Cannabisgebruik onder jongeren

In 2017 zegt bijna een kwart (23,5 procent) van de 16-jarigen in het voortgezet onderwijs ooit cannabis te hebben gebruikt. Bij de 12 en 13 jarigen is het aandeel dat wel eens cannabis heeft gebruikt laag. Het gaat om respectievelijk 0,3 procent en 1,5 procent van de betreffende leeftijd dat ooit cannabis heeft gebruikt. Maar bij het ouder worden neemt dat snel toe. Cannabisgebruik komt meer voor bij jongens dan bij meisjes. Zo zegt bijna 12 procent van de 12-16 jarigen jongens ooit cannabis gebruikt te hebben. Onder de meisjes gaat het om bijna 7 procent. Het verschil is significant.

Het gebruik in de afgelopen maand is lager. In de afgelopen maand zegt vijf procent van de 12-16 jarige scholieren in het voortgezet onderwijs cannabis te hebben gebruikt. Ook hier is sprake van een stijging met de leeftijd. Onder de 12 jarigen gaat het om slechts 0,1 procent. Onder de 16-jarigen gaat het om ruim 11 procent dat in de afgelopen maand cannabis heeft gebruikt.

Sinds 2003 is het cannabisgebruik onder scholieren gehalveerd. Toen zei 16 procent van de 12-16 jarigen ooit gebruikt te hebben. In 2017 gaat het om 8 procent. Een soortgelijke daling geldt voor gebruik in het afgelopen maand. In 2003 zei 8 procent de laatste maande te hebben gebruikt. In 2017 gaat het om 4 procent.

Behalve cannabis is lachgas een relatief populair middel onder leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ruim 9 procent van de 12-16 jarigen zegt ooit lachgas te hebben gebruikt. In de afgelopen maand gaat het om 2,5 procent. Ook het gebruik van lachgas neemt toe met de leeftijd. Onder de 12-jarigen zegt 3,5 procent ooit lachgas te hebben gebruikt. Dit stijgt tot bijna 17 procent onder de 16-jarigen. Ook hier geven meer jongens dan meisjes aan dit middel te hebben gebruikt. Het verschil is echter niet significant.

Deze gegevens zijn afkomstig van het HBSC onderzoek onder scholieren. Behalve cannabisgebruik en lachgas zijn de scholieren ook bevraagd over het gebruik van XTC. In 2017  komt de in de eerste vier jaar van het voortgezet onderwijs nauwelijks voor. Van de 12-16 jarigen leerlingen zegt 1 procent ooit XTC te hebben gebruikt, waarbij 0,4 procent in de laatste maand gebruikt heeft (Stevens e.a. 2018). 

Laatst bewerkt: 7 februari 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M., de Roos, S., Duinhof, E. ter Bogt, T., van den Eijnden, R., Kuyper, L., Visser, D., Vollebergh, W. & de Looze, M. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht/Trimbos instituut/Sociaal en Cultureel Planbureau.  

Trend in gebruik van cannabis

De prevalentie van cannabisgebruik onder de 12-16 jarigen is de afgelopen twintig jaar flink gedaald. Tussen 1996 en 2017 is het percentage scholieren dat ooit cannabis heeft gebruikt gehalveerd. In 1996 ging het om bijna 20 procent van de leerlingen. In 2017 is dit percentage gedaald naar ruim 9 procent (van Dorsselaer e.a. 2016, Stevens e.a., 2018). 

Laatst bewerkt: 7 februari 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht/Trimbos instituut/ Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Van Dorsselaer, S., Tuithof, M., Verdurmen, J., Spit, M., van Laar, M. & Monshouwer, K. (2016). Jeugd en riskant gedrag. Kerngegevens uit het Peilstationonderzoek scholieren 2015. Utrecht: Trimbos instituut.

Definitie

Met drugsgebruik wordt bedoeld het gebruik van illegale genotmiddelen (dus niet alcohol of tabak). Onder jongeren in Nederland is van de illegale genotmiddelen cannabis verreweg het meest populair. Hier hebben we het overigens alleen over het gebruik van genotsmiddelen, los van of er sprake is van verslaving. Over verslaving is meer te lezen in het dossier Middelenmisbruik en verslaving.

Cannabisgebruik

Cannabis is een andere naam voor hasj, wiet of marihuana. Het wordt meestal gerookt (blowen). Ook wordt het wel gegeten, bijvoorbeeld als spacecake, gedronken als wietthee of via verdamping in een vaporizer.

Zwaardere middelen

Het is lastig om drugs op grond van hun werking te onderscheiden naar soft- en harddrugs of zwaardere en minder zware middelen. In de Opiumwet, waarin alle middelen staan die door de overheid als drugs worden beschouwd, worden drugs ingedeeld naar hoe schadelijk ze zijn voor de volksgezondheid. Op lijst I van de Opiumwet staan middelen met een 'onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid', zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD en XTC. Op lijst II, middelen met een minder groot risico volgens de overheid, staan hasj en wiet, GHB, maar ook slaap- en kalmeringsmiddelen zoals valium en Seresta.

Bronnen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies