van de gemeente, wanneer de cursist tussen de 18 en 23 jaar is. Verzuim boven de 23 jaar wordt niet geregistreerd.

Soorten verzuim

De Leerplichtwet onderscheidt absoluut en relatief verzuim. Daarnaast is vrijstelling van onderwijs mogelijk. Bij absoluut verzuim is een leerplichtig kind niet ingeschreven op een school. Hierop zijn de ouders aan te spreken. Relatief verzuim houdt in dat een leerling wel staat ingeschreven op een school, maar niet aanwezig is tijdens les- of praktijktijd. Bij relatief verzuim wordt ook onderscheid gemaakt tussen luxe verzuim en signaalverzuim. Luxe verzuim houdt in dat een leerling tijdens de schoolperiode zonder toestemming met vakantie gaat. Signaalverzuim is een gevolg van problemen van de leerling of in diens leefomgeving.

Als een leerling langer dan vier weken niet ingeschreven staat op een school (absoluut verzuim) of niet naar school gaat zonder geldige reden (relatief verzuim), wordt gesproken van een thuiszitter.

Leerplicht en kwalificatieplicht

De leerplicht geldt voor kinderen van 5 tot 16 jaar. Een kind is leerplichtig vanaf de eerste dag van de maand nadat het 5 jaar is geworden tot het einde van het schooljaar waarin het 16 jaar is geworden Vrijgesteld van de Leerplichtwet zijn drie categorieën leerlingen. Voor hen mag de leerplichtambtenaar besluiten tot vrijstelling van onderwijs:

  • Kinderen die op grond van lichamelijke en/of psychische kenmerken niet in staat zijn om onderwijs te volgen. Bijvoorbeeld een kind met ernstige geestelijke beperkingen dat in een residentiële instelling verblijft.
  • Degenen die overwegende bedenkingen hebben tegen de richting van het onderwijs dat binnen redelijke afstand van de woning ligt.
  • Jongeren die onderwijs in het buitenland volgen.

Direct aansluitend op het einde van de leerplicht met 16 jaar begint de kwalificatieplicht. Die eindigt als een leerling een startkwalificatie (vwo, havo of mbo niveau 2) heeft gehaald of 18 jaar is geworden. Een leerling die kwalificatieplichtig is, mag nog geen volledige baan accepteren, maar een combinatie van leren en werken is wel toegestaan. De kwalificatieplicht geldt niet voor jongeren die in het bezit zijn van een getuigschrift of een schooldiploma praktijkonderwijs en voor jongeren die een school voor speciaal onderwijs (een REC) hebben bezocht. Deze leerlingen tellen dan ook niet mee in de cijfers over voortijdig schoolverlaten.

Schooluitval

Er is sprake van schooluitval wanneer een leerling zijn opleiding zonder diploma verlaat en evenmin doorstroomt naar een andere onderwijssoort. Een deel van de leerlingen dat uitvalt, begint na verloop van tijd opnieuw aan een opleiding, bijvoorbeeld in het VAVO (voortgezet algemeen onderwijs voor volwassenen). Degenen die niet terug naar school gaan, worden voortijdig schoolverlaters genoemd.

Meer informatie

Voortijdig schoolverlaten en verzuim

  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2021). Brief van de minister aan de Tweede Kamer over schoolverzuim en vrijstellingen funderend onderwijs, 24 februari 2021.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2021). Rapportage leerplichtwet schooljaar 2019/2020. Bijlage bij brief aan de Tweede Kamer.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2020). Brief van de minister aan de Tweede Kamer 30 januari 2020 betreffende 'Thuiszitters in het funderend onderwijs'. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2019). Brief van de minister aan de Tweede Kamer 15 februari 2019 betreffende 'stand van zaken thuiszitters'. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer van 19 februari 2018 betreffende cijfers schoolverzuim. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2016). Brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer van 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Stevens, G., Boer, M., Duinhof, E., ter Bogt, T., van den Eijnden, R., Kuyper, L., Visser, D., Vollebergh, W. & de Looze, M. (2018). HBSC 2017 Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Meer informatie over gebruikte onderzoeken:

Lees ook

Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud