• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Gedragsproblemen

Iemand heeft gedragsproblemen als hij regelmatig ongewenst gedrag vertoont dat voor anderen storend is.

Een jeugdige heeft gedragsproblemen als hij regelmatig ongewenst gedrag vertoont dat voor anderen storend is. Het gaat om gedrag dat in de eerste plaats storend is voor de omgeving. Dit gedrag wordt daarom ook wel externaliserend probleemgedrag genoemd. Voorbeelden van gedragsproblemen zijn driftbuien en woedeaanvallen bij jonge kinderen, agressief gedrag, pesten en delinquent gedrag. Een gedragsprobleem wordt een gedragsstoornis als:

  • het ongewenst gedrag langer dan zes maanden aanhoudt én
  • de symptomen in bepaalde combinaties voorkomen, die beschreven zijn in de DSM-IV, een diagnostisch handboek voor psychiaters.

Bronnen

  • Junger, M., Mesman, J., Meeus, J. (2003). 'Psychosociale problemen bij adolescenten : prevalentie, risicofactoren en preventie'. Assen: Van Gorcum
  • Ploeg, J.D. van der (2007). 'Gedragsproblemen : ontwikkelingen en risico's'. Rotterdam: Lemniscaat

Kerncijfers

Ruim 13 procent van de jongeren van 11 tot 17 jaar geeft aan gedragsproblemen te hebben. Jongens hebben beduidend vaker gedragsproblemen dan meisjes. Onder 11-12 jarigen jongens komen gedragsproblemen met 17 procent het meeste voor. Dit blijkt uit het onderzoek Health Behavior in School aged Children (HBSC 2013). In dit onderzoek zijn scholieren gevraagd of ze last hebben van verschillende soorten problematiek.

In het Onderzoek Jeugd en Opgroeien 2011 is informatie via de ouders verzameld. Volgens de ouders vertoont 11 procent van de 3- tot 18-jarigen gedragsproblemen (OJO 2011).

In beide onderzoeken worden gedragsproblemen gedefinieerd als een verzameling van verschillende soorten externaliserend gedrag.

Het gaat om bijvoorbeeld ongehoorzaamheid, boos en agressief gedrag, en liegen - en stelen.

Beroepskrachten zien meer problemen dan ouders

In de Peiling Jeugd en Gezondheid (2005) onder 0- tot 12-jarigen zijn medewerkers van de jeugdgezondheidszorg bevraagd over het voorkomen van psychosociale problemen van kinderen die bij hen komen. Onder die problemen vallen zowel externaliserende als internaliserende problemen (zoals angsten, depressieve gevoelens en psychosomatische klachten). In de rapportage worden de cijfers voor externaliserende problemen weergegeven als deel (percentage) van de psychosociale problemen.
Medewerkers van de jeugdgezondheidszorg blijken beduidend vaker dan ouders problemen te signaleren bij kinderen. Volgens medewerkers van de jeugdgezondheidszorg heeft tussen de 11 en 28 procent van de kinderen psychosociale problemen (zowel externaliserend als internaliserend). Van deze kinderen heeft tussen de 13 procent (bij meisjes van 14 maanden) en 52 procent (bij jongens van drie jaar) te kampen met gedragsproblemen zoals woedeaanvallen, driftbuien en agressief gedrag.
De ouders signaleren psychosociale problemen bij 4 procent van de kinderen van 14 maanden en bij 6 procent van de overige leeftijdsgroepen. Externaliserende problemen komen volgens hen voor bij 3 tot 9 procent van de kinderen, met een piek bij de leeftijd van 3 jaar. De onderzoekers verklaren het verschil tussen ouders en beroepskrachten deels uit verschillen tussen de gebruikte vragenlijsten.

Laatst bewerkt: 4 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Bot, S., Roos, S. de, Sadiraj, K., Keuzenkamp, S., Broek, A. van den & Kleijnen, E. (2013). Terecht in de jeugdzorg. Voorspellers van kind- en opvoedproblematiek en jeugdzorggebruik. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Looze, M. de, Dorsselaer, S. van, Roos, S., de, Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R., Bon-Martens, M. van, Bogt, T. ter & Vollebergh, W. (2014). HBSC 2013 Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.
  • Zeijl, E., Crone, M., Wiefferink, K., Keuzenkamp, S., Reijneveld, M. (2005). 'Kinderen in Nederland'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Problemen van autochtone en allochtone jongeren (2013)

Over het geheel genomen rapporteren jongeren van niet-westerse afkomst even vaak problemen als autochtone jongeren. In het basisonderwijs geeft bijna 18% van zowel de allochtone als de autochtone leerlingen aan psychische problemen te hebben. In het voortgezet onderwijs gaat het in beide groepen om circa 20 % die zegt problemen te hebben.

Wanneer gekeken wordt naar de aard van de problemen zijn er echter verschillen. Jongeren met een niet-westerse afkomst rapporteren minder emotionele problemen en hyperactiviteit  dan  autochtone jongeren.  Op het basisonderwijs komen gedragsproblemen vaker voor bij kinderen met een niet-westerse afkomst. Op zowel het basisonderwijs als het voorgezet onderwijs rapporteren allochtone jongeren vaker problemen met leeftijdsgenoten dan autochtone jongeren (HBSC 2013).

Er is in het HBSC onderzoek gebruik gemaakt van de Strength and Difficulties Questionaire (SDQ) waarbij onderscheid wordt gemaakt in de probleemschalen: emotionele problemen, gedragsproblemen, hyperactiviteit en problemen met leeftijdsgenoten. Behalve scores per probleemschaal wordt ook een totaal score gegeven. De totaal probleemscore van allochtone- en autochtone jongeren verschilt niet significant. 

Problemen autochtone en allochtone jongeren (% jongeren)

Autochtoon Allochtoon
Basisonderwijs
Gedragsproblemen 12,2% *19,8%
Hyperactiviteit 26,4% *15,7%
Problemen met leeftijdgenoten 12,4% *21,1%
Emotionele problemen 15,6% 14,1%
Totale probleemscore 17,7% 17,8%
Voortgezet onderwijs
Gedragsproblemen 12,5% 16,2%
Hyperactiviteit 28,5% *21,4%
Problemen met leeftijdgenoten 11,8% *16,5%
Emotionele problemen 20,0% 18,8%
Totale probleemscore 19,7% 20,1%
* verschil tussen autochtoon en allochtoon is significant.

Laatst bewerkt: 4 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Looze, M. de, Dorsselaer, S., van, Roos, S., de., Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R., Bon-Martens, M. van, Bogt, T. ter & Vollebergh, W. (2014). HBSC 2013: Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Problemen van jongeren naar schoolniveau (2013)

Leerlingen in het vmbo-b rapporteren bijna drie keer zo vaak gedragsproblemen en problemen met leeftijdsgenoten als leerlingen op het vwo (respectievelijk bijna 21 procent tegen 7,6 procent en 19 procent tegen 7,5 procent). Het HBSC onderzoek toont een sterk verband tussen schoolniveau en psychische problemen. Jongeren rapporteren minder problemen naarmate ze een hoger schoolniveau volgen. 

Er is in het HBSC onderzoek gebruik gemaakt van de Strength and Difficulties Questionaire (SDQ) waarbij onderscheid wordt gemaakt in de probleemschalen: emotionele problemen, gedragsproblemen, hyperactiviteit en problemen met leeftijdsgenoten. Behalve scores per probleemschaal wordt ook een totaal score gegeven. De totale score voor leerlingen die een VMBO-b opleiding volgen is ruim twee keer zo hoog als die van VWO leerlingen.

Problemen van jongeren naar schoolniveau

vmbo-b vmbo-t havo vwo
Gedragsproblemen 20,5% 15,2% 10,0% 7,6%
Hyperactiviteit 33,1% 31,4% 24,4% 20,1%
Problemen met leeftijdgenoten 19,1% 14,2% 10,2% 7,5%
Emotionele problemen 22,9% 20,1% 19,2% 17,8%
Totale probleemscore 28,2% 22,6% 16,1% 13,1%

Laatst bewerkt: 4 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Kooze, M. de., Dorsselaer, S. van, Roos, S. de., Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R., Bon-Martens, M. van, Bogt, T. ter & Vollebergh, W. (2014). HBSC 2013: Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Problemen van kinderen volgens beroepskrachten (2005)

In 2005 heeft,volgens jeugdartsen en -verpleegkundigen, 11 tot 28 procent van de kinderen psychosociale problemen, afhankelijk van leeftijd en geslacht. Psychosociale problemen betreffen zowel internaliserende als externaliserende problemen. Volgens hen heeft 11 procent van de baby's van 14 maanden, 13 procent van de 3-jarigen, 28 procent van de 5- tot 6-jarigen en 21 procent van de 8- tot 12-jarigen psychosociale problemen. Bij 1 tot 3 procent van de kinderen is volgens jeugdgezondheidsmedewerkers sprake van zware psychosociale problemen waarbij ondersteuning of professionele hulp nodig is.

In de grafiek is te zien hoeveel van de kinderen met psychosociale problemen gedragsproblemen vertonen. Binnen de groep kinderen met psychosociale problemen heeft 13 tot 52 procent te maken met externaliserende problemen zoals woedeaanvallen, driftbuien, agressief en stoer of brutaal gedrag. Gedragsproblemen komen het meest voor bij jongens van 3 jaar.

Laatst bewerkt: 22 oktober 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.