Cijfers over voortijdig schoolverlaten

Aantal voortijdig schoolverlaters

Grafiek Percentage voortijdig schoolverlaters per schooljaar
Gegevens in een tabel

Percentage voortijdig schoolverlaters per schooljaar 

Schooljaar Percentage
2010- 2011 2,97
2011- 2012 2,76
2012- 2013 2,09
2013- 2014 1,94
2014- 2015 1,81
2015- 2016 1,70
2016- 2017 1,75
2017- 2018 1,74
2018- 2019 2,00
2019-2020 1,72
2020-2021 1,87

In het schooljaar 2020-2021 waren er 24.385 nieuwe voortijdig schoolverlaters, 1,87 procent van alle leerlingen (tot 23 jaar). Ten opzichte van 2019-2020 is er na een daling in 2018-2019 weer sprake van een stijging van het aantal leerlingen dat zonder startkwalificatie van school gaat. In 2019-2020 ging het om 22.766 nieuwe schoolverlaters; 1,72 procent van alle leerlingen. Deze stijging geldt voor zowel leerlingen in het voortgezet onderwijs als voor leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs. Sinds 2010 is het percentage voortijdig schoolverlaters gedaald met ruim 1 procent van alle leerlingen. In 2010 verliet 2,97 procent van alle leerlingen zonder startkwalificatie het onderwijs. Tien jaar later is dit gedaald naar 1,72 procent van de leerlingen (Ministerie van OCW, 2022a).

Voortijdig schoolverlaten naar herkomst

De laatste tien jaar is het aantal jongeren dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat gedaald. Daardoor is ook het totaal aantal jongeren tot 23 jaar zonder startkwalificatie afgenomen. De daling is het sterkst onder jongeren met een 'niet-westerse' migratieachtergrond. Het verschil met jongeren van Nederlandse origine neemt langzaam af.

In de afgelopen tien jaar is het percentage jongeren met een 'niet-westerse' migratieachtergrond dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat, gedaald van ruim 5 procent in 2010/2011 naar 3 procent in 2019/2020. Onder jongeren van Nederlandse origine ging het om een daling van 5,3 procent in 2010/2011 naar 2 procent in 2019/2020  (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021).

Jongeren zonder startkwalificatie

De grootste daling in het totaal aantal jongeren zonder startkwalificatie is te zien onder jonge mannen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond. Bij deze groep nam het aandeel zonder startkwalificatie af van 23,6 procent in 2009 naar 16,1 procent in 2019. Bij de mannen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond ging het om een daling van 18,9 procent naar 11,7 procent.

Veel jonge vrouwen met startkwalificatie

Ook onder jonge vrouwen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond was een grote daling te zien, van ruim 12 procent in 2009 naar 5,2 procent in 2019. Van de vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond heeft 7,7 procent geen startkwalificatie. Het verschil tussen jonge vrouwen uit de vier grootste herkomstgroepen en jonge vrouwen van Nederlandse origine neemt af. Ongeveer 5 procent van de vrouwen met een Nederlandse achtergrond heeft geen startkwalificatie (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

Percentage voortijdig schoolverlaters per onderwijssoort

Grafiek Percentage voortijdig schoolverlaters per onderwijssoort
Gegevens in een tabel

Percentage voortijdig schoolverlaters per onderwijssoort 

Schooljaar Voortgezet onderwijs Middelbaar beroepsonderwijs
2010-2011 1,1 7,3
2011-2012 0,9 6,9
2012-2013 0,6 5,7
2013-2014 0,5 5,2
2014-2015 0,5 5,0
2015-2016 0,4 4,6
2016-2017 0,5 4,6
2017-2018 0,5 5,1
2018-2019 0,5 5,4
2019-2020 0,4 4,6
2020-2021 0,4 4,9

In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zijn er meer voortijdig schoolverlaters (4,94 procent in 2020-21) dan in het voortgezet onderwijs (vmbo, havo, vwo) (0,42 procent). In het voortgezet onderwijs is er in 2020-2021 ten opzichte van 2019-2020 sprake van een lichte stijging (0,40 procent naar 0,42 procent) van het aantal voortijdig schoolverlaters. In het middelbaar beroepsonderwijs is ook een stijging te zien (van 4,60 procent naar 4,94 procent). Het percentage voortijdig schoolverlaters is, ondanks de stijging van de laatste paar jaar, de afgelopen tien jaar in alle typen onderwijs aanzienlijk gedaald (Ministerie van OCW, 2022b).

Definitie

Voortijdig schoolverlaters zijn jongeren tot 23 jaar die het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie: een diploma op havo-, vwo- of mbo-niveau 2. Dat betekent dat een jongere na het vmbo nog minimaal twee jaar een beroepsopleiding moet volgen en afronden. Leerlingen die na het behalen van een vmbo-diploma geen onderwijs meer volgen en geen werk hebben, zijn daarom als voortijdig schoolverlater gedefinieerd. Dat geldt ook voor jongeren die met een diploma op mbo-niveau 1 het onderwijs verlaten en geen werk vinden. Ook leerlingen tot 23 jaar die langer dan een maand zonder reden van school wegblijven, vallen onder de voortijdig schoolverlaters.

Meer informatie

Voortijdig schoolverlaten en verzuim

Regionale cijfers voor gemeenten en samenwerkingsverbanden onderwijs zijn te vinden in de monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp: voortijdig schoolverlaten en verzuim.

Bronnen
  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2021). Voortijdig schoolverlaten naar herkomst.
  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2020). Jaarrapport Integratie.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2022a). Brief van de minister aan de Tweede Kamer van 14 maart 2022 over cijfers voortijdig schoolverlaten 2020-2021.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2022b). Onderwijs in cijfers.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2020). Brief van de minister aan de Tweede Kamer van 4 maart 2020 betreffende aanpak voortijdig schoolverlaten.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2019). Brief van de minister aan de Tweede Kamer van 22 februari 2019 betreffende blijvende aandacht voor voortijdig schoolverlaten.
  • Ministerie van Onderwijs (2017). Nieuwsbericht voortijdig schoolverlaten.
  • Ministerie van OCW (2016). Nieuwe schoolverlaters. Bijlage bij VSV-brief februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van OCW (2015). Nieuwe voortijdig schoolverlaters. Convenantjaar2013-2014. Voorlopige cijfers. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van OCW (2014). Nieuwe voortijdig schoolverlaters. Bijlage bij VSV-brief 2014. Convenantjaar 2012-2013. Voorlopige cijfers. Den Haag: ministerie van OCW.
Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud