• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Opvoedingsproblemen

Van opvoedingsproblemen is sprake als problemen tussen ouders en kinderen niet meer binnen het gezin zelf opgelost kunnen worden. Er zijn dan verdergaande interventies nodig, zoals een intensieve training voor de ouders, begeleiding in het gezin, bijzondere voorzieningen voor het kind of nog verdergaande ingrepen waarvoor de Raad voor de Kinderbescherming wordt ingeschakeld. De sector opvoedingsondersteuning hanteert een indeling van opvoedingsvragen. Deze loopt van alledaagse opvoedingsvragen via opvoedingsspanning naar opvoedingscrisis en opvoedingsnood. Vanaf een opvoedingscrisis is duidelijke sprake van een probleemsituatie.

Opvoeden is een grote verantwoordelijkheid. Ouders kunnen allerlei vragen en problemen hebben. Doorgaans kunnen deze binnen het gezin opgelost worden tijdens de dagelijkse opvoeding, of is informatie van buiten of een adviesgesprek voldoende. Als de moeilijkheden uitmonden in een crisis is meer hulp nodig. Soms erkent de ouder zelf zijn onmacht en gaat hulp zoeken. Maar het komt ook voor dat buitenstaanders constateren dat de opvoeding niet meer effectief is of dat de situatie bedreigend is voor een gezonde ontwikkeling van het kind. De indeling van opvoedingsondersteuning naar zwaarte van de problemen is als volgt:

  • Alledaagse opvoedingsvragen
    Alledaagse opvoedingsvragen gaan over enkelvoudige en praktische problemen met een bepaald aspect van de ontwikkeling of opvoeding van kinderen. Meestal zijn het herkenbare situaties die ouders zelf nog goed kunnen hanteren. Een ouder maakt zich bijvoorbeeld niet echt ongerust, maar heeft behoefte aan aanvullende informatie of aan de mening van een onafhankelijke buitenstaander, een 'second opinion'.
  • Opvoedingsspanning
    Bij opvoedingsspanning kunnen ouders minder goed omgaan met hun opvoedvragen of -problemen. Het gaat om opvoedingsmoeilijkheden die vaak al een tijdje bestaan en spanning en ongerustheid veroorzaken. Ouders ervaren hun eigen handelen in de opvoeding als minder effectief en gaan op zoek naar alternatieven. Ouders met opvoedingsspanning kunnen zich onzeker en schuldig voelen en hebben behoefte aan steun en advies over hoe ze een bepaalde situatie het beste kunnen aanpakken. 
  • Opvoedingscrisis
    Bij een opvoedingscrisis stapelen de spanningen zich op. In een opvoedingscrisis zijn ouders paniekerig en gestresst. Ze hebben het gevoel dat er echt iets moet gebeuren omdat het anders uit de hand loopt. In een crisis nemen ouders soms hun toevlucht tot noodgrepen, bijvoorbeeld slaan uit onmacht. Ouders voelen zich erg incompetent en beleven weinig plezier meer aan het ouderschap. 
  • Opvoedingsnood
    Van opvoedingsnood is sprake als er langere tijd complexe problemen in de opvoeding bestaan. Vaak gaat het niet alleen om opvoedingsproblemen, maar zijn er ook andere problemen die daarop inwerken. Ouders ervaren hun eigen situatie als uitzichtloos en komen er zonder hulp van buitenaf niet meer uit. Opvoeden is een bron van teleurstelling en frustratie geworden. In deze fase is meestal professionele hulp noodzakelijk om veranderingen te bewerkstelligen.

Bron

  • Blokland, G. (2010). 'Over opvoeden gesproken : methodiekboek pedagogisch adviseren'. Amsterdam: SWP Uitgeverij

Kerncijfers

Ruim een kwart (26,3 procent) van ouders van kinderen van 0 tot 18 jaar heeft zich in het jaar voorafgaand aan het onderzoek zorgen gemaakt over de opvoeding, het gedrag of de ontwikkeling van hun kinderen. Dit blijkt uit het onderzoek Jeugd en Opgroeien (OJO) waarbij ruim 25.000 ouders gevraagd zijn vragen te beantwoorden over mogelijke kind- en opvoedproblemen.

Om na te gaan hoeveel ouders opvoedingsproblemen ervaren is onderscheid gemaakt tussen opvoedingscompetentie en problemen in de ouder-kindinteractie. Bijna 17 procent van de ouders voelt zich incompetent als opvoeder en 12 procent is ontevreden over de relatie met hun kind (Bot, e.a., 2013). 

Laatst bewerkt: 7 oktober 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Bot, S., Roos, S. de, Sadiraj, K., Keuzenkamp, S. Broek, A. van den & Kleijnen, E. (2013). Terecht in de jeugdzorg. Voorspellers van kind- en opvoedingsproblematiek en jeugdzorggebruik. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Oorzaken van opvoedproblemen

De grootste oorzaak van opvoedingsproblemen is volgens artsen en verpleegkundigen in de jeugdgezondheidszorg het gedrag van de kinderen, gevolgd door beperkte opvoedingsvaardigheden van de ouders en emotionele problemen van het kind. Opvoedingsproblemen die ontstaan als gevolg van ontwikkelingsachterstanden of lichamelijke ziekten van het kind, komen naar verhouding weinig voor. Met name bij ouders met peuters worden opvoedingsproblemen veroorzaakt door gedragsproblemen van het kind. Beperkte opvoedingsvaardigheden van ouders komen vooral voor bij ouders met baby's en bij ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd. Deze laatste groep ouders heeft bovendien vaker opvoedingsproblemen als gevolg van emotionele problemen van het kind (Peiling Jeugd en Gezondheid, 2005).

Laatst bewerkt: 14 januari 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Regionaal onderzoek opvoedingsproblemen

Van de ouders van 4 tot 12 jarigen in Rotterdam heeft 24 procent in 2011 zorgen gehad over de opvoeding, het gedrag of de ontwikkeling van hun kind. De zorgen waren zodanig dat de ouder behoefte had aan deskundig hulp of advies.

De ouders in Rotterdam geven aan dat ze vooral zorgen hebben en deskundige hulp willen op de onderwerpen: luisteren en gehoorzamen; angst, onzekerheid, faalangst; schoolprestaties; houden aan of het stellen van grenzen, regels èn afspraken en eten, slapen, groei.
Ouders van jongens geven vaker aan zorgen te hebben (gehad) over de opvoeding, ontwikkeling en gedrag van hun kind dan ouders van meisjes (27 procent vs.21 procent). Antilliaanse/Arubaanse (27 procent) en
autochtone (25 procent) ouders hebben vaker zorgen (gehad) dan Kaapverdiaanse (18 procent), Marokkaanse (19 procent) en Turkse (20 procent) ouders (GGD Rotterdam-Rijnmond, 2012).

In Brabant ervaart in 2011 41 procent van de ouders van kinderen van 0 t/m11 jaar soms  tot vaak problemen in de opvoeding (Brabantse jeugdmonitor, 2011).

Laatst bewerkt: 14 januari 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • GGD Rotterdam-Rijnmond (2012). Jeugd Rijnmond in Beeld 2011. 4 tot 12 jarigen. Gemeenterapport Rotterdam.
  • Van den heuvel, E., Jacobs-van der Bruggen, M., van der Lucht, F & van Bon-Martens, M. (2011). Gezondheid Telt! In Hart voor Brabant 2011. Regionaal rapport Volksgezondheid.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies