Mensenhandel - slachtoffers loverboys

Opvang en behandeling van slachtoffers van loverboys

Slachtoffers van loverboys en mensenhandel moeten de juiste hulp krijgen. Vaak zijn ze getraumatiseerd en hebben allereerst medische hulp en een veilige omgeving nodig. In de periode daarna worden slachtoffers stap-voor-stap weer voorbereid op het gewone leven. Hierbij kun je denken aan weer terug naar school of werk gaan, zinvolle vrijetijdsbesteding hebben en positieve vriendschappen aangaan. Een voorwaarde daarvoor is een gezonde uitgangspositie: onderliggende problemen en problemen die zijn voortgekomen uit het slachtofferschap, zijn opgelost dan wel hanteerbaar gemaakt. Een veelvoorkomend onderliggend probleem is traumatisering in de kindertijd. Dit vraagt om specifieke behandeling. Het aanbod voor deze slachtoffers is er ook op gericht te voorkomen dat meisjes opnieuw slachtoffer van een loverboy worden.

Gespecialiseerde opvang en hulp

Niet elke organisatie kan slachtoffers van loverboys opvangen. Zij hebben complexe problematiek, die vraagt om gespecialiseerde hulp. In Nederlands bieden dertien organisaties gespecialiseerde hulp aan slachtoffers. Het gaat voornamelijk om residentiële hulp: een combinatie van verblijf en behandeling. Momenteel zijn drie specifieke programma's voor deze doelgroep opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies. PINQ-crisis biedt opvang en crisisinterventie aan deze doelgroep. Asja is 7x24-uursprogramma in een open setting. PINQ-gesloten is een zorgprogramma in een gesloten setting.

Effectieve opvang- en behandeling

Wat de meest effectieve opvang- en behandelmethode is, is niet eenduidig te zeggen. Daar wordt wel onderzoek naar gedaan. In 2011 heeft de overheid de 'Rijksbrede aanpak loverboyproblematiek' geïntroduceerd, waarvan een verbetering van de zorg voor en bescherming van slachtoffers van loverboys een onderdeel is. De opvang- en behandelvarianten voor deze slachtoffers zijn vaak al doende ontstaan en er is nog weinig zicht op werkzaamheid. Voordat die werkzaamheid onderzocht kan worden, is het noodzakelijk de behandelmethoden expliciet te beschrijven en onderbouwen, en op basis daarvan verder te ontwikkelen. In 2015-2016 hebben zes opvang- en behandellocaties deelgenomen aan een project waarbinnen zij hun behandelaanbod hebben beschreven, onderbouwd en waar nodig doorontwikkeld. Meer informatie over het project en de deelnemende locaties is te vinden in de slotnotitie Behandelaanbod slachtoffers van loverboys en mensenhandel.

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft op verzoek van het ministerie van VWS en ZonMw een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden om de effectiviteit van de behandeling voor deze doelgroep te onderzoeken. Het resultaat staat in de Eindnotitie verkenning mogelijkheden effectonderzoek naar de behandeling van slachtoffers van loverboys en mensenhandel.

In 2019 zijn twee ZonMw-onderzoekprojecten begonnen naar de opvang en behandeling van slachtoffers van loverboys. Het ene onderzoek is gericht op een trajectbenadering in de behandeling en begeleiding van slachtoffers van loverboys. Het andere onderzoek draait om de effectiviteit van zorgprogramma's voor slachtoffers.

Kernelementen opvang en behandeling

Een belangrijke leidraad voor de hulp aan slachtoffers is het advies van de commissie-Azough. De commissie heeft kernelementen geformuleerd die cruciaal zijn voor de opvang en behandeling van slachtoffers van loverboys. Deze zijn gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. De kernelementen komen terug in:

Goede kwaliteit van gespecialiseerde hulp

Er zijn verschillende voorwaarden verbonden aan het bieden van hulp aan slachtoffers van mensenhandel. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd controleert of instellingen bevoegd zijn om loverboyslachtoffers hulp te bieden.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd onderzocht de kwaliteit van de gespecialiseerde hulp aan minderjarige slachtoffers van loverboys. Het blijkt dat de meeste instellingen goede hulp bieden aan slachtoffers. Tijdens de behandeling werken de professionals samen met de jongeren aan het versterken van het zelfbeeld en de weerbaarheid, het bevorderen van een gezonde seksuele ontwikkeling en aan traumaverwerking. Ook streven zij naar een goede samenwerking met de ouders en het vergroten van het sociale netwerk van de jongeren.

Bijna de helft van de instellingen zal de medewerkers verder moeten scholen in het werken met (vermoedelijke) slachtoffers van loverboys. Enkele instellingen zullen bij de uitvoering van de hulpverlening nadrukkelijker moeten aansluiten bij de problematiek van de (vermoedelijke) slachtoffers. Ook blijkt dat slachtoffers nog onvoldoende worden gesignaleerd en doorverwezen naar deze instellingen voor gespecialiseerde hulp. Zie ook de pagina Rol gemeenten.

Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van het toetsingskader Verantwoorde Hulp voor Jeugd. Bij de operationalisering sloot de inspectie nauw aan bij het (hierboven genoemde) Kwaliteitskader van de commissie Azough. Het onderzoek van de inspectie van maart 2018: De kwaliteit van de gespecialiseerde jeugdhulp aan slachtoffers van loverboys

Naar schatting lopen jaarlijks negentig slachtoffers van seksuele uitbuiting weg uit de instelling waar zij zijn geplaatst. Het voorkomen dat slachtoffers weglopen en dat zij bij vermissing zo snel mogelijk terug worden gevonden vraagt om aandacht bij opvang en behandeling van slachtoffers. Lees meer in Minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting die weglopen uit de instelling.

Vragen?

Josine Holdorp is contactpersoon.

Foto Josine  Holdorp

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies