• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Gedragsproblemen

Iemand heeft gedragsproblemen als hij regelmatig ongewenst gedrag vertoont dat voor anderen storend is.

Een jeugdige heeft gedragsproblemen als hij regelmatig ongewenst gedrag vertoont dat voor anderen storend is. Het gaat om gedrag dat in de eerste plaats storend is voor de omgeving. Dit gedrag wordt daarom ook wel externaliserend probleemgedrag genoemd. Voorbeelden van gedragsproblemen zijn driftbuien en woedeaanvallen bij jonge kinderen, agressief gedrag, pesten en delinquent gedrag. Een gedragsprobleem wordt een gedragsstoornis als:

  • het ongewenst gedrag langer dan zes maanden aanhoudt én
  • de symptomen in bepaalde combinaties voorkomen, die beschreven zijn in de DSM-IV, een diagnostisch handboek voor psychiaters.

Bronnen

  • Junger, M., Mesman, J., Meeus, J. (2003). 'Psychosociale problemen bij adolescenten : prevalentie, risicofactoren en preventie'. Assen: Van Gorcum
  • Ploeg, J.D. van der (2007). 'Gedragsproblemen : ontwikkelingen en risico's'. Rotterdam: Lemniscaat

Kerncijfers

Van de jongeren in groep 8 van het basisonderwijs geeft 12.6 procent van de leerlingen aan gedragsproblemen te hebben. Jongens vertonen aanzienlijk vaker gedragsproblemen dan meisjes. In 2017 gaat het om 15 procent van de jongens en ruim 10 procent van de meisjes. 

In het voortgezet onderwijs komen gedragsproblemen vaker voor onder leerlingen. Daar geeft 14 procent van de leerlingen aan gedragsproblemen te hebben. Ook in het voortgezet onderwijs hebben meer jongens dan meisjes hier last van. Van de jongens heeft 16,2 procent gedragsproblemen. Bij meisjes gaat het om 11,7 procent.

Dit blijkt uit het onderzoek Health Behavior in School aged Children (HBSC 2017). In dit onderzoek zijn scholieren gevraagd of ze last hebben van verschillende soorten problematiek.

In het Onderzoek Jeugd en Opgroeien 2011 is informatie via de ouders verzameld. Volgens de ouders vertoont 11 procent van de 3- tot 18-jarigen gedragsproblemen (OJO 2011). 

In beide onderzoeken worden gedragsproblemen gedefinieerd als een verzameling van verschillende soorten externaliserend gedrag.

Het gaat om bijvoorbeeld ongehoorzaamheid, boos en agressief gedrag, en liegen - en stelen.

Beroepskrachten zien meer problemen dan ouders

In de Peiling Jeugd en Gezondheid (2005) onder 0- tot 12-jarigen zijn medewerkers van de jeugdgezondheidszorg bevraagd over het voorkomen van psychosociale problemen van kinderen die bij hen komen. Onder die problemen vallen zowel externaliserende als internaliserende problemen (zoals angsten, depressieve gevoelens en psychosomatische klachten). In de rapportage worden de cijfers voor externaliserende problemen weergegeven als deel (percentage) van de psychosociale problemen.
Medewerkers van de jeugdgezondheidszorg blijken beduidend vaker dan ouders problemen te signaleren bij kinderen. Volgens medewerkers van de jeugdgezondheidszorg heeft tussen de 11 en 28 procent van de kinderen psychosociale problemen (zowel externaliserend als internaliserend). Van deze kinderen heeft tussen de 13 procent (bij meisjes van 14 maanden) en 52 procent (bij jongens van drie jaar) te kampen met gedragsproblemen zoals woedeaanvallen, driftbuien en agressief gedrag.
De ouders signaleren psychosociale problemen bij 4 procent van de kinderen van 14 maanden en bij 6 procent van de overige leeftijdsgroepen. Externaliserende problemen komen volgens hen voor bij 3 tot 9 procent van de kinderen, met een piek bij de leeftijd van 3 jaar. De onderzoekers verklaren het verschil tussen ouders en beroepskrachten deels uit verschillen tussen de gebruikte vragenlijsten.

Laatst bewerkt: 20 september 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Bot, S., Roos, S. de, Sadiraj, K., Keuzenkamp, S., Broek, A. van den & Kleijnen, E. (2013). Terecht in de jeugdzorg. Voorspellers van kind- en opvoedproblematiek en jeugdzorggebruik. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.
  • Zeijl, E., Crone, M., Wiefferink, K., Keuzenkamp, S., Reijneveld, M. (2005). 'Kinderen in Nederland'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Problemen van jongeren naar migratieachtergrond (2017)

Over het geheel genomen rapporteren jongeren van niet-westerse afkomst even vaak problemen als jongeren met een Nederlandse achtergrond. In 2017 is in het basisonderwijs het percentage kinderen met (indicatoren van) psychische problemen in beide groepen met 15,7 procent gelijk. Ook in het voortgezet onderwijs is het percentage leerlingen met circa 20 procent in beide groepen nagenoeg gelijk. Dit blijkt uit het HBSC onderzoek onder leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs en leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Er is in het HBSC onderzoek gebruik gemaakt van de Strength and Difficulties Questionaire (SDQ) waarbij onderscheid wordt gemaakt in de probleemschalen: emotionele problemen, gedragsproblemen, hyperactiviteit en problemen met leeftijdsgenoten. Behalve scores per probleemschaal wordt ook een totaal score gegeven.  

De totale probleemscore van jongeren met- en zonder migratieachtergrond verschilt dus niet. Wanneer echter naar de aard van problemen gekeken wordt zijn er wel verschillen.

Gedragsproblemen komen meer voor onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond dan onder jongeren met een Nederlandse achtergrond. In het basisonderwijs heeft bijna 18 procent van de leerlingen met een niet-westerse achtergrond gedragsproblemen. Onder leerlingen met een Nederlandse achtergrond gaat het om ruim 11 procent. In het voortgezet onderwijs gaat het om ruim 19 procent van de leerlingen met een niet-westerse achtergrond en bijna 13 procent met een Nederlandse achtergrond.

Op de probleemschaal 'emotionele problemen' scoren beide groepen ongeveer gelijk.  In het basisonderwijs gaat het om circa 11 procent van de leerlingen. In het voortgezet onderwijs circa 19 procent. Jongeren met een niet-westerse achtergrond scoren daarentegen hoger op de probleemschaal 'problemen met leeftijdsgenoten'. In het basisonderwijs geeft ruim 20 procent van de niet-westerse leerlingen aan problemen met leeftijdsgenoten te hebben. Bij leerlingen met een Nederlandse achtergrond gaat het om bijna 13 procent. Op het voortgezet onderwijs gaat het om respectievelijk 20,5 procent en ruim 12 procent van de leerlingen (Stevens e.a., 2018).

Problemen jongeren naar migratieachtergrond (% jongeren)

  Nederlandse afkomst Niet-westerse afkomst
Basisonderwijs
Gedragsproblemen 11,2% *17,8%
Hyperactiviteit 27,3% *14,7%
Problemen met leeftijdgenoten 12,6% *20,2%
Emotionele problemen 10,7% 10,9%
Totale probleemscore 15,7% 15,7%
Voortgezet onderwijs
Gedragsproblemen 12,8% 19,1%
Hyperactiviteit 29,7% *20,3%
Problemen met leeftijdgenoten 12,4% *20,5%
Emotionele problemen 18,2% 19,5%
Totale probleemscore 19,7% 20,1%
* verschil tussen autochtoon en allochtoon is significant.

Laatst bewerkt: 20 september 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht. 

Problemen van jongeren naar schoolniveau (2017)

Leerlingen in het vmbo-b rapporteren in 2017 bijna vier keer zo vaak gedragsproblemen en problemen met leeftijdsgenoten als leerlingen op het vwo (respectievelijk 23,3 procent tegen 6,7 procent en 22,4 procent tegen 8,1 procent). Het HBSC onderzoek toont een sterk verband tussen schoolniveau en psychische problemen. Jongeren rapporteren minder problemen naarmate ze een hoger schoolniveau volgen. 

Er is in het HBSC onderzoek gebruik gemaakt van de Strength and Difficulties Questionaire (SDQ) waarbij onderscheid wordt gemaakt in de probleemschalen: emotionele problemen, gedragsproblemen, hyperactiviteit en problemen met leeftijdsgenoten. Behalve scores per probleemschaal wordt ook een totaal score gegeven. De totale score voor leerlingen die een vmbo-b opleiding volgen is ruim twee keer zo hoog als die van vwo-leerlingen (Stevens e.a., 2018).

Problemen van jongeren naar schoolniveau (2017)

  vmbo-b vmbo-t havo vwo
Gedragsproblemen 23,3% 16,7% 12,6% 6,7%
Hyperactiviteit 33,7% 31,7% 30,5% 19,7%
Problemen met leeftijdgenoten 22,4% 18,0% 9,9% 8,1%
Emotionele problemen 19,3% 18,7% 19,7% 17,6%
Totale probleemscore 28,6% 22,2% 19,0% 12,3%

Laatst bewerkt: 20 september 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Problemen van kinderen volgens beroepskrachten (2005)

In 2005 heeft,volgens jeugdartsen en -verpleegkundigen, 11 tot 28 procent van de kinderen psychosociale problemen, afhankelijk van leeftijd en geslacht. Psychosociale problemen betreffen zowel internaliserende als externaliserende problemen. Volgens hen heeft 11 procent van de baby's van 14 maanden, 13 procent van de 3-jarigen, 28 procent van de 5- tot 6-jarigen en 21 procent van de 8- tot 12-jarigen psychosociale problemen. Bij 1 tot 3 procent van de kinderen is volgens jeugdgezondheidsmedewerkers sprake van zware psychosociale problemen waarbij ondersteuning of professionele hulp nodig is.

In de grafiek is te zien hoeveel van de kinderen met psychosociale problemen gedragsproblemen vertonen. Binnen de groep kinderen met psychosociale problemen heeft 13 tot 52 procent te maken met externaliserende problemen zoals woedeaanvallen, driftbuien, agressief en stoer of brutaal gedrag. Gedragsproblemen komen het meest voor bij jongens van 3 jaar.

Laatst bewerkt: 22 oktober 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies