• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Middelenmisbruik en verslaving

Definitie

Van 'middelenmisbruik' wordt gesproken wanneer een jongere veelvuldig en langdurig alcohol of drugs gebruikt ondanks de problemen die dat veroorzaakt. Dit kunnen problemen zijn met het nakomen van zijn verplichtingen op school, op het werk of thuis of herhaaldelijk in aanraking komen met justitie. 'Verslaving' of 'afhankelijkheid' gaat nog een stap verder; de jongere is dan ook lichamelijk of geestelijk afhankelijk van alcohol of drugs. Verslaafde jongeren gebruiken een middel langere tijd, hebben er steeds meer van nodig of krijgen onthoudingsverschijnselen als zij het niet op tijd nemen. Verslaving wordt meestal voorafgegaan door misbruik van alcohol of drugs. In beide gevallen, bij misbruik en verslaving, is er sprake van een middelenstoornis.

Van gebruik tot verslaving

Middelengebruik begint meestal met experimenteel gebruik van bijvoorbeeld alcohol, tabak of cannabis. Experimenteel gebruik kan overgaan in geregeld gebruik waarbij het wordt gebruikt om bijvoorbeeld met stress om te gaan. Wanneer de gewenste effecten bereikt worden, kan dit leiden tot herhaald gebruik. In deze fase kan probleemgedrag ontstaan: zoals spijbelen, liegen of teruglopende schoolresultaten. Dit wordt ook wel 'problematisch gebruik' genoemd. Wanneer ondanks de problemen die het veroorzaakt het gebruik aanhoudt, kan er sprake zijn van misbruik. Het middelengebruik is dan een centrale plaats gaan innemen in het leven van de jongere en veroorzaakt op verschillende terreinen (op school, thuis, werk) aanzienlijke problemen. Het laatste stadium is dat van verslaving dat in onderzoeksliteratuur vaak 'afhankelijkheid' wordt genoemd (Verhulst en Verheij 2000). Bij deze beschrijving beperken we ons tot de definitie en cijfers over de stoornissen in het gebruik van middelen.

Stoornissen in het gebruik van middelen

Het psychiatrisch handboek 'Diagnostic an Statistical Manual of Mental Disorders' (DSM IV) geeft criteria voor het diagnosticeren van een stoornis in het gebruik van middelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'middelenmisbruik' en 'middelenafhankelijkheid'. In beide gevallen leidt het gebruik van middelen tot duidelijke beperkingen of lijden in het dagelijks leven van de jongere. 

Middelenmisbruik

Volgens dit psychiatrisch handboek is van middelenmisbruik sprake wanneer minstens een van de volgende symptomen zich over een periode van minimaal twaalf maanden voordoet:

  • herhaald gebruik van een middel waardoor het niet meer lukt te voldoen aan verplichtingen op school, het werk of thuis (bijvoorbeeld absentie, schorsing of verwijdering van school);
  • herhaald gebruik van een middel in situaties waarin dat fysiek gevaarlijk is;
  • herhaald in aanraking komen met justitie in verband met een middel;
  • voortdurend gebruik van een middel ondanks aanhoudende of terugkerende problemen op sociaal of relationeel terrein die te maken hebben met het gebruiken van het middel.

Afhankelijkheid van middelen

Middelenafhankelijkheid, een zwaardere stoornis als middelenmisbruik, wordt volgens dit psychiatrisch handboek gediagnosticeerd als drie of meer van de volgende symptomen zich binnen twaalf maanden tegelijkertijd voordoen:

  • Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel.
  • Er treden onthoudingsverschijnselen op als men het middel niet gebruikt, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de onthoudingsverschijnselen het hoofd te bieden. -Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was.
  • Er is de drang om te stoppen met het middel. Verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen of de hoeveelheid te minderen.
  • Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen of het gebruiken van het middel.
  • Belangrijke sociale activiteiten, werk of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik.
  • Iemand gaat door met het gebruik, ook al kent men de nadelen daarvan voor het functioneren of de gezondheid.

Verslavende middelen

Verslavende middelen worden ingedeeld naar hun verslavende effecten:

  • Sedativa: alcohol, opiaten, barbituraten;
  • Stimulantia: cocaïne, nicotine, amfetaminen;
  • Hallucinogenen: LSD, XTC, paddo's, cannabis.

Voor meer informatie over deze middelen zie de website van Trimbos: http://www.trimbos.nl/onderwerpen/alcohol-en-drugs.

Bron

  • Verhulst, F.C, Verheij, F. (2000). Adolescentenpsychiatrie. Assen: Van Gorcum
Vragen?

Ria Schouten - de Vos is contactpersoon.

Foto Ria  Schouten - de Vos

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.